Impressies Jaarvergadering TLE 2004

 

Er gaan twee dames voor mij het gebouw binnen. Ben ik verkeerd? Is er nog een vergadering van een vrouwenclub? Nee, blijkt even later, het zijn de vertegenwoordigsters van een nieuw TLE-lid, de TTV Stiphout, een club die met ster de mooiste accommodatie van Brabant moet hebben.

Even later blijkt er nog een nieuwe vereniging zich te hebben aangemeld “Het Snelle Batje”. Wat voor soort plankjes zal sponsor Vroco nu weer in de aanbieding hebben, toch binnenkort maar eens gaan kijken, want een beetje snelheid kan Liefhebber ook wel gebruiken.

 

De Wiekslag bestaat 25 jaar , proficiat, de koffie met vlaai gaat er goed in!

 

De voorzitter Geert Bons gaat in zijn openingswoord uitvoerig in op de teleurstellende deelname aan het TLE-toernooi, ook nog eens veel late afzeggingen. Er is tijd en geld geïnvesteerd, alternatieve prijzen en een loterij hebben geen verbetering gebracht. Het kopiëren van de NRE-formule of het Geenhoven-concept is als na-aperij volgens hem geen alternatief. Hij vraagt om tips om de deelname aan het TLE-toernooi op te krikken, anders moeten we misschien wel stoppen!

 

Als dan bij de ingekomen stukken een lekker vuurtje oplaait, zie het stukje “Interessant”, kan de vergadering niet meer stuk, er is leven in de brouwerij! Eerder werd Frans Klerks bedankt, begeleid met luid applaus, voor het verzorgen van de TLE’er, na twee jaar stopt hij abrupt. Even later komt de aap uit de mouw, Frans was in zijn wiek geschoten over het akkefietje met zijn teamgenoten en de daarop volgende afhandeling door het bestuur, u heeft het hopelijk inmiddels gelezen. Jammer, want Frans doet het werk niet alleen goed, maar ook met plezier en graag.

Bij de rondvraag komt Dook Harks later op dit punt terug en vraagt het bestuur en Frans om het geschil op te lossen en doet een beroep op Frans om zijn besluit te herzien, de TLE’er ziet er goed verzorgd uit en wordt tegenwoordig graag gelezen. Je doet het voor ons allemaal!

 

De twee aftredende bestuursleden zijn herkiesbaar, maar goed ook, want voor de vacature op de vijfde plek heeft zich niemand gemeld. Met luid applaus worden beide heren herkozen. De voorzitter memoreert de prettige verstandhouding in het bestuur en schetst de gemoedelijke wijze waarop met problemen wordt omgegaan, namelijk doorschuiven naar de volgende vergadering en dan ….?…! Dat is waar ook , tijd achterhaalt veel problemen.

Kunnen we van die vijfde bestuursfunctie niet een kwaliteitszetel voor de dames maken?

 

Jan van Schagen schetst het verloop van de bekerwedstrijden, zijn “troetelkind”, spelers uit lagere klassen kunnen goed meedoen, zie de finale van dit jaar. Taveres 1 heeft nu twee keer achtereen de beker gewonnen, Jan roept: “Zorg ervoor dat komend jaar een ander team wint anders heeft Taveres de beker definitief in handen en moeten we een ander exemplaar kopen!”

 

De elektronische inschrijving voor het seizoen 2004-2005 met behulp van het Excel-werkblad is geslaagd. Alle verenigingen op één na hebben een e-mail adres en een achttal verenigingen heeft zelfs een internet pagina. Die gegevens komen in TLE’er nr 1. Drie kwart had de categorieën goed ingevuld, de overigen hadden niet de laatste TLE’er van dit seizoen met de nieuwste aanpassingen geraadpleegd. Het ontlokte meteen de opmerking of niet door de secretaris de juiste categorieën konden worden ingevuld, zodat alleen naar de opgave voor nieuwe spelers behoeft te worden gekeken. Aan het verzoek wordt met ingang van volgend jaar voldaan.

 

De TLE is financieel gezond met dank aan de sponsor, die gratis het kopieerwerk verzorgt. Een oplettend TLE-lid in de zaal wijst op een foutje, hetgeen meteen de reserves met nog eens € 400 ophoogt. De penningmeester Huub Vencken is gecontroleerd door de kascommissie en de boekhouding is in orde bevonden, met applaus wordt hij voor zijn beleid gedechargeerd.

 

Onnavolgbaar is, verhelderd door het gebruik van kleur, de competitie-indeling van Huub v.d.Wiel, na heen en weer bellen is er slechts een klein hobbeltje in de eerste klasse dat staande de vergadering lijkt te worden opgelost. We hebben voortaan S&O TPG en AAC Cosmos is zonder de poen weer gewoon TTVV, dus TTV Veldhoven. “Het Snelle Batje” en “Stiphout” zijn al eerder genoemd.

Heel veel waardering wordt uitgesproken voor de vlotte manier waarmee de uitslagen etc. op de website worden bijgehouden.

 

Bij de rondvraag blijkt een team wel acht keer een wedstrijd te hebben uitgesteld. Vroeger was uitstel gebonden aan regels, moeten we daarnaar terug? Na enige discussie wordt met klem aan de wedstrijdsecretarissen gevraagd er op toe te zien, dat dergelijke excessen zich niet voordoen.

 

                                                                                         Liefhebber.

 

Interessant!

 

We kennen het verschijnsel wel, je draait lekker mee in je eigen klasse maar een tree hoger is te veel. Dus maar liever niet promoveren met je team. Dat is in het kader van het begrip competitie natuurlijk niet juist.

Als echte liefhebber speel je altijd voor de winst en het maximale plezier en dan moet je ook daarvan de consequentie nemen en desnoods nolens volens promoveren ook al verlies je dan volgend jaar meer en krijg je wellicht een lagere kwalificatie. So what, het gaat immers om het spel en niet om de knikkers. Zie hoe het loopt, van nederlagen leer je het meest, verlies in welk opzicht dan ook moet je in dit leven leren nemen! Natuurlijk bestaat in deze wereld ook ondraagbaar verlies, maar toch heus niet vanwege een spelletje tafeltennis.

Als je kiest voor de hoogste status in je klasse, voor deelname aan de achtkamp en dus een hoog winstpercentage, dan moet je promotie naar een hogere klasse ook accepteren. Het loopt echter wel eens uit de hand.

 

Bij JCF liep in team 2 de discussie hoog op over het niet willen promoveren maar wel status behouden. De betrokkene wenste het onmogelijke, alles behalve promotie naar de Ereklasse, dit was niet te verwezenlijken en prompt bedankte hij na het gesprek als lid van de vereniging.

Frans Klerks, wedstrijdsecretaris JCF en gedupeerde omdat vervolgens ook medespeler nummer twee er de brui aan gaf, spuwde vuur toen nummer één toch deelnam aan de achtkamp terwijl deze geen lid meer was van de club. Dat kan toch niet! “Mijn schoonmoeder kan de kas van de TLE toch ook niet controleren.” Zijn tweede teamgenoot had na zijn bedanken namelijk nog wel de financiële bescheiden van de bond gecontroleerd.

De voorzitter sprak in de vergadering over brieven en vertrouwelijkheid en wenste in een persoonlijk gesprek met Frans de zaken recht te zetten.

 

Liefhebber is geen jurist en geen “rijdende rechter”, maar zet naar aanleiding van het gehoorde in de zaal voor de aardigheid de zaak eens op een rij. Let wel, accepteert verder geen verantwoordelijkheid. Die ligt immers bij het bestuur van de TLE!

De verenigingen vormen samen de Eindhovense Tafeltennisliga. Elke vereniging geeft op welke van zijn leden deelneemt aan de competitie en betaalt daarvoor. Een individu kan dus geen lid van de Liga zijn, ergo bedankt hij als lid van de vereniging dan verdwijnt hij ook uit het bestand van de Liga.

Maar….! Frans (draagt als redacteur op prima wijze zorg voor ons blad.) had wel de wijzigingen bij JCF2  in het TLE-blad opgenomen, echter geen officieel bericht gestuurd aan het secretariaat in de veronderstelling, dat men het wel zou lezen. Mooi niet! Organisator achtkamp weet van niks en ook de penningmeester handelt in alle onschuld zijn zaken af!

Miscommunicatie wordt vaak als dooddoener gebruikt om zaken te verbloemen, maar hier is in alle rust en misschien wel de gezapigheid in onze bond - het gaat immers altijd goed - iets mis gegaan.

Hoe verder? Het conflict tussen de spelers is een aangelegenheid van de vereniging JCF en niet van het TLE-bestuur. De twee spelers zijn de afhandeling door het bestuur van JCF uit de weg gegaan door te bedanken als lid, niettemin kan dat bestuur over deze zaak een uitspraak doen en deze bij het Ligabestuur melden. Het Ligabestuur kan vervolgens wel of niet reageren, handelend op grond van de statuten en/of reglementen, naar de letter als daarover iets wordt vermeld en anders naar de geest. Zo nodig kan het in de jaarvergadering onderwerp van discussie zijn met wel of niet besluitvorming over dit onderwerp voor zover het de TLE als bond aangaat!.

Laten we in alle rust eens afwachten wat de bestuurders in hun wijsheid doen.

Nieuwsgierig is wel ,

                                                                           Liefhebber.

 

Aaaahhh !!!!! 
 

Het kan niet anders, in een speelzaal met meerdere tafeltennisteams wordt je regelmatig verrast door het woeste brullen van een leeuw, het praten met Onze Lieve Heer dan wel de sappige taal van een handelaar in vers mensenvlees.
Zo’n kreet komt soms op een zeer ongelegen moment, met verlies aan concentratie gaat ook het wedstrijdpunt verloren. Niet iedereen stelt krachttermen op prijs en voor een veganist is alles wat met vlees te maken heeft taboe. Maar de één is luidruchtiger dan de ander en hoewel overdaad schaadt, het spel stelt je ook in staat om eens even lekker te ontladen. Het leidt tot relaxen en dat kan voor je omgeving een weldaad zijn. In de drang om te winnen worden tal van laakbare foefjes uitgehaald die veel onsportiever zijn dan al die oergeluiden. Ook ik klets op mijn oude dag meer dan vroeger, maar dat heeft dan weer te maken met de drang naar gezelligheid en….nou ja….verlies aan spelkracht moet je toch ook een beetje kunnen compenseren.

Liefhebber.

Besturen

Het wordt steeds moeilijker om bestuursleden voor een organisatie te vinden, die hun vrije tijd op ideële basis, d.w.z. zonder een financiële vergoeding o.i.d., willen besteden aan dit zo belangrijke werk.. Dat komt ,omdat we met zijn allen gemiddeld meer zijn gaan werken, er zijn meer kleine en grote anderhalf- en dubbelverdieners. Onze vrije tijd wordt meer geëxploiteerd door de commercie of dit nu het winkelen, TV of het computergebeuren is, per saldo blijft er minder echte vrije tijd over. En als die vrij besteedbare tijd er dan nog wel bij de man of vrouw is, wordt er een beroep op gedaan om allerlei “vrijwilligerswerk”, eigenlijk verkapt professioneel werk, te doen, denk maar aan de lees- en overblijfmoeders op school, “tafeltje dek je” voor thuiswonende behoeftige mensen; je kunt het zo gek niet bedenken of er worden wel vrijwilligers gevraagd om overbelaste werkers te helpen. Het wordt een maatschappelijk probleem om bestuurders te vinden om het verenigingsleven verantwoord te runnen.

Iedereen is meer met zichzelf bezig en minder met anderen, ouders besteden vaak te weinig aandacht en daarmee tijd aan hun kinderen en laten dit maar al te graag, ook wel vanwege de omstandigheden noodzakelijkerwijs, aan anderen over. En als we zelf deelnemen aan activiteiten wordt veelal de zorg voor begeleiding en organisatie ook al aan anderen overgelaten. Het is een ontwikkeling in de laatste twintig jaar, die ons verenigingsleven sterk bedreigt.

Was het dan vroeger dan allemaal even mooi? Welnee, in die tijd stapten er ook bestuursleden en soms een heel bestuur uit onvrede op of ging er een penningmeester met de kas vandoor. Maar het was toch een eer om bestuurslid te zijn en er waren vrij veel notabelen, geestelijken en schoolmeesters en andere met hart en ziel aan hun vereniging verknochte kundige mensen die zich inzetten voor hun vereniging.

Hun bijdragen aan gezonde ontspanning en geestelijke volksgezondheid was van immens belang.

Liefhebber heeft in zijn jeugd heel wat levenswijsheid opgestoken van gewone mensen als geweldig goede bestuurders en heeft daarmee in zijn leven en werken heel wat kunnen bereiken!

Bestaat die instelling dan niet meer ?

Nou, er is wel wat veranderd.

Onder invloed van de betaalde sport is het winnen ten koste van de eerder genoemde twee punten erg belangrijk geworden met alle uitwassen van dien. (Terwijl toch de winst in de wedstrijd die vandaag zo belangrijk wordt geacht , morgen alweer vergeten is.) Bovendien is het aantal mensen, dat zich uit ideële overwegingen wil inzetten minder geworden, terwijl ook nog eens de kritiek waaraan bestuurders worden blootgesteld bijzonder onheus is en dat maakt een bestuursfunctie minder aanlokkelijk..

 Maar gelukkig, die bestuurders die zich vrijwillig willen inzetten, bestaan nog steeds ook al worden zij door de omstandigheden zeldzamer, kijk naar de manier waarop de TLE wordt bestuurd, het is ook iets om over na te denken met de jaarvergadering in zicht. Hoe gerechtvaardigd is kritiek en welk steentje kun je zelf bijdragen?

 

                                                                                                   Liefhebber

Licht

U las eerder over het belang van een goede verlichting en er heeft op dat gebied in ons tafeltennis-wereldje een evolutie plaatsgevonden. Er kwam meer, er kwam beter licht en toch zijn we blijven klagen over de kwaliteit van dat licht !
Toch niet zo vreemd, kijk naar de gemiddelde leeftijd van de tafeltennisser. Hoe ouder de mens is hoe meer licht hij of zij nodig heeft om te kunnen zien. Ook de kleur van het licht is voor oudere ogen van belang.
Dat brengt mij toch ook op andere gedachten. De bal is groter geworden, die zien we daardoor natuurlijk eveneens een stuk beter. Hoe zou dat nou over 10 of 20 jaar zijn ? Een golfbal ?
Overigens nog iets. Hier en daar presteert men het oranje ballen in de strijd te gooien, maar een kleurenblinde ziet alleen maar grijstinten. Is die potverdrie met een grijze (oranje) bal op een grijze (groene) tafel in de aap gelogeerd. Kan dat zo maar, is er al geprotesteerd ? Die speler moet een witte bal hebben, dan ziet íe pas helder !
Er zijn echter plekken, waar ik jaloers op die kleurenblinde ben, dat is in zalen met die paarse tafels !

                                                                                                   Liefhebber

Snuiven

Kom ik binnen, ga ik bijna van mijn stokje. Zijn een paar van die lui aan het lijmen. Het is niet nieuw vertelt men mij, nieuw rubber en verse lijm geeft nog meer snelheid en daar hef je o.a. de nadelen van de grotere bal mee op. Ik zie de heren achter de tafel, het gaat om de ultieme klap, rallies met één of twee woeste slagen, gedreven door de kick van het lijmsnuiven.
Weemoed overvalt mij. Waar zijn de zorgvuldig opgebouwde aanvalsreeksen om tenslotte de voorbereide eindstoot te plaatsen, het in een slagenreeks zorgvuldig zoeken naar het gaatje in de verdediging, het fanatiek terugbrengen van die bal desnoods meters van de tafel met de rug tegen de muur.
Er schuilt iets oneerlijks door het gebruik van materiaal, toegegeven er is ook sprake van een andere techniek die wordt toegepast in het spel, maar dat materiaal wordt toch ook gekozen vanwege het eigen gebrek aan tafeltenniskwaliteit.
Was er niet enige tijd geleden sprake van een toernooi, waarbij alle spelers met hetzelfde batje moesten spelen. Of was de datum soms 1 April ?

                                                                                                   Liefhebber
 

De competitie loopt ?

 

Eind september 2004: We zitten er weer midden in, de eerste wedstrijden zijn gespeeld en de teams hebben hun definitieve vorm gekregen. Maar loopt de competitie in het begin wel zo goed? In de eerste uitslagenlijsten komen tal van nullen voor, kennelijk worden er al flink wat wedstrijden uitgesteld! Dat is in tegenspraak met de instemming op de tijdens de afgelopen jaarvergadering gemaakte afspraak om als wedstrijdsecretarissen er op toe te zien, dat uitstel zoveel mogelijk wordt beperkt.

Uiteraard wil men het liefst met het eigen team de wedstrijden spelen, maar een ordelijk verloop van de competitie is minstens zo belangrijk! Waarom dan niet reserves uit lagere teams ook uit lagere klassen gehaald om in te vallen?

Of is het zo - een slechte gedachte -, dat er spelers aan zowel de LIGA- als de NTTB-competitie deelnemen en bij een gelijke speeldatum aan de NTTB-wedstrijd de voorkeur geven. Wordt die laatste wedstrijd belangrijker geacht of past de NTTB eerder sancties toe bij (herhaald) uitstel van wedstrijden?

Huub van de Wiel maakt al vroegtijdig de wedstrijdschema’s bekend, Liefhebber blokkeert dan ook al voor de stroom van afspraken in zijn agenda op gang komt, de data waarop moet worden getafeltennist. En dan zul je maar worden gestraft, als je team na een maand pas één wedstrijd heeft gespeeld. Soms blijkt het voor het getroffen team moeilijk te zijn om een alternatieve datum te vinden en dan vind je jezelf terug in een team met invaller(s) tegenover nu een compleet team van de tegenstander. Deelnemen, lees regelmatig spelen, is belangrijker dan winnen! Dus geen gezeur en spelen, tenzij het helemaal niet anders kan!

 

Eind oktober 2004, de voortzetting van dit stukje, even geen zin gehad om het een maand geleden ter gelegenheid van het begin van het seizoen af te maken. Gelukkig lijkt men wel attent te zijn op het inhalen van wedstrijden, want na twee maanden zijn al veel nullen uit de eerste speelweken ingevuld. Het zou ook te gek zijn, als net als vorig jaar een team aan het eind van het seizoen nog een aantal wedstrijden moet spelen!

Best kondigt zijn toernooi aan en prijst de sfeer. Zelf denk ik al stiekem aan het NRE-Flash Dubbeltoernooi in januari, staat genoteerd, is er een goede partner beschikbaar om te dubbelen op dit naar mijn gevoel officieuze TLE-kampioenschap ?

 

De nieuwkomers in de TLE hebben een zeer verschillende start. “Het snelle batje” doet het slow-slow in de vierde klasse, het kan natuurlijk zijn dat zij aan de staart van het peloton de kat uit de boom kijken en pas later op kop komen. Stiphout stormt op de ereklasse af met maar liefst drie Flashteams op de hielen!

Je kunt het verwachten, bij Taveres lees je weer nieuwe namen! Verbazingwekkend, in die ereklasse doet Waalre 2 het beter dan Waalre 1, zou dat zo blijven?

Wat is er met Oude Toren 2 aan de hand in de eerste klasse? En Valkenswaard 2, vorig jaar runner-up in de overgangsklasse? Geenhoven lijkt in de tweede klasse door te gaan op de weg omhoog, de Hijskraanteams doen hun best om het volgend jaar niet bij elkaar in dezelfde klasse te spelen.

In de derde klasse bevinden zich dikwijls spelers die van daar uit promoveren naar hogere teams in hogere klassen, zou dat ook dit jaar weer gebeuren?

In de vijfde klasse beginnen met het tafeltennissen en er na vele jaren stram en stijf weer eindigen, Liefhebber ziet het lot dat hem wacht al in het verschiet!

Jan van Schagen doet zijn best, naast zijn bestaande taken in het bestuur heeft hij de TLE’er voor zijn rekening genomen. Net als achter de tafeltennistafel neemt Jan heel wat hooi op zijn vork, ik durf het dan ook bijna niet te schrijven “Jan let eens op de opmaak van het blad!” Je merkt het, ik lees de TLE’er goed en met plezier, maar het was nu wat rommelig.  Of…., of…. Nou ja ik denk maar wat!

Liefhebber

Mirakels

Ik heb een vent gekend, die serveerde in etappes. Hij gooide de bal op, beschreef met zijn bat een cirkel om de bal en raakte bij de tweede cirkelbeweging de bal pas. Nou schijnt dat vaker vooral door topspelers te worden gedaan, alleen die ben ik in mijn  tafeltennisloopbaan niet tegengekomen.

Wat ik onlangs zag gebeuren, was het volgende: Mijn teamgenoot serveerde, kwam met zijn batje tegen de rand van de tafel en zijn speeltuig kletterde uit zijn hand.

Nauwelijks waarneembaar, zo snel griste hij zijn plankje weer van tafel en maakte met een ferme slag de geretourneerde bal af voor de ogen van zijn verblufte tegenstander.

Een mirakel, tien wedstrijdpunten waard ! Toch besloot de “tovenaar” af te zien van zijn wonderbaarlijk verworven punt, hij vond een en ander onreglementair en na onderling overleg werd het een let.

Ik heb het juiste antwoord op die bewering (nog) niet !

 

                                                                                                   Liefhebber


 

Ha….. die Jan !

Recent was ik in mijn oude woonplaats en wie zag ik daar plotseling na zo’n dikke 35 jaar: mijn oude teamgenoot Jan.
Onze begroeting was uitbundig, maar vervolgens vroeg Jan: “Wie ben je eigenlijk ? ”Nou ja, ik ben “Liefhebber” en we hebben vroeger samen getafeltennist in Service. Jan reageerde met: ”Ja en ik kon er wat van hè !” Het bleek al gauw, dat Jan, inmiddels een dikke zeventiger, zich niet veel meer herinnerde en dementeerde. Hij was al jaren geleden naar deze buurt verhuisd en liep nu een rondje, wat shabby gekleed en nog maar anderhalve tand in zijn mond, een zinnig gesprek over die goeie oude tijd met die mooie herinneringen was niet meer mogelijk. We namen afscheid.
Het doet je wat, want Jan was een aparte, niet zo’n makkelijke, maar hij had zijn weg in het leven gevonden, van straatschoffie tot bedrijfsleider van een groot bedrijf. Ik had hem leren kennen als speler van E.N.O., het tafeltennisteam van het clubhuis “Ernst Nut en Ontspanning”, er waren meer van die clubhuizen in onze stad maar deze stond in de rosse buurt. Ene Slootweg gaf er leiding en dat was geen sinecure. In andere clubhuizen werd aan figuurzagen, muziek, borduren/breien en allerlei spelletjes gedaan, maar bij E.N.O. werd gebokst etc., ze sloegen ook wel elkaar om ‘t echie voor de kanis en ik heb ook wel eens een tegenstander bij een ander, met wie hij net had geruzied, in de kleedkamer in de zak van diens daar hangende broek zien pissen. Trouwens, als je meedeed aan het jaarlijkse invitatietoernooi van E.N.O. en je moest tegen de clubhuisfavoriet spelen, vooral in de finale, dan gingen de heren ook wel angstaanjagend en niet bepaald sportief te keer.
Op een dag werd Jan lid van onze club, als tafeltennisser was hij een beuker, met de backhand kon hij alleen maar tegenhouden, maar op de forehand sloeg hij als een razende erop los. Op zijn gedrag achter de tafel moest je hem ook in later jaren nog wel eens aanspreken. Waarachtig in 1969 werden we in onze nadagen nog eens een keer kampioen van onze bond.
En we beleefden wat !
Zo waren we een keer vrijwillig een klasse lager gaan spelen om jonkies de kans te geven, maar zij degradeerden en wij moesten als nummer twee een promotie-degradatiewedstrijd spelen tegen nummer voorlaatst CWP 1. Oh, oh, daar kwam het in diezelfde klasse veel hoger geëindigde om tactische redenen veel sterkere CWP 2 opdagen ! We waren zeker niet kansloos, maar….Jan: ”Wat komen jullie doen jongens?” Antwoord: “Tegen jullie spelen !” Jan: “Dat bestaat niet !” en tegen ons: “Zullen we gaan biljarten ?” En dat vonden we, met deze competitievervalsing in het achterhoofd, nou eens een goeie gedachte van Jan. We lieten onze tegenstanders verbluft achter.
Jan hield ook van handjeraaien, iedereen drie lucifers en er dan één, twee of drie in de hand nemen, raden hoeveel we er totaal in de handen hebben en de winnaar mag een houtje afleggen. Wie het laatst een lucifer overhoudt moet een rondje betalen. Zo ook die keer èn tot Jan’s genoegen met een flink aantal deelnemers. En ach, als je steeds het gemiddelde neemt van het aantal overgebleven lucifers spring je er op enig moment wel uit. Maar die dag bleven Jan en ik elk met één houtje over en ik moest als eerste raden, een dilemma. Jan was met die 1-1 stand altijd in het voordeel en mijn gedachten leidden tot: “niks in de hand nemen en één zeggen”. Jan reageerde met een triomfantelijke “twee” en opende zijn hand om vervolgens paars aanlopend met een kernachtige vloek te constateren, dat ik er geen in de hand had ! Gelukkig had ik meteen door vals te hebben gespeeld en bestelde bliksemsnel het rondje.
Er is nog veel meer te vertellen, destijds waren wij in onze bond toch wel een apart stelletje. Jan zal het allemaal wel niet meer weten, een trieste gedachte.

                                                                                                   Liefhebber.

NRE-Flash dubbeltournooi 2005.

 

Er is geen grotere tegenstelling in het jaar dan tussen december en januari. December met de Sint, de Kerst, Oud en Nieuw met alle kinderen en kleinkinderen op bezoek die blijven eten en de rompslomp er omheen. Als chef-vaatwasser maak je overuren! En dan….

Dan januari vanaf de tweede dag na het afbreken van de kerstboom één grote rust, met jawel als het begin van het nieuwe tafeltennisjaar het kroonjuweel van de TLE, het dubbeltournooi van NRE en Flash.

 

Weer een hele drukte voor de organisatoren en spanning of alles goed zal verlopen. Spanning ook bij de deelnemers, gaat het wel lukken dit jaar?

 

Voor een dubbel is het heel belangrijk of het klikt tussen de partners. Passen de speelwijzen op elkaar aan en geeft men de ruimte aan de medespeler die hij of zij nodig heeft?

Ooit had ik een partner in het mixed double, die in alle opzichten ideaal leek. Samen waren we de favoriet voor het kampioenschap, maar twee jaar achtereen lukte het niet om verder te komen dan de kwartfinale. Ze was te lief en wij hadden elk voor ons zelf achter de tafel te veel ruimte nodig.

U begrijpt het, zo was het ook buiten de tafeltenniszaal, het is nooit echt iets tussen ons geworden.

 

Dubbelspel is sowieso leuk om te observeren. Zo staat de een achter zijn batje tegen zijn maat te mompelen, geeft aanwijzingen, terwijl hij zelf zich beter op het spel van de tegenstander zou moeten aanpassen. De ander steekt driftig onder tafel zijn vingers alle kanten uit om aan te geven hoe hij gaat serveren, maar om er goed gebruik van te kunnen maken, moet je wel goed weten hoe dat balletje terugkomt en wat je er wel of niet mee kan doen!

 

Vermakelijk is het vrije spel van de losers die de favoriet in hun poule onderuit halen en daar zichtbaar genoegen aan beleven, terwijl die anderen zich hevig inspannen om zich als koploper te handhaven.

 

Anno 2005 komen de tafeltennissers nog steeds graag naar dit dubbeltournooi, terwijl de TLE-kampioenschappen wegkwijnen. Lees de oproep! Ligt het niet voor de hand eens  de deelnemers van dit inmiddels uniek NRE/Flash-tournooi te enquêteren hoe zij aan de ene kant denken over het dubbeltournooi en anderzijds over die kampioenschappen? Wellicht levert het stellen van vragen aan de basis aanknopingspunten op voor een heel andere aanpak in plaats van je als bestuur het hoofd erover te breken.

 

Afijn, hebt u ook genoten van de uitgekookte rake klappen en getreurd bij de missers? En de dag erna de kick van de spierpijn, omdat je alweer even stil hebt gestaan en normaliter nooit in één week zoveel partijen speelt? Het is achteraf toch een lekker gevoel, het was het waard!

 

Liefhebber

 

Slagplankje

Het is natuurlijk ooit begonnen met een stukje triplex met daaraan een handvatje, maar tot in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw werd er vrijwel hetzelfde soort bekleding op de plankjes geplakt, de lengte en doorsnede van de noppen kon iets schelen. Het verschil werd meer gezocht in de grootte van het batje, er waren spelers die met een soort broodplank achter de tafel verschenen, het bat kon ook vierkant, langwerpig of trapeziumvormig zijn. Een Koreaan, Kim Yong Chol - speler van de KLM en later van de Delftse studentenclub Punch - hanteerde iets ter grootte van een klein schoteltje van een koffiekopje. De secretaris van mijn toenmalige club HWS experimenteerde ooit met een opengewerkt bakelieten frame en daarover heen elastiekjes gespannen met daarop weer het rubber geplakt, als verdediger sloeg hij met dit loodzware batje alsof hij aan het houthakken was. Engelsman” Richard Bergman speelde met een groter eivormig bat en had een pracht van een backhandslag met dat ding.
Heden ten dage verschillen de afmetingen van batjes niet of nauwelijks, nu wordt het verschil gerealiseerd door het soort hout dat - meer of minder gelaagd - van allerlei soorten rubber wordt voorzien.
Gek, we hebben wedstrijdtafels met dezelfde afmetingen, het balletje is altijd even groot , waarom spelen we eerlijkheidshalve niet met batjes die gelijk  zijn ?

                                                                                                   Liefhebber

De bruur van Hans Kazàn

Je hebt van die spelers die van het serveren een goocheltruc maken, enige capriolen met het bat en dan komt de bal op deze of gene zijde van het plankje. Meestal vermakelijk of intrigerend om te zien. Nou is de beginslag van het pingpong, of beter en op een hoger niveau gezegd het tafeltennisspel, onderwerp van oefening voor elke speler om op die manier een zo goed mogelijke uitgangspositie te krijgen of zelfs direct te scoren. De richting wordt gevarieerd, er wordt kort of lang geserveerd, hard of zacht, hoog of laag opgegooid, met allerlei soorten effect - meer of minder - afhankelijk van het spelmateriaal, vaak wordt er getracht het uiterste te geven. Maar één ding is voor iedereen verplicht de bal moet goed zichtbaar worden opgegooid. Indien dit niet gebeurt, moet de service als foute opslag worden beschouwd. In mijn ervaring komt dit foute serveren meer voor naarmate je op een lager niveau speelt en ach meestal laat de scheidsrechter het erbij zitten, want het doet er niet zoveel toe, er zit helemaal geen effect in en er zijn veel moeilijker opslagen te bedenken. Men wil niet muggenzifterig zijn. Toch kan het irritatie oproepen, evenals de speler die in de loop naar de tafel net even te vlug serveert, als je eigenlijk nog niet klaar staat om de bal terug te spelen.

                                                                                                   Liefhebber.
 

Het hoge Noorden

 

De NTTB presenteert zich uiteraard als de tafeltennisbond van Nederland, dat is waar, maar er zijn altijd dissidenten geweest. Naast de Liga in Eindhoven, de UBT in Den Haag, al sinds 1947, en ook een zelfstandige bond in Tilburg, zijn ook de noordelijke tafeltennisverenigingen in “wilde” bonden apart georganiseerd, of in elk geval ( Groningen, Friesland, Drente ) zelfstandig geweest. Een situatie die zich bij mijn weten in Nederland in geen enkele andere sector van de sport gedurende langere tijd heeft voorgedaan.
Wellicht lag/ligt de oorzaak in de reisafstanden, die het spelen van verre wedstrijden duur en tijdrovend maken. Toch waagden de vertegenwoordigers van de kleinere bonden het in het grijze verleden al om van tijd tot tijd bij voorbeeld naar het noorden af te reizen om hun krachten met de noordelijke kampioenen te meten dan wel in de Korenbeurs te Groningen deel te nemen aan de Noordelijke Kampioenschappen ook al was dat een hele onderneming in die vervlogen dagen. Ik wil u  een verhaal dan ook niet onthouden.
Het was in 1953, dat twee teams besloten de handschoen op te nemen van de drie sterkste teams in respectievelijk Leeuwarden, Groningen en Hoogezand. Omdat armoe troef was werd het volgende plan gesmeed: Voor negen gulden een oud Skodaatje met een linnen dakje huren van een bevriende tafeltennisrelatie, daarmee konden vier man reizen; twee man per trein naar Leeuwarden om daar zaterdagavond de eerste wedstrijd te spelen. Vervolgens zou men gezessen in het autootje ‘s avonds laat naar Groningen rijden om daar in Hotel Elim ( eigendom van het Leger des Heils en daardoor een erg goedkoop onderkomen ) te overnachten. Zondagochtend de wedstrijd in Groningen om daarna te besluiten met ‘s middags de krachtmeting tegen kampioen Hoogezand.
Het begin liep gesmeerd, in Leeuwarden werden de treinreizigers met het eerder aangekomen automobieltje van het station gehaald. De wedstrijd werd gespeeld en op een gezellige manier afgesloten in het Friese nachtleven in het oudste deel van de stad. Problematischer werd de nachtelijke tocht naar Groningen met zes man in dat karretje, de linkervoorman stuurde, bediende de koppeling en remde, de middenvoorman gaf gas en bediende de versnellingspook die zich tussen zijn knieën bevond, onderling werd bij het schakelen driftig gecommuniceerd om een en ander goed te laten verlopen. De veren konden dit gewicht nauwelijks aan en daarom werd op aanwijzing van onze rijbewijsbezitter ( net behaald ) de volgende tactiek toegepast: Op de toen tweebaansweg, met bomen aan de kanten, werd voortdurend midden op de weg gereden en dat werd ook bij tegenliggers zo lang mogelijk volgehouden, het bracht spannende momenten, maar voorkwam zoveel mogelijk het schuren van de banden tegen de carrosserie.
In Groningen bleek de kermis nog aan de gang te zijn, studenten boden aan ons autootje op te tillen en veilig te parkeren echter op een voor ons ongewenste plaats. Niet nodig dus! De kermis bood wel de gelegenheid bij de oliebollenkraam wat sneeuwballen te nuttigen, de koper kreeg even later het lumineuze idee de lege zak op te blazen en te laten klappen, een witte wolk verspreidde zich in de Skoda en er klonk een noodkreet “M’n zondagse pak!” ( Je ging niet zo maar op reis ) en bij een

onverwachte beweging sneuvelde tot overmaat van ramp het achterruitje in de linnen kap. Tenslotte aangekomen op onze bestemming werd in het holst van de nacht de contactman uit bed gehaald, die ons naar Hotel Elim bracht.
Op zondagochtend werd de wedstrijd in Groningen gespeeld en ‘s middags die in Hoogezand.
De terugweg op de zondagavond, nu weer met z’n vieren in de auto en twee per trein, leverde met het Skodaatje echter meer problemen op dan op de heenweg. Twee lekke banden, zodat de tweede keer een fors eind moest worden gelopen naar het eerstvolgende pompstation om een band te laten repareren en terug, vervolgens voor alle zekerheid ook maar die andere band laten maken. In Amsterdam sloeg bij elk stoplicht de motor af, waarna er moest worden geduwd om de wagen weer op gang te brengen. De derde keer besloten de duwers de kroeg in te duiken om op adem te komen, na twee vergeefse rondjes in de auto werd er geparkeerd en gingen de beide anderen elk een kant op om te zoeken. Onze chauffeur dook op in het café en er werd afgesproken nummer vier bij de auto te laten, deze had bij het ”botje bij botje” leggen eerder zo zitten muggenziften, dat hij in de kroeg als kiespijn kon worden gemist.
Bij het voortzetten van de reis viel ook de verlichting van de auto nog uit; het mag een wonder heten, dat de thuishaven werd bereikt.
Achteraf een belevenis die je nooit meer vergeet, en dat weet je uit ervaring.

                                                                                                   Liefhebber.

TLE Jaarvergadering 2005

 

Een uitgave nr. 10 van de TLE’er die eigenlijk vanwege de mooie verslagen van de secretaris en de penningmeester eigenlijk elk lid zou moeten ontvangen, nu zijn alleen de wedstrijdsecretarissen in bezit daarvan.

Tot aan de pauze vloog de agenda er doorheen, het huldigen van de jubilarissen, de kampioenen en de bekerwinnaar Waalre nam nog de meeste tijd in beslag. De voorzitter had een paar anekdotische verhaaltjes bij de jubilarissen. In het kort. Wat te zeggen over Jan Aarts, die twee keer naar China ging en daar in dat tafeltennismekka twee keer een fameus Chinees batje kocht en vervolgens thuis bij “Oude Toren” er geen bal mee kon slaan. De omzwervingen van Geert Tops van de ene zich opheffende vereniging naar de andere tot hij bij S&O PTT kwam, waar hij nu vanwege verhuizing zijn tafeltennisloopbaan bij de TLE beëindigt. En Dirk Samoy zou zijn carrière achter de tafel graag met zijn oude batje willen beëindigen; dat is echter niet mogelijk vanwege de voorschriften, het batje voldoet daaraan niet !

Wat te zeggen over de financiën ? De reserves bedragen ruim 10 duizend euro, dat is meer dan tweeënhalf keer het bedrag dat in de jaarlijkse exploitatie steekt, 250%, terwijl in het bedrijfsleven een reserve van 10 tot 15 % al als prima wordt bestempeld. Zou er niet eens over een aantal bestemmingen van een groot deel van dat geld moeten worden nagedacht? Het 40-jarig jubileum is komend !

Bij acclamatie herbenoeming van Jan van Schagen en Huub van de Wiel, en benoeming van Wim Kurvers als 5e bestuurslid. Na jaren is het bestuur weer voltallig !

Het rumoer brak na de pauze los bij de indeling voor de competitie 2005-2006. Uit de ereklasse zijn drie teams weg ( Renata 1 en 2 èn S&O TPG) en dat leidt tot vermindering van teams tot 10 in de klassen hoofd / overgang / 1, met enig schuifwerk vooral door Flash lukte het om de overige klassen met 11 teams te bevolken. Maar het bestuur ging niet akkoord met het voorstel om Flash de ruimte te geven de hele problematiek met zijn ruime spelersarsenaal op te lossen.

Er werd geklaagd over te weinig wedstrijden, te veel weken vrijaf, en vroeg om 7 klassen met 12 waaronder dan één met 13 teams. Dat laatste bleek een struikelblok, omdat dan de competitieperiode met 4 weken moet worden verlengd tot eind mei, hetgeen erg laat is en bovendien in relatie tot bekerwedstrijden en de vrije weken in de twaalf teams tellende afdelingen tot problemen leidt. Een hilarische geponeerde oplossing stelde voor om één team dan maar weg te pesten ! Ook anderhalve competitie werd vooralsnog met tien teams door de competitieleider als niet te behappen beschouwd, maar de organisatie ligt wel bij een situatie met bij voorbeeld 8 teams op de plank gereed.

Het voorstel de opzet van de bekercompetitie weer terug te draaien en dan lege weken op te vullen werd afgewezen op grond van wedstrijdorganisatie en het verband tussen bekerschema en het aantal deelnemende teams.

Het TLE-toernooi haalde nipt het de door het bestuur geëiste deelnemersaantal. De klacht is en blijft echter, dat inschrijvers zonder bericht wegblijven. Dat is ook bij de achtkampen het geval. Het bestuur zint op maatregelen !

Met enige discussie over het hanteren van een nieuw boeteartikel in het wedstrijdreglement, werd dit zonder tegenstemmen opgenomen.

Van de rondvraag werd weer eens oneigenlijk gebruik gemaakt door voor de zoveelste keer te beginnen over het tellen tot 11 of 21. Maar het was tenslotte weer duidelijk, zelfs de nieuwkomers uit Stiphout hebben het tellen op de oude manier als heerlijk ervaren. Het staat zo in het wedstrijdreglement van de TLE en het blijft er staan ! Wie wedstrijduitslagen wil tellen als in de NTTB zal een onderbouwd voorstel voor de volgende ledenvergadering moeten indienen en kan dan als agendapunt worden besproken.

Co Jonkers van Waalre vroeg aandacht voor de Nederlandse bedrijfstafeltenniskampioenschappen, maar het bestuur van de TLE wordt over deze zaak niet benaderd en ontvangt geen enkele informatie. Het is een zaak van initiatiefnemers en deelnemende verenigingen, zo is het ooit ook begonnen een onderling treffen van de kampioenen van de apart van de NTTB opererende bonden,die de krachten eens wilden meten.

Dook Harks complimenteerde Jan van Schagen met zijn werk voor de TLE’er en Peter Moest wilde weten wie nou Liefhebber is ? Nou Peter, het is aan de ene kant leuk om onopgemerkt te luisteren en aan de andere kant heb je ook geen gez… van scherpslijpers en lui met lange tenen die op het meest ongelegen ogenblik zo nodig hun mening willen opdringen. We houden het nog even zo, voor de lol.

Tot zover de impressies van de jaarvergadering van Liefhebber..

Een prikker

 

Een teamgenoot uit begin vijftiger jaren van de vorige eeuw was een imposante Indischman, kort daarvoor gerepatrieerd, zoals dat heette, uit het toenmalige Nederlandsch-Indië. Tafeltennissen had hij in de oorlogsjaren geleerd in het Jappenkamp. Hij was een echte “Prikker”, een toen verfoeid spelletje tegenhouden met de buik op tafel, misschien wel de voorloper van het schuiven in deze tijd !

Imponerend ook door zijn grote gestalte, zijn schitterende zware Engelse motor, een Ariël (*), en zijn functie als inspecteur bij de luchtvaart.

Hij speelde met passie, met overgave, had een kunst gemaakt van dat prikken, reageerde razendsnel, stond als een blok beton achter de tafel, plaatste de ballen heel slim op de meest onverwachte plekken !

 

Wij werden dat jaar kampioen in de eerste klasse en Clybon sloeg geen wedstrijd over. Soms moest hij vroeg weg en speelde dan zijn drie partijen achter elkaar. Maar daar de tegenstanders hem leerden kennen in zijn spel en de zwakheden daarin, kon het gebeuren dat men meeging in het prikken met als gevolg ellenlange partijen ! Clybon kreeg het op zo’n avond Spaans benauwd, want dan liep het mis met zijn afspraak ! Bovendien kreeg het verhaal bekendheid met als gevolg, dat bij een volgende identieke gelegenheid de tegenstanders hetzelfde kunstje uithaalden.

 Het kon niet uitblijven, bij de individuele kampioenschappen van de bond in dat jaar kwamen Clybon en ik tegenover elkaar te staan. We prikten er op los met van mijn kant af en toe een klap. Toen werd er nog ronde na ronde gespeeld en wij waren die avond de laatsten die nog bezig waren met een talrijk publiek in afwachting van het spelen van de grootse finale in de ereklasse. In de derde set op de stand van 19-19 sloeg ik toe, maar Clybon liet de bal niet op de tafel komen hij prikte meteen terug, punt voor mij ! Zijn volgende serve werd door mij erin geramd en hij pakte de bal weer voordat die op de tafel had kunnen komen, hoewel eerlijk gezegd er alles op leek dat die bal er overheen zou gaan.

Clybon slaakte een smartenkreet, stak in vertwijfeling het balletje in zijn mond en maakte dramatisch een schitterende ronde door de hele zaal.

 

Jammer genoeg kon hij zijn werkzaamheden niet verenigen met een avondje tafeltennissen en verdween deze kleurrijke en plezierige man uit mijn blikveld. Maar vergeten ben ik hem na ruim 50 jaar nog steeds niet !

                             Liefhebber.

P.s. (*) Die zware Ariël was een 350 cc éénpitter. Als je nu op een motorfiets van 350 cc rijdt, vraagt men aan je “Wanneer koop je in plaats van die brommer eens een echte fiets ?”

Krijn


Een echte telg uit een vissermanfamilie die Krijn! Stoer en wijdbeens achter de tafeltennistafel, elke bal stoïcijns tegenhoudend met een batje van onbestemde leeftijd. Met zijn backhand kon hij met een soort aanvalsslag als variant goed uit de voeten en Krijn was razendsnel in zijn reacties. Een forehand had hij nauwelijks, alleen als die bal hoog genoeg op de juiste plek kwam. durfde hij met ware doodsverachting een vernietigende klap geven. En het ging vaak mis ! Krijn prevelde dan wat, alleen voor hemzelf verstaanbaar, en schoof vervolgens met één vinger zijn bril weer wat verder terug op zijn neus.

Je moest in je spel tegen hem geduldig zijn, de ballen scherp plaatsen en hem tot het verplaatsen van zijn voeten dwingen. Je kans afwachten om het punt te maken als het gaatje zich voordeed !

Die bril schoof wat vaker naar beneden als hij wat pilsjes en een flinke borrel op had, hij glom dan meer en toonde wat kleinere oogjes achter die brillenglazen.

Jaren lang kwam ik deze stoere eeuwige vrijgezel tegen in de competitie en op toernooien, zijn spel bleef onveranderd, alleen gebruikte hij in de loop der tijd wat meer borreltjes en dat deed hem niks. Hij stond daar in zeemanshouding gewoon die ballen tegen te houden. Gewoon !

Zou Krijn in deze tijd wat klaarmaken ? Het spel is sneller geworden en dat zou hem wel eens de das om hebben kunnen doen. Alleen materiaalspelers, lange noppen en dergelijke, die zou Krijn zelfs met twee liter jenever in zijn kraag zonder probleem aan zijn zegekar hebben gebonden.

Hij zou nu al een eindje in de negentig moeten zijn, hij leeft misschien nog, uiteindelijk heeft Krijn het vlees goed onder de pekel gehouden.

Zo overpeinst tenminste,

 

Liefhebber.

Me Pet

Ooit had ik een veertiger als fanatiek teamgenoot, een ouderwetse verdediger pur sang en het fanatisme straalde hij aan alle kanten uit. Hij was vader van een groot gezin en hij stoffeerde voor V&D huizen van particulieren, maar als vakman ook ambassades en dure kantoren.

Midden vijftiger  jaren van de vorige  eeuw bezat ik een  tweecilinder DKW  350cc en daar-mee haalde ik hem op en bracht hem na de wedstrijd naar huis, maar ook vaak naar nach-telijke karweien.

 

Dat kwam voor hem goed uit, want hij was altijd en overal krap aan de tijd en aangezien hij op de fiets was aangewezen, trapte hij zich gewoonlijk voortdurend uit de naad.

Als ik aankwam bij de dubbele flat, hij had op het portiek voor zijn talrijk kroost twee woningen naast elkaar, stond hij vaak nog met zijn echtgenote aan de omvangrijke afwas en moesten de kinderen eerst nog door hem naar bed worden gebracht.

Door zijn taai verdedigen liep de wedstrijd maar al te dikwijls uit tot de latere uurtjes, maar hij moest wel op tijd naar de klus om met zijn handlangers te gaan stofferen ! Menigmaal racete ik dan ook in de kleine uurtjes door de toen vaak stille lanen en straten naar zijn bestemming.

Op een koude winterse avond had hij zich goed aangekleed tegen de kou, zo’n Russische pet met kleppen op zijn hoofd om de oren tegen de vrieskou te beschermen.

U raadt het al, het werd laat die avond. We zaten bovendien wat verder weg in de nabijgelegen stad en vol gas stoof ik na afloop de grote weg op !

En gadsamme… onderweg kwam er op een gegeven moment van achter mijn rug een noodkreet :“Me Pet !!! “ Hij was zijn  warme pet met kleppen kwijt  en vloekte als een ketter !  Er zat niets anders op, stoppen en keren op de vluchtstrook op zoek naar die pet. Geen pet te vinden, er zat niets anders op dan af te stappen en te voet  ook in de graskant naast  de weg naar de pet te speuren.  De motorfiets werd op de bok gezet. Ik keek naar zijn vertrokken gezicht, sodeju, het verlies van die kostbare pet !
En toen zag ik het, de pet  hing op zijn rug, het  keelbandje zat nog keurig op  zijn plaats en had dat ding voor wegwaaien behoed.
Een geweldige opluchting. We reden heel wat rustiger weer verder.
Gezien de ernst van de zaak en zijn gemoedstoestand  heb ik pas later durven lachen om die zaak, en af en toe, net als nu, kan ik bij de nog steeds levendige herinnering een lach niet onderdrukken.

Liefhebber
 

Mooi spel en karakter!

 

Er staan spelers in mijn geheugen gegrift vanwege hun persoonlijkheid en mooie manier van spelen. Sierlijke bewegingen en een fraaie afwisseling van slagen gepaard met sportief gedrag, mensen die “iets” hebben !

Herre, alle ballen sierlijk op tafel terug brengen en als de kans er is vernietigend uithalen. Misschien wat voorspelbaar in zijn spel en daarom heerlijk om tegen te spelen. Maar het laatste ook omdat deze zo heel aardige man zeer sportief reageerde op al hetgeen zich bij het tafeltennisspelletje voordeed. Niet prat gaand op zijn maatschappelijk vooraanstaande positie.

Leen, een kampioen bokser, maar ook goed in tafeltennissen. Een mooigespierde vriendelijke adonis, te goedig van karakter om als technisch begaafd vuistschermer de absolute top te halen. Als tafeltennisser miste hij eveneens de felheid om door te kunnen stoten naar de hoogste regionen. Hij was enkele jaren een teamgenoot en elke partij was het een genot hem aan het werk te zien. Ondanks zijn aantrekkingskracht voor vrouwen en dus vele mooie vriendinnen, zou hij pas veel later de hem passende echtgenote vinden, net als hij charmant en vriendelijk.

Walter, een korfbalinternational, een heer in doen en laten, hij heeft zijn medespelers en tegenstanders manieren bijgebracht. Zijn wijze “lessen” en opmerkingen langs de neus weg zijn mij immer bijgebleven. Zijn tafeltennisspel had veel weg van schermen, parade é riposte, plagerig de bal keurig op de hoeken van de tafel plaatsen en dan onverwacht een treffer maken.

Hank, de ideale dubbelpartner, die echter zo uit het lood kon worden gebracht door onsportief gedrag. Dan konden zijn wangen lichtrood opkleuren en kon zijn oprechte verontwaardiging groot zijn. Een lang postuur en geen onsje vet te veel, dat hem een grote reikwijdte verschafte en hem weidse slagen veroorloofde. Hoge ballen werden door hem op karakteristieke wijze vernietigend afgemaakt.

Voorbeeldgedrag dat ik vandaag de dag mis in de sport. Men maakt zich terecht druk om topsalarissen en bonussen van directeuren in het bedrijfsleven, maar kikt niet over miljoenen die in de zakken van jonge voetballers – het is maar een spelletje in de waan van de dag – verdwijnen. Die zich heel vaak in en om het veld misdragen, zich daarvoor in het dagelijks leven voor de rechter zouden moeten verantwoorden. Met hun slechte voorbeeld heel wat ellende veroorzaken waarvoor de maatschappij moet opdraaien, ook financieel !

 Onvoorstelbaar welk een zeggingskracht aan leeghoofdige zakkenvullers in en om de sport wordt toegekend en hoe schaamteloos direct en indirect om miljoenen wordt gevraagd voor contraproductieve bezigheden.

Liefhebber staakt het schrijven van dit zo mooi begonnen stukje. Als er nu eens echt iets komt uit de discussie over Waarden die algemeen en voor iedereen van waarde zijn en Normen = Regels waar

iedereen aan wordt gehouden ook in en om het sportgebeuren.

 

Liefhebber

 

Jongens van de Gestampte Pot

 

Het moet rond 1950 zijn geweest en in de laatste competitiewedstrijd stond ik in mijn eentje, twee medespelers waren en bleven absent. Gelukkig deden de tegenstanders niet flauw, hun voorzitter was als supporter bereid onder de naam van één van mijn teamgenoten de strijd aan te binden en tot zijn grote hilariteit hingen we onze tegenstanders aan de zegekar ! Dat werd na afloop gevierd en als jongmaatje kreeg ik een paar colaatjes. Zij waren niet voor niets gekomen en ons bleef een boete bespaard !

Meteen werd besloten, dat ik maar lid van hun club moest worden, in letterlijke en figuurlijke zin een vrije vereniging in onze bedrijfsbond, en alzo geschiedde. En je beleefde wat met die mannen, mijn vader betitelde dergelijke figuren als “Jongens van de gestampte pot” !

We hebben er wel eens een medespeler een poosje gemist, omdat hij met vakantie was in “Hotel De Houten Lepel.” Die gasten hadden ook allerlei vrije beroepen, zoals met encyclopedieën langs de deuren gaan, kelneren, in de handel zitten met wat je daaronder ook mag verstaan, etaleren etc. Op de meest bizarre tijdstippen werd er getafeltennist en gebiljart. We speelden na het tafeltennissen vaak tien over rood, het missen van de rode bal kostte een rondje. Eens gebeurde dat weer een keer en was Kareltje - illustrator bij een plaatselijk dagblad - zo enthousiast, dat hij (te) stevig met zijn keu op de grond stampte, zodat hij prompt dat ding in twee delen in zijn handen had, voorzichtig aan elkaar gepast werd de keu weer in het rek geplaatst en de partij ging verder.

En toen, veel later overigens, werd de deur van hetzelfde café waar we altijd gingen biljarten, na een uitwedstrijd voor ons neus door de kroegbaas op de knip gedraaid. We mochten er niet in !!! Een week daarna kwam de aap uit de mouw, één van de spelers uit een ander team had aan de kastelein een gouden horloge voor diens liefje verkocht en dat bleek Amerikaans goud (doublé) dus nep te zijn. Met als gevolg, dat er niet meer kon worden gebiljart en we onze toevlucht bij een ander établissement in de buurt moesten zoeken, zonder biljart, maar ja, daar was de saté overheerlijk. En zo werd een portie saté na de wedstrijd traditie ! Hier vind je wat en daar laat je wat, zo is nou eenmaal het leven !

Er viel altijd wel wat te regelen, tafeltennistafels werden op de pof gekocht en met allerlei ludieke acties uiteindelijk ook nog betaald.

Clubkleding, we speelden toen nog in onze gewone kleding in de lange broek, werd goedkoop ingekocht, maar de overhemmetjes in een onbestemd paarsbruine kleur krompen en werden spoedig te krap en vrij vaal van kleur.

Vrouwen speelden vaak een grote rol in de escapades. Ik wijd er maar niet over uit.

De etaleur was een topper in zijn vak en werkte voor de duurste zaken. Scooter ging hij rijden, maar een rijbewijs halen lukte met zijn rijstijl niet; een auto volgde en waarachtig na langere tijd bezat hij eindelijk het begeerde papiertje om zijn BMW te besturen. Van binnen een puinhoop vanwege de rotzooi, vaak vergat hij deze bolide op slot te doen en was dan verontwaardigd de wagen leeggeplunderd terug te vinden. Gestolen, kreeg hij de kar waarachtig toch weer terug in zijn bezit.

Een ander verdween een poos later las je wat over hem in de krant in verband met dit of dat als fameus oud-tafeltennisser. Weer een ander kreeg een leuke baan, als hij maar naar de tafeltennisafdeling van de personeelsvereniging in dat bedrijf overstapte, en het ging verder prima met hem.

En die etaleur, die zakte af, hij verloor zijn ouders, kwam na een receptie als een “maleier” ,d.w.z. dronken als een tor, tafeltennissen, speelde dan fantasierijk maar helaas meer naast dan op de tafel. Mooie vrouwen verdwenen bij hem uit beeld en zijn tafeltennistas stond stijf van de schimmel en stonk een uur in de wind. Het gokken had hij altijd binnen grenzen gehouden, maar liep nu uit de hand. De liefde zocht hij inmiddels in Thailand. Zijn huishoudelijke hulp liet hem na een maand in de steek met de boodschap “Ruim je eigen rommel maar op !” Uiteindelijk overleed hij begin vijftig jaar oud.

En toch….

Het zijn herinneringen, die niet kunnen worden afgenomen, ze geven aan dit tafeltennisverleden een aparte kleur tot vreugde van

                                                      Liefhebber.

Tegenstellingen

 

Mooi zomerweer, ik heb mijn Eindhovense krant geruild met mijn buurman voor het Algemeen Dagblad en heb daarin net de afgrijselijke “quotes” van Michael Boogerd gelezen waarin hij zijn blazoen tracht op te poetsen met de etappewinst van de jonge Pieter Weening in de Tour de France. Volgens Boogerd ook dankzij zijn tips. Zoals altijd slap gelul, waar je doodziek van wordt !

 

En dan opeens midden in de sportuitgave twee pagina’s over de nu 80-jarige Lex Karamoy, in de vijftiger jaren tafeltennisspeler van het Leidse Scylla. De man die als eerste wellicht op de tennisbaan speelde als een tafeltennisser met top- en backspin, vanaf de baseline zijn tegenstanders er uit spelend vaak met hele slimme stopballetjes. Drie keer tenniskampioen van Nederland en dat in de tijd van grootheden als Wilton en Van Swol ! Schitterend nu zijn de uitspraken (niks quotes, wat zijn dat ?) van Karamoy: Bij tennissen na een foutserve opnieuw mogen serveren, flauwekul als je het lef hebt hard te meppen moet je ook de misser accepteren, fout is fout, zo maken ze van het spel trouwens nog wat meer kledder boem ! Een goede passeerlob mag je toch ook niet overdoen Ach, arme jongen, mis, doe het nog maar een keer over!. Deuce? Een winnende slag telt voor de partij !

 

Wat een tegenstelling tot al dat gedaas van al die eendagsvliegen in de sport, wat een verademing weer eens een echte sportman aan het woord te hebben, zonder poespas zijn mening geven en de spijker op zijn kop slaan.

 

Als tachtigjarige tovert Karamoy nog steeds met de bal, net als vroeger een bal met effect over het net backspinnen zodat de bal onaangeroerd weer terug komt over het net. Het is lachen, je raakt snelheid en reactievermogen kwijt,maar techniek verlies je niet.

 

Deze nog even aangehaald van zijn clubgenoot in Scylla, Gerard Bakker, in een aantal opzichten een tegenhanger van Lex Karamoy. Bakker zag hem langdurig trainen op de kantbal. In de partij zei volgens hem Karamoy eens bij de stand 16-16 Sorry hoor, maar ik ga nu even een kantbal slaan ! En vervolgens spatte de mazzelbal van de rand van de tafel. Daarna Karamoy weer Een beetje lullig misschien, maar ik vertrouw het nog niet, ik sla nog een kantbal ! En weer raak!

 

Ik bewaar deze twee pagina’s uit de sportbijlage van het A.D. En midden in de zomer voel ik de adrenaline werken , een lekker spanning gevend gevoel, een prikkeling om in september weer achter de tafel te staan en dan met iets van dezelfde mentaliteit en hetzelfde spelplezier van deze tachtigjarige voor het zoveelste seizoen mijn sport te beleven. Wat een inspiratie!

 

Ik wens hetzelfde aan alle TLE-ers toe !

 

Liefhebber

Prijsvraag


Het is me er één, die Jan van Schagen ! Onvermoeibaar als het om TLE-zaken gaat, ideeënrijk bij het organiseren van de beker-competitie, vol vuur achter de tafeltennistafel en nieuwsgierig naar van alles en nog wat.

Maar hij zadelt Liefhebber wel met een probleem op, als onderwerp van nieuwsgierigheid, je moet een liefhebberij in alle rust op een geschikt moment kunnen uitoefenen. En dan een prijsvraag zonder ook maar één prijs(je) ! Kennelijk is het weten toch niet belangrijk genoeg, houden zo !

Ooit is deze stukjesschrijver” begonnen met schrijven om onze toenmalige redacteur Frans Klerks in zijn werk  te ondersteunen en op basis van “ ik wil wel stukjes leveren om zo nodig de open gaten in de TLE-‘er op te vullen”. Met één aflevering per uitgave zijn vijf of zes van die dingen per jaar met wat verslagjes dan voldoende om die belofte waar te maken.

Wat doet Jan? Hij gooit temet het hele blad in één keer vol met verhaaltjes en weg is de voorraad voor een heel seizoen ! Niet een stukje van de taart uitdelen, maar meteen de hele taart door de strot wringen. De smaak is dan wel weg om maar niet erger te veronderstellen ! Daar valt niet tegen op te werken. Trouwens die stukjes zijn qua inhoud in een bepaalde tijdplanning te plaatsen.

Het doet me denken aan het tegendeel. Vele jaren geleden was Joop de drukker van het clubblad van mijn voetbalvereniging. Joop had bij zijn baas een klein degelpersje op de kop getikt, hij zette met de hand de loden lettertjes in een raampje en dan blaadje voor blaadje afdrukken door de hendel van de pers naar beneden te trekken. Een eindeloos arbeidsintensief karwei om wekelijks te doen in een daarvoor door Joop in gebruik genomen kleedkamer.

Als er in dat blaadje - in totaal zo’n vier pagina’s half A4 - nog wat ruimte over was, mocht Prikkeltje een stukje leveren, niet meer dan 15 tot 20 regels en op zijn hoogst een halve pagina. Een wat grotere kerstuitgave gaf dagen meerwerk, de schrijverij moest dus beperkt blijven. Joop moest het kunnen behappen ! Jaren lang werd gegist naar de ware auteur van de korte maar uiterst pittige schrijfseltjes totdat Joop met zijn gezin het avontuur zocht en emigreerde naar Australië.

Toen en toen pas bleek, dat de schrijver Prikkeltje een schrijfster was, de echtgenote van de voorzitter van de jeugdafdeling. Dus wie weet ,als Jan emigreert ….dan….

Tegelijkertijd staat als een paal boven water, dat er binnen de TLE tal van verhalen “rondzweven” die de moeite waard zijn om te publiceren. Dat bleek trouwens op de jaarvergadering rond enkele jubilarissen, Jan Aarts in China...etc. Wat let u om een verhaaltje in te leveren bij de voorzitter Geert Bons, hij bewaart de anonimiteit, en het helpt mee om de onverzadigbare Jan aan voldoende en gevarieerd materiaal voor de TLE’er te leveren.

Een wijze raad: Lever wel de stukjes één voor één aan !

 

Liefhebber    

Threeball toernooi

 

Help! Wel een hele aparte vertaling van het woord dubbeltoernooi. Kan iemand mij de naam uitleggen? En met het wegvallen van de NRE dan toch ook het gevoel, dat aan ons in deze nieuwjaarstijd een goede bekende is ontvallen.

Niettemin de deelname is groot, de TLE’ers hebben er weer zin in en na de nieuwjaarswensen vallen alras weer de klappen, eerlijk verdeeld over de vier mensen aan de tafeltennistafel overeenkomstig de kerstgedachten over en weer. Eerlijk delen en sportief zijn voor elkaar !

Zijn er uitgesproken favorieten ? Een blik op het deelnemersveld laat vertrouwde, maar ook nieuwe combinaties zien. Het overwicht van Taveres in de eerste klasse is weg, wie treden in hun voetsporen? In de lagere klassen zijn wat verschuivingen opgetreden ! Wat leveren de eerste speeldagen op aan gegadigden voor de eindronde op vrijdag ?

Sfeer en perspectief gevolgd door voldoening over het spel en dan de vreugde bij prestaties, alles in de goede volgorde bij deze traditionele opening van 2006 in de TLE.

In de voorronden spanning te over ! Je ziet dubbelpartners aarzelend beginnen, is het onwennigheid of zijn het de naweeën van de oliebollen. Het ene moment staat het ene dubbel aanzienlijk voor, dan loopt de tegenpartij weer in en tenslotte wint de gelukkigste de game op het allerlaatste ogenblik.

In poules van de eerste klasse is tot het laatst niet duidelijk wie na de winnaars als tweede de eindronde halen en in relatie tot poule B wie als beste derde de finaleronde binnenstapt !

In de tweede klasse redden de deelnemende bestuursleden van de TLE het niet, Geert Bons en Jan van Schagen  met hun dubbelpartners worden uitgeschakeld.

Je ziet ook een deelnemer, die in een andere klasse voor de tweede maal achter de tafel verschijnt, niet gek bedacht als je graag dubbelt. Alleen wat lastig als je beide keren de finaleavond zou halen !

In de vierde klasse is de eindstand in zowel poule A als poule B afgetekend qua sterkte 1-2-3-4. In de vijfde klasse liggen de krachtsverdelingen in beide poules wat dichter bij elkaar. In de zesde klasse en de zevende klasse houdt men bovenaan de zaken aardig in evenwicht.

Razend nieuwsgierig wat de finaleavond zal opleveren, gaan we vrijdagavond naar de Bekerakker.

Buiten blijkt reeds de grote drukte en binnen de strijd stelt niet teleur !

In de eerste klasse zijn Toine Verhoeven en Hans Vrancken ongenaakbaar, zij blijven ongeslagen ook al is het verzet van de tegenstanders soms heftig.

Opmerkelijk is in klasse twee, dat het Taveresteam Maarten Leijten/Arjan Kole zo domineert, volgende keer maar in de hogere groep meedoen en trachten daar het sluwere spel van de oudere heren in die klasse te ontrafelen.

In klasse drie is het sterke team van Best verdwenen en dat wegblijven is ook in andere klassen merkbaar. Schrijft men in om maar één avond mee te doen ? Overmacht bestaat, maar inschrijven legt ook een verplichting op ! Let eens op hetgeen het bestuur van de TLE zeer terecht zegt over het inschrijven voor de TLE-kampioenschappen en het verschijnsel wegblijven !

Wat opmerkelijk is, is dat soms spelers uit hogere klassen dubbelen met partners uit veel lagere regionen en het dan samen in een tussenliggende klasse uiterst moeilijk hebben om zich te plaatsen voor de finale-ronde of zelfs daarin helemaal niet slagen.

Dat familiebanden heel wat kunnen betekenen bewijzen de gebroeders v.d. Tillaart van ECVA. Zij worden tweede achter het sterke Geenhovendubbel, maar dragen zo bij tot het behalen van de verenigingsprijs voor hun club !

In de vierde t/m de zevende klasse strijden ook de dames op vrijdag nog mee, gelukkig maar, want zonder hen is het toch minder gezellig.

Rondspeurend kan men ook het oudste dubbel aan het werk zien NRE 3  Coumans/Wolters . De vertegenwoordigers van het Snelle batje 1 en 2 doen dit keer hun naam eer aan en strijden in hoog tempo mee om de eer in de klassen 6 en 7 en worden respectievelijk 3 en 1 in hun klasse.

Het hele toernooi loopt als een speer en een compliment aan de organisatoren met dank voor al dat werk is zeker op zijn plaats. Ik heb als deelnemer weer eens genoten.

 

Liefhebber.

Wonderlijke plekken om te tafeltennissen!

Een uitwedstrijd tafeltennissen betekent niet alleen even kijken waar we moeten zijn, maar ook is er een kleedkamer en is er wasgelegenheid ? Nog steeds niet altijd even jofel geregeld.

Ik herinner mij echter een tijd, dat er in onze bond maar één club was met de luxe van douches. Een feest om er heen te gaan, de speelzaal was er prachtig en het bespaarde een gang naar het openbaar badhuis, thuis was het ook maar behelpen met één keer per week de wastobbe en alle andere dagen de keukenkraan ! Bij de voetbalclub had je ook niet meer dan koud opgepompt water uit de kraan, er van drinken betekende diarree krijgen !

Je kwam in kale gymzalen, zaaltjes van parochiehuizen of clubhuizen van het jeugdwerk, of in mooie en minder mooie kantines maar de tafeltennistafels stonden ook wel in allerlei achterafhoekjes in een hal of bij de lift, omdat daar nou net wat meer ruimte was om de tafel(s) neer te zetten.
Je speelde in een toneelzaaltje de ene set bergop en de volgende bergaf, in het ergste geval stond de tafel in zijn geheel schuin en dat was dan nog het eerlijkst. Oh ja, ooit ook nog eens gespeeld in een kelder van portiekwoningen, onmogelijk om de bal hoog terug te brengen !
Een schuilkelder onder een groot kantoorgebouw als gevolg van de koude oorlog, met luchtverversing en allerlei andere voorzieningen, was daarentegen weer een mooie ruime speelruimte. En dan het tegenovergestelde dichter bij de hemel, een grote zolder boven een oud postkantoor, te bereiken via een ladder naar een luik in het plafond. Hoe de tafels daar terecht waren gekomen is tot op de dag van vandaag een groot raadsel voor mij !
Het meest bont maakte het de sportredactie van het plaatselijke dagblad. Als je daar kwam werden op de redactie twee bureaus afgeruimd en het tafeltennisblad (een stuk triplex) er bovenop gelegd, te hoog en slecht stuiteren dat dat deed ! Tegen de regels natuurlijk. Er was geen tegenstander in die klasse die van die lui op hun terrein won !

Er waren twee heel bijzondere verenigingen. Om met de eerste te beginnen, die lui speelden alleen maar thuiswedstrijden, je moest dus twee keer uitspelen, jawel in de bajes ! Die teams waren ook nog eens anoniem en wisselend van samenstelling al naar gelang de lengte van hun straf of verkregen dan wel verloren voorrecht(en).
Voor de wedstrijd van de tweede club moest je naar wat destijds heette het gekkenhuis. Toen een gesloten inrichting waar maar weinig over werd gesproken. Er wordt in deze tijd heel anders en vooral beter met geestelijk gehandicapten omgegaan. Honderd jaar geleden kon het gebeuren, dat een epilepticus naar bij voorbeeld Den Dolder op de Utrechtse Heuvelrug ging en vervolgens zijn leven lang in die inrichting verbleef. De wedstrijd was een hele belevenis daar temidden van de enthousiaste supporters, de patiënten en nu cliënten, te spelen tegen de verplegers. Je hoefde zelf geen balletje op te rapen !
H
et bovenstaande gaat over, de tijden zijn veranderd.

                                                                                       Liefhebber.

Pannenkoek…    een ding !!!!!!!!

Mijn vader had een schitterend verhaal uit zijn voetbaljaren. In de universiteitsstad Delft, destijds zijn woonplaats, bestond er in de twintiger jaren van de vorige eeuw geen studentenvoetbalvereniging zoals nu Pusphaira in Eindhoven. De studenten voetbalden in de elitevereniging Concordia. Hun bekendste voetballer was ooit de alom bekende huisarts Jan Thomée, hij speelde enkele malen in het Nederlands elftal en tal van legendarische verhalen doen over hem de ronde. Maar daar gaat het hier niet over !

 

In die jaren speelde ook een zekere Pannenkoek enige tijd in Concordia. Een hele dunne figuur, hij hing in zijn voetbalkostuum en kon er een rondje in draaien, hij was – zo werd vroeger wel gezegd – bij het vis bakken uit de pan gesprongen ! Bijkomend is, dat in die tijd een uitstekende zeer fragiel gebouwde Delftse scheidsrechter op de voetbalvelden acteerde, bij gebrek aan beter met zwartzijden kousen van zijn echtgenote aan zijn voeten en met een zeer prozaïsche naam, die ik uit eerbetoon liever verzwijg.

 

Maar doelpunten maken, vlammend op het doel schieten, dat kon Pannenkoek ! De tegenstanders deden het in hun broek, als die vent met zijn maat 47 ging schieten. Coen Dillen was nog lang niet geboren en vanuit de herinnering, het verhaal, schoot Pannenkoek nog harder !

Als die man de bal in de buurt van het strafschopgebied voor zijn voeten kreeg, brulden de toeschouwers oorverdovend: Pannenkoek………een Ding ! Ze smeekten als het ware om dat verschroeiende schot ! Menige keeper heeft zijn handen of lijf gevoeld en wenste de bal nooit te hebben aangeraakt, veldspelers bukten bij voorbaat !

 

Ik moest er onlangs aan denken, toen ik spelers van Taveres aan het werk zag. De jeugd is sowieso groter dan de voorgaande generaties en die studenten steken er vaak nog boven uit.

In mijn daaropvolgende partij kwam een mooi uitgespeelde bal hoog terug op mijn tafelhelft, u snapt het, inwendig stormde het even en loeide het in mijn binnenste Pannenkoek………een Ding ! Ik sloeg als het ware de bal dwars door de tafel heen ! Punt voor mij !  Bedankt Pannenkoek !

 

Liefhebber.

Net- en kantballen

 
Het stukje over de 80-jarige Lex Karamoy deze zomer in het Algemeen Dagblad, waarin sprake was van de ingestudeerde kantbal brengt het nodige terug in de herinnering over de kant- en netballen.

Het verhaal is trouwens net even te mooi om waar te zijn. Maar spelsituaties gaan op de lange duur een eigen leven leiden en met enige fantasie ontstaat er een soort van legendevorming, zeker bij een zo kleurrijke figuur als Karamoy.

 

Ooit behoorden echter die ongelukkige klappen, dat soort situaties, niet bij het spel. “Het spijt mij !” bij een netbal was gemeend en de bal werd netjes teruggebracht om de tegenstander in de gelegenheid te stellen zich te herstellen. Een met een kantbal gemaakt punt werd teruggegeven door de volgende serve of gespeelde bal bewust over de tafel te slaan. En oh wee, als een onsportieveling zich niet aan deze ongeschreven regels hield. Hij of zij liep grote kans te worden genegeerd of doodgezwegen “Het hoorde niet!”

 

Bij mijn weten was dit gedrag over komen waaien uit het toentertijd alleen door de elite gespeelde lawntennis. Wie van dit laatste woord opkijkt en denkt “Wat is dat ?”, nu wordt er gewoon tennis tegen gezegd.

 

Het spelgedrag is veranderd, het “sorry” wordt maar al te vaak bijna juichend geuit en woeste kreten over het tegenpunt als gevolg van een kant- of netbal zijn niet van de lucht. Natuurlijk voel je je wel wat gegeneerd, als je veel van dat soort punten scoort, maar teruggeven komt tegenwoordig niet meer voor. Je kunt trouwens ook de woeste kreten vanwege dat ongelukkige tegenpunt vermijden door het in onze materialistische maatschappij zo broodnodige relativeren toe te passen. “Kant- en netballen, ach ze horen bij het spel. En je moet je door tegenslag nu eenmaal niet laten ontmoedigen !”

 

Dat brengt mij tegelijkertijd op het laatste aspect van deze zaak. Sporten is er om je te ontspannen, het is vaak een uitlaat om je af te reageren, een gezonde bezigheid om los te komen van sores !

Dus enige acceptatie van kreten mag best worden verwacht in het vuur van ons tafeltennisspelletje.

Het wordt pas kwalijk als er met allerlei opmerkingen wordt gemanipuleerd om zo de tegenstander uit het evenwicht te halen.

 

Liefhebber.

Jaarvergadering TLE 2006

 

Drie weken eerder dan vorig jaar vindt de jaarvergadering van de TLE plaats bij Flash, inmiddels een club om in te lijsten want ook voor volgend jaar stelt Flash zijn zaal ter beschikking en dat bieden zij dan aan voor de derde opeenvolgende keer.

Een aantal bijzondere tintjes heeft deze bijeenkomst trouwens, want vandaag neemt Hub Vencken afscheid, na als mede-oprichter 37 jaar lang eerst als  voorzitter en vervolgens als penningmeester in het TLE-bestuur een belangrijke rol te hebben gespeeld. De voorzitter memoreert zijn verdiensten en de zaal begroet het voorstel hem tot erelid te benoemen met een fors applaus. Zo heeft Hub de eeuwige dank en roem van de TLE verworven en blijft tot zijn laatste snik lid van zijn (onze) TLE !  Bij acclamatie wordt Marc Maas van NRE tot nieuwe penningmeester verkozen.

 

Ook Huub van der Wiel zal afscheid nemen, als competitieleider een coryfee, maar hij blijft nog even als adviseur bij het bestuur betrokken en begeleidt nog een jaar de nieuwe competitieleider Jan van Schagen.

Dan zijn er maar liefst 13 jubilarissen 25 jaar lid van de TLE. De voorzitter heeft over een aantal jubilarissen wat te vertellen, het meest opvallend over het drietal van Wetac : Jac Adams, Bob Bruns en John van Roy (15 jaar samen in één team). Jac met een serviceact als een horlepiep, het nuttigen van drankjes als brandstof voor het potje tafeltennis, en dan na afloop op de fiets naar huis voor zover dat nog mogelijk is. Drie echtgenotes thuis, die allen steeds te horen krijgen dat de tegenstanders altijd zo laat in Westerhoven aan komen zakken en dan worden er ook nog zoveel driesetters gespeeld ! Ik begrijp nu, waarom vreemdelingen in dat dorp altijd zo argwanend worden bekeken, als zij op weg naar de “speelgelegenheid” van die tafeltennisclub zijn.

 

De TLE’er nummer 10 is eigenlijk de meest interessante uitgave van het jaar, die zou iedereen moeten kunnen lezen ! Nu krijgt alleen de wedstrijdsecretaris van de vereniging zo’n exemplaar.

Dickie Bigmans heeft een vervolg op zijn eerste stukje geschreven. Is dit de opvolger van Liefhebber? Of is hier sprake van één en dezelfde persoon ?

 

Het eerste deel van de vergadering gaat er met deze handwijzer als een trein doorheen: Jaarverslag

secretaris met een applaus goedgekeurd, Verslag secretaris idem dito, Verslag kascommissie in dank aanvaard en wederom met applaus de penningmeester Hub (voor de laatste keer) gedechargeerd voor het gevoerde beheer. Een nieuwe kascommissie komt er na enig weifelen ook weer. Over de financiële verantwoording 2005 geen enkel commentaar, maar dan hapert de machine !

 

Het staat niet als punt op de agenda, maar het bestuur stelt een contributieverhoging voor om een spaarpot te vormen voor een feest bij het 40-jarig bestaan in 2009. En daarmee zijn de verhoogde getallen en de geheimzinnige cijfers in de marge ineens duidelijk geworden. Eerst voorzichtig en vervolgens heftiger wordt er geprotesteerd: Er is nog geen enkel idee over het feest: Wat ? Waar ? Hoe ? Wel of niet eigen bijdrage ? Dit onverwachte voorstel krijgt niet de schoonheidsprijs ! Plots komt als argument voor de contributieverhoging de sponsor van het drukwerk ter sprake, als die wegvalt ontstaat er een gevaarlijk gat in de verhouding inkomsten-uitgaven. Niemand verklaart zich uiteindelijk tegen, maar men wil meer weten over de vorm en aanpak, bovendien zijn de ledenvergaderingen van de verenigingen al geweest en de contributies voor komend jaar staan vast. Het argument drukwerk wordt later in de vergadering onderuit gehaald, als iemand voorstelt de TLE’er via internet te distribueren. Dan verleg je de drukkosten naar de ontvanger en bovendien verdwijnen daarmee ook nog eens de verzendkosten !

Tenslotte belooft het bestuur het volgend jaar met een voorstel te komen en dit jaar de verhoging van de contributie achterwege te laten.

 

De Kampioenen worden gehuldigd en JCF krijgt voor de derde keer de beker; twee keer eerder was dat voor team 2, maar nu is het team 1 voor wie de beker bestemd is. Het TLE-toernooi is bevredigend verlopen en wordt ook volgend jaar weer georganiseerd.

 

De indeling van de teams voor seizoen 2006-2007 heeft Huub v.d. Wiel weer keurig voor elkaar, drie teams er af en vier erbij, 85 verdeeld over 8 klassen: 3x10 en 5x11. Er wordt even gesparteld want de klassen met tien teams hebben halverwege het seizoen een lange rustpauze en zijn vroeger klaar met het seizoen. Sommigen moeten dan ook nog lang wachten op de achtkampen. Huub legt uit, dat hij met 85 teams niet anders kan en bovendien kiest voor continuïteit. Deze gaat verloren als in een golfbeweging het ene jaar wat krapper is en er 7 klassen worden ingedeeld en vervolgens het jaar erop er weer 8 klassen nodig zouden zijn.

Het kan niet anders, ook dit jaar zit 5 december in de competitieplanning. De grootvaders in de zaal sputteren wat!

 

Frans Klerks bedankt het bestuur voor de reglementswijziging als reactie op het door hem een poos geleden aangekaart probleem met vertrokken leden, die vervolgens wel aan de achtkamp meededen. Met het aangenomen voorstel tot wijziging van artikel 1 is dit nu niet meer mogelijk.

De wijziging van artikel 23 behelst de berekening van de plaats op de achtkamplijst. Tot nu toe kon een speler door het onder en boven de 60% gespeelde wedstrijden heen en weer schieten van de onderste nullijst naar een hogere plek. De achtkamppunten worden nu als volgt berekend:

Volgens Jan van Schagen komt dit min of meer overeen met de volgorde zoals die tot nu toe met het oude systeem werd bereikt zonder de negatieve elementen van dat systeem. De uitvinders vinden de uitleg zo ingewikkeld, dat zij daaraan maar niet beginnen. De zaal gaat plat en aanvaardt in goed vertrouwen (of verbluft door de presentatie ?) het voorstel !

 

 In de rondvraag komt de enquête van Flash ter sprake om op vrijdagavond te gaan spelen, de grote meerderheid voelt hier niets voor. Het voornemen gaat dus niet door, zij het dat Flash de vrijdagavond wel beschikbaar houdt voor eventuele inhaalwedstrijden. Houdt dit laatste in, dat je voorzichtig moet zijn als een Flash-team voor een thuiswedstrijd om uitstel vraagt ?

 

Kan het inschrijven van de teams voor de competitie niet wat eenvoudiger ? Er zijn 10 pagina’s tekst nodig om uit te leggen hoe het moet ! Jan van Schagen zegt alle gegevens, op de juiste manier aangereikt, nodig te hebben om deze snel en volledig te kunnen verwerken. Er wordt vanuit de zaal op gewezen hoe eenvoudig de NTTB dit doet.

Tenslotte : Kunnen de wedstrijduitslagen via internet worden aangeleverd, dan zijn deze sneller bekend en ook vlugger verwerkt in de stand. Enige wedstrijdsecretarissen steigeren, wie gaat dat werk doen ? Wie handelt dit bij de bond verder af ? Een verwijzing naar de NTTB klopt niet helemaal, daar worden de uitslagen via internet doorgegeven, maar vervolgens worden de volledige en ondertekende wedstrijdformulieren alsnog opgestuurd. Is er passende software ? Het idee lijkt te vroeg te worden gelanceerd !

 

Dat was dan weer de jaarvergadering door de ogen van Liefhebber. Met zijn stukjes raakt deze scribent zo zachtjes aan uitverkocht, er is uiteindelijk ook veel wat hij niet wil vertellen ! En recent stond in een krantenartikel, dat een mens uit de eerste 30 jaar van zijn leven zich drie keer zo veel herinnert als uit de latere jaren.

Bij deze dus de aanmoediging aan al die oudere knarren om net als Dickie B. eens naar de “pen” te grijpen en te verhalen over die mooie tijd uit hun jeugd !

 

                                                                 Liefhebber


De Gannef

 

Zoekend op internet naar mijn tafeltennisverleden zag ik hem opeens staan, de gannef *, ouder geworden en dus grijs, maar goed herkenbaar en nog steeds met dezelfde grijns op zijn gezicht. Hij had in een lagere klasse de eerste prijs gewonnen. Een prijzenjager * was hij indertijd niet, in de hoogste klasse van onze bond kon hij redelijk meekomen. Dit kampioenschap anno 2005 zij hem dus van harte gegund!

Als amateur-voetballer kon A.H. – Nee, niet Appie Hein! – beter uit de voeten in de hoogste afdeling van het zaterdagvoetbal, een technisch begaafd speler.

En hij staat vanwege dat voetbal in mijn geheugen gegrift! Waarom? Wel ooit speelde Feijenoord uit tegen Benfica en wij wilden graag de wedstrijd tegen zijn team uitstellen om deze Europacupwedstrijd op TV te volgen. Dat lukte niet, welk voorstel we ook deden, het was niet mogelijk, hadden zij geen bezwaar voorhanden, dan vonden zij er ter plekke één uit!

Alzo, braaf als wij als team waren, ook als koploper geen puntenverlies riskerend, stonden we op tijd bij onze tegenstander klaar om te beginnen. Maar amai, deze mannen waren er niet en het duurde een poosje aleer de eerste verscheen, hij had toch even naar het begin van de wedstrijd gekeken! Nummer twee kwam nog later -  de eerste speler had inmiddels al twee partijen gespeeld en maakte zich op voor de derde -  hij kon melden, dat het nog steeds 0-0 stond.  U begrijpt het A de H kwam als laatste hijgend binnenrennen juichend uitroepend:  “Het staat 1-0 voor Feijenoord!”  Het bericht werd met vreugde ontvangen, maar bij ons heerste toch wel de nodige ontstemming, wij voelden ons belazerd door de heren!

Jaren is A H.  gepest als hij met zijn tasje onder zijn arm binnenkwam met opmerkingen als: Hoe is de stand? En als hij wat later binnenstapte: Zeker een Europacupwedstrijd aan de gang?

Tjonge, bedenk ik mij opeens, het was destijds heel wat moeilijker om een wedstrijd uit te stellen dan in de tegenwoordige tijd.

 

Liefhebber

 

 

 

v      Gannef: Jiddisch woord, min of meer liefkozend gebruikt voor een schavuit, die iets voor je neus weg pikt.

v      Prijzenjager: Destijds een afkeurende benaming voor een speler, die voor zijn niveau bewust  te laag gaat spelen om vooral maar te winnen en de prijzen op de toen vele en druk bezochte  toernooien weg te slepen.


Aan de fles?

  

Wie in de sportschool rondloopt ziet mensen die revalideren, maar ook allerlei figuren die aan verbetering van hun conditie dan wel uiterlijk werken. De noeste werkers in die laatste groep hebben bijna allemaal één ding gemeen, zij lurken elk moment aan de fles met water.

Een paar jaar geleden keek ik met enige verbazing naar die mensen, een oefening gedaan dan meteen de handdoek en de fles gepakt en lebberen.

Maar je betrapt jezelf bij het tafeltennissen steeds vaker op een droge mond en daarmee op de behoefte je mond te spoelen en een slokje water te nemen. Waarschijnlijk is de lucht in de sportzalen droger dan vroeger, ik kan mij in elk geval niet herinneren in 50- 60 jaar geleden ooit onder de partij met dat probleem te hebben geworsteld.

Deze zomer bij de eerste hittegolf in juni kwam een golf aan publiciteit los: Ouderen drinken te weinig en er overlijden daardoor veel mensen door uitdroging. In het Eindhovens Dagblad bij voorbeeld een hele verhandeling over het belang voldoende te drinken. Goed voor de stofwisseling en het in stand houden van een gezond lijf.

Ik kijk er ineens anders tegen aan: Vroeger was je aan de fles, als je verslaafd was aan sterke drank. Nu is het de manier om de nodige liters vocht binnen te krijgen en te overleven! Wie weet kan ik mijn prestaties nog wat opvijzelen en het winstpercentage verhogen!

 

Liefhebber

Am Sorpesee

 

Dit verhaal dateert nog uit de tijd, dat de vakantie met het gezin bestond uit zo’n drie weken, met de Alpenkreuzer achter de Mini 1000, op een camping in Europa. Veertig jaar geleden was dat aan de Sorpesee. Voor de kinderen geweldige avonturen met Nonkel Willie en volop zwemmen. Voor ons als ouders heerlijk rust en ontspanning aan, in en om het water.

Tja en daar onder in de kampeerwagen toch ergens, voor het geval dat en je weet maar nooit, een tafeltennisbatje ! En waarachtig er stond een tafeltennistafel !

 

’s Avonds eens voorzichtig gekeken wie er aan het spelen waren. Het leek wel wat en bij deze - toen al veteraan - jeukte er iets. De eerste contacten werden gelegd “Ja, ich spiele auch Tischtennis” en even later werd het batje opgehaald. De jongens speelden aardig, maar de twee potjes werden gewonnen. De volgende avond stond de volgende tegenstander er al en ook die ging er aan. Vrouwlief begon al bedenkelijk te kijken, het wordt toch niet een en al tafeltennis, er werd een dag overgeslagen. Men zocht die week in het kamp echter steeds naar een tegenstander voor die Holländer, zonder tot een overwinning te komen. De volgende week, beloofde men, dan kwam er een groepje jeugdspelers van Schalke ‘04, inderdaad er volgden leuke partijtjes, maar geen van hen kon het ons echt lastig maken.

 

De Duitse troef moest echter nog uit de mouw komen en dat werd halverwege de derde week de jeugdtrainer van Schalke.

De tegenstander ? Een klein vierkant mannetje, sluik zwart haar, snel en met een apart spelletje. Niet de tegenstander waar je op zit te wachten. Voor mij in elk geval één van het lastigste soort ! Dat moest worden : Der op en meteen er over heen, mijn spel aan hem opdringen en de kast met trucs opentrekken !

Het lukte, maar hij was net binnengekomen en moest na het opzetten van de tent op aandringen van zijn leerlingen onvoorbereid meteen aan de bak. Het kamp haakte naar winst op die Hollander. En dat was tot nu toe tegengevallen. Er moest na de nederlaag de volgende dag een revanche komen ! Hij pakte me inderdaad die donderdagavond, jammer.

 

Er moest echter een winnaar komen en voor de laatste avond aan de Sorpesee werd een beslissende match georganiseerd, het bericht ging rond : “Der Jugendtrainer von Schalke spielt Morgen gegen den schlauen Holländer den entscheidenden Wettkampf” !

Die avond een best of five voor een talrijk campingpubliek, een titanenstrijd ( nou,ja.). Er werd gespeeld om 5 uur ’s middags, omdat het dan het vrijwel windstil is en de ergste warmte achter de rug ligt. Vijf volle sets over en weer en steeds op het nippertje winst voor de een of de ander. Ik wilde niet verliezen, maar legde druipend van het zweet nipt het loodje.

 

Du…Mensch, na ja das war einmal !

 

Liefhebber.


De Prijzenjagers

 

De eerste digitale uitgave van de TLE’er met nog maar weinig illustraties, kennelijk heeft Jan moeite met het overnemen ervan. Hopelijk schiet een webmaster hem te hulp en anders leert onze competitieleider dat kunstje denk ik snel genoeg ! Èn schiet het door mij heen : Een TLE-bestuur, dat snel reageert na opmerkingen in de jaarlijkse ledenvergadering over communicatie via internet.

Maar het gaat mij in dit stukje om iets anders.

 

In Gannef kom ik de term prijzenjager tegen en dat brengt vanuit een ver verleden een apart echtpaar terug in de herinnering. Hij lang en kaal en aan de bovenkant gebogen met een of ander rotspelletje -als een octopus het balletje tegenhouden en terugduwen - zij kleiner, pittig en ook wel pinnig, niet onknap en met een leuk tafeltennisspelletje.

 

Het echtpaar startte in de lagere klassen bij respectievelijk de heren en damescompetitie. Kampioenschappen volgden en toernooien werden aan de lopende band door hen gewonnen. Je kon in die tijd inschrijven voor toernooien in twee klassen, naar keuze in elke klasse te beginnen met je eigen competitieklasse en hoger.

 

Maar met het klimmen op de competitieladder werd het voor deze echtelieden op een hoger niveau moeilijker om te winnen en het prijzenfestival stokte. Beiden haalden vaker de volgende ronde niet meer, laat staan de finale, en konden net als vele anderen eerder naar huis.

 

Ik weet niet wie van de twee als de kwade genius functioneerde, maar opeens speelden zij beide in een lager team in een lagere klasse. Als vanouds vielen nu de prijzen weer bij deze jagers in de schoot.

Na korte tijd leidde dit tot korzelige opmerkingen van de zijde van de tegenstanders op dit spelniveau en op de wat langere duur tot wat spottende niet altijd kwaad bedoelde maar toch wel duidelijke speldenprikken bij de prijsuitreikingen. Of het hielp? Ik weet het niet meer, maar kennelijk deed het verschijnsel zich vaker voor in de bond en op een gegeven moment werden de toernooilicenties ingevoerd. En die doen hun werk tot vandaag de dag goed, het woord prijzenjager is verdwenen !

 

Tenminste, dat denkt

                                     Liefhebber.


Three Ball dubbeltoernooi 2007

  

Dit jaar wordt het aloude NRE/Flash dubbeltoernooi op drie in plaats van vijf avonden verwerkt. Lijkt het maar zo of zijn er inderdaad minder deelnemers en dat vooral in de lagere klassen ?
Of is de toelating soms beperkt, want in elke klasse zijn er precies twee poules met 5 dubbels, in totaal 60 met derhalve 120 deelnemers. Mooie afgeronde getallen !

Drie dagen lang elke avond 60 mannen en gelukkig ook wat vrouwen gepassioneerd achter de tafeltennistafel, het toernooi is zoals altijd voortreffelijk georganiseerd met daarbij de zeer gezellige sfeer van de Flash-lokaliteit.
In de kantineruimte bespiegelingen over spelers, de kwaliteit van de diverse dubbels, ervaringen uit de competitie, sterke verhalen uit het verleden. Het is duidelijk iedereen voelt zich heerlijk op zijn gemak en vermaakt zich.

Elke wedstrijd is uniek en dat kan ook eigenlijk niet anders. Er staan bij een dubbel vier vaak zeer verschillende mensen elk met eigen materiaal, met een eigen karakter en een eigen spel, achter een tafeltennistafel die maar een beperkt oppervlak heeft, gebonden aan regels die ook nog eens individueel worden gehanteerd en geïnterpreteerd.
En dan nog het element GELUK ! Een kansberekening met zo’n groot aantal factoren moet wel tot een extreem getal aan mogelijkheden leiden ! Het spelletje kan eenvoudigweg niet vervelen !

Het is dus ook niet verwonderlijk , dat zekere winst toch nog verloren gaat. De winning mood, die de modale tegenstander tegen de verwachting in de winst oplevert, omdat veel zo niet alles deze avond lukt. Te veel risico nemen, stomme fouten maken, zij zijn vaak de oorzaak van het verlies van de wedstrijd. En dan Vrouwe Fortuna, die altijd aan de kant van de winnaar staat, zeer en meestal duidelijk hoorbaar tot verdriet van de verliezer.

Voor een observator valt er veel te beleven op zo’n drieballentoernooi. Ik weet nog steeds niet wie die drie ballen zijn of bij wie zij horen. Het laatste is voor een eventuele sponsor toch wel belangrijk nietwaar !

De TLE is digitaal gegaan, even stotteren www.ttle.nl omdat er een extra t’tje bij moet en je hebt het laatste nieuws. De ontwikkelingen gaan razendsnel, lees de laatste uitgave van de TLE’er maar eens na over de ontwikkelingen rond het wedstrijdformulier ! En in dit geval, klik even via de rubriek verenigingen door naar Flash www.flash.nl en daar staan onder Three Ball toernooi de uitslagen met foto’s erbij. Je wordt op je “klikken” bediend. Mooi toch !
Er hebben zich weer verrassende ontwikkelingen voorgedaan, de laatste wedstrijd voor Piet Hink en Peter Moest was bijvoorbeeld voor hen bepalend of zij eerste dan wel vijfde werden op deze finaleavond. Tragisch voor hen werd het plaats vijf ! Het is best interessant het eindresultaat in alle klassen van deze finaleavond eens na te pluizen op verrassingen.!

Een laatste gedachte: Kan er niet een dating-site bij het digitale inschrijfformulier worden gestopt om treurende singles te verbinden voor de deelname aan dit dubbeltoernooi. Wie weet wat voor mooie combinaties er onder begeleiding van Albert Steenbergen ontstaan, zegt :

Liefhebber

Drijvende Kracht

 

Iedereen kent ze wel, die drijvende krachten in een vereniging, zij houden de boel draaiend !
Zo flitst vandaag een dergelijk figuur door mijn gedachten : Destijds een nieuwe vereniging in de bond : Een openbare vervoersmaatschappij met hem als voorzitter annex secretaris-penningmeester aan het hoofd.
Zijn hele gezin doet mee aan het verenigingswerk : Echtgenote, zoon en dochter.
Het zijn de parels aan zijn kroon, ze zien er leuk uit en hebben hersenen. Zelf is hij beslist geen schoonheid, op zijn hoofd slierten van wat spaarzame haren overdwars, maar wat hij in dit opzicht tekort komt, lult deze man er moeiteloos bij.
De vereniging groeit en bloeit onder zijn leiding en het eerste herenteam met zoonlief erbij stoot door naar de hoogste klasse, het eerste damesteam met moeder en dochter doet hetzelfde in de damescompetitie.
Jarenlang vind je hem op alle toernooien altijd met die en gene in gesprek, dat valt immer op vanwege zijn “verweerde” maar goed hoorbare stem. Een vredestichter als ergens een conflict dreigt !
De zoon studeert later af aan de TU Delft en verdwijnt uit beeld, hij maakt elders carrière. Maar de overige leden van het gezin spelen onverdroten verder, elke keer als ik na kortere of langere afwezigheid in andere delen van het land mijn gezicht weer eens laat zien op een tafeltennis -aangelegenheid, tref ik hem.
Tot midden tachtiger jaren hij op een reünie er niet is. Zijn dochter vertelt,dat zijn gezondheid niet toe laat, dat hij een stap buiten de deur zet. Het is stil geworden om hem heen. Terug in het Zuiden des lands pak ik na een paar dagen de telefoon en kijk, ongebroken klinkt zijn stem, gedreven heeft hij het over het verleden. Zijn beperkingen, ja hij mist de contacten wel, maar hij is er nog en het gaat goed met zijn kinderen. U begrijpt het telefoontje duurt langer dan gepland.
Aan het eind van 2006 zwerf je gedurende je vrije dagen over internet. Die vereniging bestaat niet meer, jammer. Eén enkele naam van deze bedrijfsvereniging staat elders bij een andere club vermeld.
Tja, niet meer lijfelijk aanwezig, maar wel nog levendig in de herinnering , zo’n drijvende kracht in een vereniging.

Liefhebber

De Voorzitter

 

Vroeger begonnen de tafeltenniswedstrijden eerder dan tegenwoordig, op zijn laatst om 19.00 uur, maar ook vaak al om 18.30 of 18.45 uur. Je moest ook eerder uit de zaal zijn bijv. om 22.30 uur, bij uitzondering eventueel wat later, kwam de conciërge het licht uitdoen. Niet klaar met de wedstrijd, jammer voor jullie !

Niet dat wij dan spoorslags naar huis gingen, nee, het grootste deel van de club dook dan de kroeg in en dan werd er gebiljart : Tien over rood. Dat wil zeggen eerst de rode bal raken en dan de witte. De rode missen, dat betekende dan een rondje. Het laatste klaar kostte ook een rondje.

We hadden in die tijd een echte Voorzitter, echt één met een hoofdletter ! Werkzaam bij een bank (Komt meer voor !) met enige air, want hij was toch wel iemand vond hijzelf. Ook wij, als leden, keken tegen hem op, zij het met …… nou ja… netjes gezegd “een korreltje zout”.
Als speler middelmatig, maar ook als zodanig altijd duidelijk in de zaal aanwezig.

Op een avond tegen het eind van de competitie had onze Voorzitter haast. Hij moest snel naar huis en wilde zijn drie partijen zo vlug mogelijk achter elkaar spelen.
”Iets bijzonders ?” werd gevraagd. Ja, zijn vrouw was jarig en er waren wat mensen uitgenodigd. “Kunnen wij zeker ook wel komen ?” werd schertsend opgemerkt. Met een van hem bekend joyeus gebaar reageerde onze Voorzitter met “Natuurlijk !”
Dat had hij nou niet moeten zeggen !

Want we gingen die avond niet biljarten, we waren immers uitgenodigd ! Dus op naar het huis van de Voorzitter. Oei, dichter bij het huis van onze gastheer en diens jarige vrouw komend, in een toch wel erg sjieke buurt, werd het wat stiller. Eén van de leden merkte op : “Wij hebben geen aardigheidje voor zijn vrouw bij ons !” “Geen probleem, zei een ander, moet je zien”. Hij wees op een voortuin met bloemen van een van de buren; en snel plukte hij een mooi boeket bij elkaar.

En bij onze entree maakten we indruk, we pasten niet bepaald bij het aanwezige gezelschap. De gastvrouw werd gefeliciteerd, het ruikertje overhandigd ! Wij zijn er niet zo lang geweest, de meeste leden waren blij na korte tijd te kunnen vluchten, waaronder Liefhebber.
Zij waren tot verwondering van het thuisfront vrij vroeg thuis : “Ja, nog even bij de Voorzitter geweest, zijn vrouw was jarig en die hebben we gelukgewenst”.

Als club kregen we een probleem. De Voorzitter kwam nog één keer …. Om zijn gal te spuwen en spoorslags de vereniging te verlaten !

We vonden gelukkig snel een nieuwe voorzitter, ook uit hogere regionen. Hij woonde namelijk vier hoog op de zolderverdieping van een herenhuis naast de toegang tot onze speelzaal. Met hem aan het roer hebben de zaken nog jaren goed gefunctioneerd. Hij lustte een pilsje en at graag een bitterbal. Nee, bij hem zijn we nooit op verjaardagsvisite geweest !

Liefhebber

Een Gratenpakhuis

 

 

Gelezen in de krant, dat skeletachtige modellen in Spanje de Catwalk niet opmochten, omdat dergelijke dames een slechte invloed zouden hebben op jeugdig vrouwvolk. Anorexia kon daardoor worden bevorderd !

Bij Pauw en Witteman draafde ’s avonds meteen een slanke schoonheid op om haar maatje 34 te verdedigen. Een lust voor het oog !

Je slaat ongewild aan het mijmeren, herinneringen vermengen zich met actuele situaties.
Vroeger kwam het vaak voor, dat je het als jongens onder elkaar had over een “Gratenpakhuis“ of “Die is bij het visbakken uit de pan gesprongen !” als een mager ding
( man of vrouw ) het oog van de lui rondhangende jongeren passeerde. Ook de “Gespierde draadnagel” ging er wel in. Hoewel …hoewel.… mijn gedachten nog steeds worden gestreeld door “lang dun en lekker“ bij het denken aan een liefde uit lang vervlogen tijden !

 

En nu de actualiteit. Wat ik zie achter de tafeltennistafel is meest buikig en grijs. Een slanke jeugdige verschijning in de zaal is als een bloem ! We moeten er wat aan doen ! Met name ook ik, peins ik ietwat wanhopig !

Meer bewegen, minder lekkernijen naar binnen werken en vooral gezond eten. Die leeftijd daar kunnen we niets aan doen, maar aan conditie, gewicht en uitstraling (waar elke klungel het over heeft, die niet weet wat hij moet zeggen over een leuke sportmeid of sportjongen) daar kunnen we wel wat aan werken.

Ik kijk uit naar een dergelijk op de TV verschijnende goeroe, die voor de tafeltennisser/ster een brochure schrijft over wat eet de oudere sportbeoefenaar. Hoe dient er te worden getraind, wat kan / mag een tafeltennisser eten. Wat moet hij / zij aan de uitstraling doen ?


Allemaal een keer door de mallemolen en de TLE oogt frisser, een opknapbeurt doet geen kwaad, kijk maar eens naar de nieuwe TLE-website !

Niet helemaal serieus en …toch …een tikje……hoe moet je het zeggen ?…….Dit stukje is in elk geval badinerend bedoeld.


Liefhebber

 

“Highlights” Jaarvergadering TLE 2007

 

De jaarvergadering begint op een wat ongebruikelijke wijze : Direct na de opening krijgt de voorzitter van Flash het woord om toe te lichten, waarom zij ook op de vrijdagavond, indien nodig, competitie-wedstrijden willen spelen. Er spelen 12 teams bij de TLE en 9 bij de NTTB op twee avonden op 6 tafels. Voor de TLE-ers betekent dit wekelijks op hun avond 6 thuis- en 6 uitwedstrijden, nog een team erbij en dit lukt niet meer. In dat geval zal men moeten uitwijken naar de vrijdag. Vergist Liefhebber zich nu, er is immers ruimte op de NTTB-avond met 4 of 5 thuiswedstrijden, of moeten de schapen en de bokken van elkaar worden gescheiden ? De vergadering reageert na enige discussie toegeeflijk; de vrijdag kan, maar doe het dan wel in een klasse waarin bij voorbeeld 3 Flash-teams zitten.

 

Dan vliegen de eerste 5 punten van de agenda op de bekende snelle wijze er snel doorheen. Bij de financiën wordt gevraagd naar de raming voor de post drukwerk, 700 euro terwijl er maar zo’n 225 zijn uitgegeven dit jaar. Het eerste en het laatste nummer van de TLE’er worden evenals deze convocatie voor de jaarvergadering nog steeds gratis gedrukt, maar het kan verkeren en vandaar de reservering. Later komt in de rondvraag het verzoek om voor de digibeten ook het januarinummer met standen/percentages/categorie-indeling etc. ook op papier uit te brengen, hetgeen zal geschieden.

 

Het voorstel tot contributieverhoging ten nutte van de viering van het 40 jarig bestaan gaat er zonder veel sputteren doorheen. Nu maar afwachten wat dat wordt, twee ervaren feestvierders - ook al betrokken bij het 25 jarig feest - kunnen nog aanvulling gebruiken om er iets moois van te maken ! Waarachtig ook het 50-jarig bestaan staat op de begroting vermeld, weliswaar met 0 euro maar het getuigt wel van mogelijk wilde plannen !

 

Huldiging van kampioenen, bekerwinnaar en jubilarissen verloopt met veel handgeklap en wat anekdotes uit een grijs verleden.

 

Na 33 jaar trekt Huub v.d. Wiel zich terug uit het bestuur. De voorzitter ziet geen verschil tussen “Lid van verdienste” en “Erelid” en wil namens het bestuur Huub tot “Lid van verdienste” benoemen. De zaal ziet wel degelijk verschil en wenst voor 33 jaar een centrale rol in het bestuur het Erelidmaatschap voor Huub. Daarmee blijft hij zonder contributie betalen altijd lid zegt iemand. Trouwens in de herinnering van Liefhebber werden Joop - jarenlang huisdrukker van het clubkrantje van zijn voetbalclub- en Bertus - altijd en eeuwig de kalklijnentrekker op onze velden - lid van verdienste en onze secretaris/wedstrijdsecretaris annex voorzitter ballotagecommissie etc gedurende meer dan 30 jaar, erelid. Het is wellicht terecht achterhaald deze indeling, maar verschil bestaat en Huub heeft recht op het hoogste !

 

Jan Walthuis neemt de plaats van Huub als competitieleider in - na een interim-periode van 1 jaar van Jan van Schagen, de alleskunner. Later informeert hij ons over de pilot digitaal wedstrijdformulier invullen : Negen deelnemers slechts hebben meegedaan en door de verschillende systemen die worden gebruikt, zijn er nogal wat problemen geweest. Bovendien worden formulieren slecht ingevuld, 10% van alle ingevulde formulieren bevatten fouten, zegt Jan van Schagen !

Er komt nu een nieuwe eenvoudigere pilot, minder geavanceerd. Nu wordt het de bedoeling om een Excel-sheet in te vullen en met een cc aan de tegenstander en aan de competitieleider Jan Walthuis, één keer per wedstrijd per e-mail dit op te sturen. Een groeimodel ! Dit kan per wedstrijd tussen de tegenstanders worden afgesproken, een van de twee neemt deze taak dus op zich !

Scannen van het wedstrijdformulier kan gigantische bestanden opleveren, alleen een kenner kan dit realiseren in een bestand van hanteerbare omvang, Jan griezelt bij het idee dat zijn computer heel lang bezig is met het binnenhalen van een bericht met een oppervlak van een vierkante meter dat uiteraard niet op zijn scherm past !

 

Het aantal leden van de TLE is op peil gebleven, maar er zijn 6 teams minder in de competitie, van 85 naar 79, reden voor het bestuur om de 5e klasse op te heffen en een herindeling in te voeren. ECVA en ETTV hebben problemen, zij worden na enig heftig protesteren uit de overgangsklasse gehaald en in de eerste klasse geplaatst. ETTV zal nog intern overleggen ook al omdat niet is uitgesloten dat zij dit team moeten terugtrekken. Andere problemen worden met de hulp van Flash - wie anders ! - opgelost en het bestuur kan worden gecomplimenteerd met dit werkstuk als resultaat van souplesse en “polderoverleg”. Wel heeft de overgangsklasse voorlopig 10 teams en de eerste klasse er één te veel. Jan van Schagen belooft zo snel mogelijk de indeling op de website te plaatsen.

 

Nog even wat regelen en dan kunnen we op 3 september starten met de eerste bekerronde van het seizoen 2007-2008, denkt

 

Liefhebber,

 

Vrouwenjagers

 

In mijn jonge jaren kwam ik bij het tafeltennissen in aanraking met heel wat speciale figuren. In welk opzicht dan ook speelden allerlei mensen een rol in wat ik maar noem “de opvoeding”.
Veel goede voorbeelden hebben in mijn verhaaltjes al een rol gespeeld, maar een paar gevallen met een meer negatieve achtergrond wil ik u toch ook niet onthouden. Trouwens van fouten leer je het meest.
Zo herinner ik mij onder meer Max, hangend aan de bar van een obscure horecagelegenheid, bezocht door overwegend criminelen. Helemaal in de lorum deed hij mij zijn verhaal over een succesvol leven als vertegenwoordiger en daarmee verbonden een minder goed verlopend huwelijk : Hij was gescheiden en bezwoer mij - als jongmaatje - dat scheiden wel het allerlaatste was wat je moest doen. Het veroorzaakte veel verdriet - in zijn dronkemansstemming nog wat verergerd - en kostte veel geld en eindigde in eenzaamheid in de kroeg.
Max was een goede tafeltennisser, tactisch uitgeslapen, vaak had hij een of ander foefje achter de hand en zette dat in aan het eind van een spannende derde set in om de winst toch weer nipt voor je neus weg te pikken.

Geen knappe vent, maar wel charmant met een bepaald charisma voor vrouwen. Soms miste je hem opeens tijdens een toernooi of een tienkamp, dan was hij in een pauze op uitnodiging even ergens gaan “douchen” en kwam inderdaad opgefrist weer aan de tafel om vrolijk zijn tegenstander in te pakken !
Het zette je fantasie wel aan het werk, wat een mogelijkheden !

Opeens vertrok hij naar elders en latere berichten waren vaag. Ik heb goede herinneringen aan deze aardige vent, die op zijn manier toch wijze levenslessen doorgaf.

Een beetje melancholiek,

Liefhebber.

Kennismaking

 

Hij kwam zo maar uit de lucht vallen, of aanwaaien bij onze tafeltennisclub : Kareltje.
Een klein ventje en door wie hij nou was binnengebracht ?
Waarschijnlijk was hij in de stad met één van onze “benevelde” kroegtijgers in gesprek geraakt, die daar achteraf niks meer van wist, niet zo verwonderlijk !

Hij kon niet tafeltennissen en ook niet biljarten.
Kareltje heeft het ook nooit goed geleerd.
Bij het biljarten stond je doodsangsten uit, dat zijn keu onder het laken zou schieten.
Hoewel hij kennelijk ruim in zijn slappe was zat en het vergoeden van de schade in dat geval wel goed zat.
Trouwens : De rooie bal missen bij tien over rood of laatste worden bij het spelletje en dan een rondje lappen, het was geen probleem voor hem.
Gelet op zijn mooie fiets etc. was hij een kapitalist in een club met armoedzaaiers !
Hij had in die tijd een leuke baan, corrector bij een groot dagblad, verder kwamen wij over deze interessante knaap weinig aan de weet.

Er bestond in die tijd een kennismakingscompetitie, teams konden op elk moment in het jaar worden ingeschreven.
Wedstrijden werden heel flexibel geprogrammeerd, het schema werd voortdurend aangepast.
In de eindstand had elk team een verschillend aantal wedstrijden gespeeld.
Het deed er ook niet toe, bosjes nieuwkomers kwamen er elk jaar.
Zij leerden tafeltennissen en speelden vrijblijvend onderling wedstrijdjes met alles der op en der aan om het spannend te maken : Wedstrijdformulieren, uitslagen, competitiestanden.
Helemaal echt !   ( maar wel om des keizers baard ).

En we hadden destijds nogal wat nieuwelingen.
De charmeurs in onze club brachten zelfs heel interessante en mooie nieuwe leden aan.
Zo kwam er met onze etaleur een allerliefst winkeldametje mee uit een prachtig hoedenzaakje in een dure winkelstraat.
Ook was er een keer een slanke den, enigszins topzwaar.
En dan die donkere schoonheid !
En…. En…. Alleen bleven die dames vaak niet al te lang, waarschijnlijk te veel belangstelling van de heren.
Trouwens tafeltennissen is veel moeilijker dan menigeen denkt.
Zo verdween ook Kareltje, bij het begin van het nieuwe seizoen verscheen ook hij niet meer.

Node mist de tafeltennissport een flinke aanwas van nieuwe leden, een kennismakingscompetitie zit er niet meer in, betreurt,

Liefhebber

De allereerste keer !

Er zijn geen gebeurtenissen, die zo goed in het geheugen blijven hangen als de allereerste keer.
Het geeft niet waar het over gaat, maar het sterkst zijn de herinneringen waarbij emoties of spanning een rol spelen.

Mijn allereerste tafeltennistoernooi speelde zich af kort na de Tweede Wereldoorlog in een middelgrote zaal.
Het aantal deelnemers was zo groot, dat er ook speeltafels stonden in alle hoeken en gaten van het gebouw tot in de gangen toe.
Je voelt nog steeds de drukte en de toernooikoorts !
Omdat er in poules van drie werd gespeeld waarvan alleen de winnaars volgens een afvalsysteem verder gingen, werden deze extra voorzieningen echter alweer snel afgebouwd.
In de kwartfinale stond een op een havik gelijkende man tegenover mij met een bij zijn fysionomie passend spel.
Vandaag de dag, kan ik zijn gezicht nog precies uittekenen !
In mijn dromen wordt die wedstrijd opnieuw gespeeld en het lukt nog steeds niet om te winnen, hoewel hij de daaropvolgende jaren in die lagere klasse bleef hangen en ik al snel veel hoger speelde.
Het verlies op die dag is dus een frustratie, die zich kennelijk niet laat helen !

Het is verbluffend hoe hoogtepunten uit je sportloopbaan blijven hangen, moeiteloos komt het verloop van een gewonnen tienkamp terug uit het geheugen.
De bezieling die dag, de ontembare vorm en de daadkracht waarmee elke tegenstander op de knieën werd gebracht.
Je zou zo deze kamp opnieuw in het echt willen spelen.
Een andere keer in een finale tot twee maal toe vanuit een hopeloze positie terugkomen en winnen.
Je kent de namen nog en weet hoe de stand op het meest cruciale moment was !

Mooie herinneringen in de nadagen van een sportloopbaan.
Die tafeltennissport heeft je wel wat gegeven !
Nostalgie van :

Liefhebber.

Het zal toch niet waar zijn ?

 

Je vestigt je met een jong gezin in een nieuwe gemeente, maar je blijft je verenigingsleven in je oude stad trouw ook al kost dat meer tijd en geld.
En dan worden de plaatselijke tafeltenniskampioenschappen georganiseerd in die nieuwe woonplaats.
Het kietelt je eergevoel (of is het de eerzucht?) en inschrijving volgt.
In de speelweek zelf blijken enkele oude strijdmakkers / tegenstanders rond te lopen in de zaal, een feest van herkenning.
En met hen mee een nieuw gezicht, een gezellige vent die ook nog eens achter de tafel goed uit de voeten kan.
We blijken daarnaast tevens gemeenschappelijke kennissen te hebben.
Ons eigen treffen op dat kampioenschap is fantastisch : hij valt heel gevarieerd aan en dringt mij in de verdediging, toch lukt het me om er regelmatig uit te komen en de aanval over te nemen.
Lange rally’s en mooie spelsituaties.
Het eerste jaar was het kampioenschap voor mij, maar in latere jaren ben ik nog al eens de boot ingegaan.

Op een verjaardag van die gezamenlijke kennissen komen wij elkaar weer tegen en het klikt tussen onze echtgenotes en zo komt het, dat wij ook bij hen op zijn verjaarsfeest worden uitgenodigd.
Hartstikke gezellig en wat ziet die vent er voor zijn leeftijd goed uit, de aanwezige dames bewonderen hem : een sportieve pantalon aan met daarop een apart overhemd !
In mijn gedachten flitst: “Zo’n overhemd heb ik ook nog ergens in een la”.

Het zal U niet verwonderen, dat bij een volgend uitje naar dat overhemd wordt gezocht.
Verdorie het is niet te vinden.
Desgevraagd roept vrouwlief, dat ik met mijn neus kijk.
Zoeken blijft echter zonder resultaat, de tijd dringt en snel wordt iets anders aan getrokken.

Bij een nieuwe gelegenheid en ijverig zoeken schemert er iets : het zal toch niet…..
Op een wat nijdige vraag volgt de bevestiging : die gozer droeg op zijn verjaardag mijn overhemd !
Vervolgens de reden van mijn gade : “Je droeg het toch niet meer en ik heb al die oude dingen opgeruimd”.
Tja , dan ben je zuinig en ook wel gehecht aan je spullen en dan overkomt je zoiets.

Liefhebber.
 

Dubbeltoernooi Flash-TLE met een vleugje NRE

Het jaar 2008 opende traditiegetrouw met het dubbeltoernooi bij Flash.
Op de woensdag en de donderdag samen 63 dubbels in de poules en op vrijdag 30 in de finalepoules.
Een rekensommetje leert, dat er van elke poule telkens 4 spelers, totaal 24 op 6 of 28 op 7 tafels aan de gang zijn en er met supporters of organisatoren/regelaars er dik honderd mensen als toeschouwer in de zaal of in de barruimte annex het rookhol verblijven.
Een gezellige drukte !

Ook bevinden zich nog enkele (oud) NRE’ers onder degenen die zich voor de organisatie verdienstelijk maken.
Zij kunnen hun “geesteskind”nog niet loslaten !
Het is intussen al een aantal jaren geleden, dat het toernooi zich afspeelde in de NRE-kantine met de tafels tussen de onwrikbare pilaren en het publiek en masse zittend rondom de speelruimte.
Vergeten doen we dat nooit !

Mooi, dat je nu via Internet kunt inschrijven voor dit toernooi.
Geweldig om de uitslagen meteen op alle mogelijke manieren te zien verwerkt op de muur in de barruimte : de uitslag van de partij, het aantal sets en het aantal punten.
Ook nog eens gesommeerd in plus en minpunten om bij een gelijk aantal winstpartijen de rangorde te bepalen.
De spannende en af en toe bizarre ontwikkelingen in de poules en later de finales laten zich er uit aflezen.

Wil je het nu nog eens goed bekijken ?
Op de website www.ttvflash.nl is het allemaal te zien; ook met begeleiding van een muziekje, een hele serie foto’s van spelmomenten en de prijswinnaars.
De liefde voor de partner is soms erg groot !

Je moet er zelf bij zijn om (ook achteraf ) te kunnen genieten van zo’n happening.
Hoe zit het eigenlijk met de aantallen deelnemers over de jaren heen ?
Er lijkt ruimte te zijn om een klasse damesdubbels in te bouwen, dan moet voor hen wel een dubbele inschrijving mogelijk zijn, want we willen de mix met de heren niet missen.

Liefhebber.

Those were the days !
 

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog waren tot in de jaren 50 Cor du Buy en Wil van Zoelen (niet eens zo jong meer destijds) de twee sterkste spelers in Nederland.
Zij vochten elk jaar uit wie zich kampioen van Nederland mocht noemen.
Maar er moet aan toe worden gevoegd, dat zij internationaal d.w.z. in Europa, niet zo veel in de melk te brokkelen hadden.

Wil van Zoelen kon je tegenkomen in allerlei “Tafeltennispaleizen” en daar gaf hij tegen betaling individuele trainingen aan wie daaraan maar behoefte had.
Was er geen klandizie dan werden er onderlinge wedstrijden georganiseerd met handicaps ( soms wel oplopend tot 18 van de 21 punten per set) waarbij een verloren partij een piek kostte.
Die guldentjes gingen in een pot en de inhoud daarvan was voor de winnaar van zo’n onderlinge competitie, u raadt het al: Dat was in 99% van de gevallen Wil van Zoelen !
Uiteraard trainde Van Zoelen ook clubs en zo trof ik hem in de zeventiger jaren aan bij een dorpsclub, op gevorderde leeftijd still going strong !

Cor du Buy was zakelijker, met op de achtergrond zijn eveneens tafeltennissende broer Jaap.
Hij verkocht tafeltennistafels en batjes etc. met zijn naam erop, maar schuwde toch ook het schnabbelcircuit niet.
In de jaren 50 reisde hij met zijn toenmalig trainingsmaatje Bert v.d. Spek alle legerplaatsen in Nederland af om te demonstreren.
Aan de ene kant laten zien wat er bij tafeltennis mogelijk is, net als de toen in Europa zeer bekende tafeltennissers als de Pool Endlich en de tot Engelsman genaturaliseerde Richard Bergmann in alle landen van Europa deden.
Aan de andere kant nodigde hij aanwezige soldaten uit om tegen hem een partijtje te spelen, waarbij hij het flikte, heel hilarisch voor de kijker en triest voor de tegenstander, om zittend op een stoel deze tegenstander weg te vegen !
Was Jan Soldaat even wat beter dan schoof zijn secondant snel het volgende slachtoffer aan.
Zat er een meer gerenommeerde tegenstander als kampioen van de legerplaats tussen, dan verwaardigde Cor du Buy zich wel tot een partijtje waarin zijn meesterschap zichtbaar werd.

Aan het tijdperk van deze beide sterke spelers kwam een einde bij de opkomst van Bert Onnes met in zijn schaduw Mauri Colthoff en de gebroeders Heemskerk, weer later zou Bert v.d. Helm jaren lang heersen.
Ik zal wel een paar namen uit dit tijdperk vergeten, maar `Those were the days !`.
`Zo was het, toen !`
Wij hebben het dan over “Die goeie ouwe tijd”, hoewel die oude tijd vaak helemaal niet zo goed was met veel armoe.
Wel zijn en blijven herinneringen mooi, ook van

Liefhebber.

 

Teamgenoten

Menigeen zal ooit door een enthousiast bestuurslid zijn vergast op de mededeling, dat zich een geweldige speler had aangemeld om de vertrokken topper in het team te vervangen.
Met het noemen van de naam volgt daarna de zure smaak in de mond : Aangeprezen werd een goede middenmoter, maar vervolgens bekend als een minder prettige teamgenoot om soms heel verschillende redenen.

Zo komt ook die “bluffer” van jaren geleden terug in gedachten.
Hij had het vaak over projecten (toen een modern woord dat maar door weinigen werd gebruikt) waarmee hij in zijn dagelijks werk te maken had zonder overigens duidelijk te maken waarover het ging.
En ook “ met hem erbij zouden we wel even kampioen worden dat jaar.”
Nou, mooi niet !
Met een competitiegemiddelde van ongeveer 70% verloor hij net de beslissende partijen in belangrijke wedstrijden die ons het kampioenschap kostten.
Sodeju, net als het er om ging, kwam hij te kort !
Toegegeven : Vechtend als een leeuw, fanatiek verdedigend, kappend en schuivend met meer dan 100% inzet !

Toch heb ik later veel milder geoordeeld over deze teamgenoot.
Hij wilde graag wat betekenen in het leven, ook voor het team.
Het was een harde werker en een goede huisvader.
Onder die vernislaag stak geen kwaaie vent.
Ik heb hem maar kort gekend en hij verdween ook weer uit het blikveld.
Hopelijk is het hem goed vergaan.

Een heel ander stel vormde een identieke tweeling, de één een fanatiekeling, de ander rustiger maar die had het nadeel dat hij niet altijd kwam opdagen.
Met beide heren werden wel én de kampioenstitel én de beker binnengehaald !

Maar die eerste was altijd zoek als er geteld moest worden, op dat moment zat hij steevast ergens verstopt in een hoekje : Hij moest zich concentreren, was de verklaring.
De beide heren hadden zelden tot nooit (of heel weinig) poen in hun zak, mooi klaar ben je daarmee als er aan het eind van de avond met de kroegbaas afgerekend moet worden.
Hun vertrek, eerst de rustige en daarna de fanatieke, werd dan ook niet betreurd !

Gelukkig maar dat de met “goud omrande” strijdmakkers in de herinneringen overheersen.
Al heb je ze jaren niet gezien, maar bij een hernieuwde ontmoeting vallen die jaren weg en lijkt het gisteren dat je met hen achter de tafel stond.
Aan sterke verhalen dan geen gebrek, niet zo vreemd hè als het gaat om een

Liefhebber

Uitnemen

 

Vroeg of laat vallen zij op, degenen die tot het laatst wachten met het geven van een rondje. Of bij het gezamenlijk afrekenen opeens - en ook te vaak - hun portemonnee zijn vergeten. Uitgekookt op een minder prettige manier !

 

Ooit huurden we met ons kampioensteam wel voor de zaterdagmiddag (er werd ’s ochtends nog gewerkt of naar school gegaan) en de zondag een oud autootje om in “verre” streken het tafeltennisavontuur te zoeken : Aan een toernooitje deelnemen of een erewedstrijd ergens spelen tegen de plaatselijke grootheden, vaak een combinatie daarvan !

 

Het vehikel om er goedkoop te komen kostte ons een tientje en overnachten gebeurde veelal in Hotel Elim, voor een laag prijsje een sober en net verblijf geëxploiteerd door het Leger des Heils. Al met al bij elkaar toch nog een rib uit het lijf van deze tafeltennissende armoedzaaiers.

 

Op zondagochtend moest bij het ontbijt botje bij botje worden gelegd om de gezamenlijke rekeningen te kunnen voldoen ! U voelt de uitnemer al aankomen, ja er was er één bij die zacht gezegd nogal gierig was / op zijn centen zat ! We hadden het kunnen weten !

 

Aan tafel toverde deze vent uit het niets een blokje hout met een stokje erop en een vlaggetje eraan, en legde omstandig uit wat dat allemaal had gekost en hoeveel tijd erin was gaan zitten. Met andere woorden hoeveel geld hij in al zijn goedheid van ons tegoed had voor dit knutselwerk om onze komende tegenstanders mee te vereren ! Als het nou nog één vlaggetje geweest was. Nee dus, de klojo had onder de tafel een tas vol (wat overdreven, maar toch !) met die door hem gefabriekte dingen. Ons gezelschap was verbluft, zijn verhaal heel mooi, hij was ook de oudste deelnemer van ons gezelschap ! Niemand reageerde, in stilte zal elk hebben nagerekend wat hem dit meer ging kosten !

 

Later zijn we nog vaker op stap geweest, maar hem hebben we nooit meer gevraagd mee te gaan. Je laat je maar één keer vernachelen.

 

Liefhebber.

Vervoer

 

Het maakt niet uit in welke uithoek je moet tafeltennissen, de auto en de Tomtom brengt je er feilloos heen en ook nog eens in de kortst mogelijke tijd. Maar dat is wel eens anders geweest !

 

Competities waren vroeger in overzichtelijke districten en afdelingen ingedeeld, in de lagere klassen speelde je vrijwel altijd dicht in de buurt, hoe hoger je echter op de competitieladder klom, des te verder moest er worden gereisd.

Er werd dan wel eens bij de teamindeling gekeken naar de beschikbaarheid van een auto. Maar ja, hoe hoger het spelniveau, hoe meer jonkies in het team ! En in de vijftiger en zestiger jaren was ook niet elke oudere speler in het bezit  zo’n kostbaar voertuig ! Er valt iets te verhalen !

Een medespeler had eens één van de eerste “Lelijke Eenden”, zo een met hangmatjes als zetel: Met z’n drieën achterin betekende het, dat de middelste een stang in zijn bilnaad had. Zo’n Eend zweefde over de weg, maar reed met wind tegen niet harder dan 60 km per uur en als je met z’n vieren het wagentje bevolkte, had het apparaat zelfs met die snelheid grote moeite.

Wij gingen eens naar Victoria in Rotterdam, toen spelende in het Tafeltenniscentrum aan de Binnenweg in het centrum van de stad. Een adembenemende expeditie, omdat wij over snelwegen moesten reizen. Zwalkend op de grote weg door de wind en de wervelingen veroorzaakt door de inhalende vrachtwagens. In Rotterdam ternauwernood ontsnappend aan de tingelende en op de rails piepende trams, het autootje trok niet snel genoeg op en dat op de vele voor ons liggende rails in de buurt van het station. De adrenaline joeg al voorafgaand aan de match door de aderen.

 

Een ander geval, later. In een andere grote stad werd na lang zoeken het speeladres in een obscure buurt gevonden, onze chauffeur kreeg aanwijzingen om vooral toch maar veilig te parkeren. Enige weken later stroomden de bekeuringen met enige regelmaat bij de autobezitter binnen, bleek er intussen in die andere stad een identieke Volkswagen rond te rijden met zijn kenteken. Kentekenplaten waren toen nog vrij verkrijgbaar ! Het heeft hem knap wat moeite gekost om van dit hinderlijke gedoe af te komen.

 

Nog zo iets. Ooit reed een van de jonkies, net 18 jaar oud geworden en zijn rijbewijs gehaald, in de VW van zijn moeder naar een speeladres in een piepklein dorpje. Wij reden niet, wij vlogen ! Op heen en terugweg flitsten bomen voorbij, de wagen reed niet maar schoof door de bocht. Dat was eens maar nooit weer !!

 

Wel eens in een of ander gat gezocht naar het speeladres met iemand aan boord die wel wist waar die speelgelegenheid was ? Dus niet ! Tien keer in de rondte gereden en toen maar ergens aangebeld. Na eerst vanuit een zijraam te zijn begluurd, ging de deur aarzelend open en werd ons vervolgens uiteengezet waar ons doel zich bevond.

 

Tegenwoordig hebben we twee maal zoveel auto’s als huishoudens in Nederland. Het probleem ? In centra en oude dichtbevolkte wijken is nu niet : “hoe kom ik er”, maar : “Waar laat ik mijn auto?” Dat blik staat op elk denkbaar plekje.

Andere tijden andere problemen.

 

Liefhebber.

Wat was jouw eerste batje?

 

Wie weet nog hoe hij of zij aan zijn/haar eerste tafeltennisbatje kwam ?
Na de eerste kennismaking met het spelletje volgde bij mij kort daarna mijn verjaardag en was een doos met een tafeltennisspel het cadeau.
Op diezelfde dag werd er al mee geoefend op de uitgeschoven huiskamertafel met vader als slachtoffer.

De eerste tijd was een van de twee bijgevoegde batjes uit de doos mijn plankje, maar al vrij gauw werd er toch al tersluiks gekeken naar een echt exemplaar, bij voorbeeld zo een van Cor du Buy de kampioen van Nederland tegen de prijs van 7 gulden en 80 centjes.
Niet zo’n groot batje, maar lekker in de hand en uitermate geschikt voor mijn ongeremde drang tot aanvallen.
De lezer begrijpt het al, dat werd pas echt mijn eerste batje !
De sportwinkel met het Du Buy-batje in de etalage staat mij nog heel duidelijk voor ogen.

Training werd niet gegeven in die club van ons, je leerde elkaar het spelletje.
Die forehand zat er al snel in, de backhand werd wat later een polsbeweging.
Dat laatste zou jaren daarna een pijnlijke aandoening van de pols opleveren, “kar” een metselaarskwaal en pas toen verbeterde uit noodzaak die backhandslag.

De tweede dure aanschaf volgde enkele jaren later na een demonstratie op een zondagmiddag in de afgestampt volle Grote Zaal van de Dierentuin in Den Haag door de Pool Endlich en de tot Engelsman genaturaliseerde Tsjech Richard Bergmann.
Bergmann imponeerde en diens batje werd aangeschaft, prijs nu 12 gulden 90, met dat plankje bereikte ik de top van mijn kunnen in het tafeltennisspelletje in de jaren daarna.

Van de daaropvolgende aankopen weet ik niets meer, behalve dan de overstap naar het sandwichbatje en dat is nooit goed bevallen.
Op veteranenleeftijd overstappen naar heel ander materiaal en dan nooit goed er mee trainen; het is niet de juiste manier om je niveau vast te houden of zelfs maar te verbeteren.

Tegenwoordig experimenteert men naar mijn idee meer.
Voortdurend wordt gezocht naar manieren om het materiaal beter of anders te benutten.
Het gaat niet meer zozeer om het merk of de naam van het batje, maar de aard van het materiaal en het effect daarvan op het spel.

Ach ja, tijden veranderen.
Wat blijft is het plezier in ons tafeltennisspel !

Liefhebber.

NB : Vandaag een aanbieding bij het Kruidvat, een duurzaam tafeltennisbatje met 2 balletjes voor € 3,99 !!!! Hoe bestaat het ?

 

Een uitsmijter

 

Er is een periode geweest, dat er na de tafeltenniswedstrijd altijd werd gebiljart onder het genot van de toen zo bekende seven up-citroen of cola-rum.
Daaraan kwam abrupt een einde toen een clubgenoot aan de kroegbaas een gouden horloge verkocht dat later Amerikaans goud, dus doublé en daarmee nep bleek te zijn.
Op zekere avond ging echter tot onze grote verbazing vlak voor onze neus de deur op de knip !
Wij werden niet meer toegelaten !
De aap kwam de week erop uit de mouw toen de dader zijn zonde opbiechtte.
De zwaar met goud behangen en dik beschilderde vriendin van het slachtoffer, ook nog eens eigenares van de kroeg en in het milieu door de wol geverfd, had bij ontvangst het geschenk dit direct op zijn juiste waarde getaxeerd.
Oei ! Vandaar !

Wij kwamen vervolgens in een ander etablissement terecht waar men heerlijke sateetjes had.
Dat was koren op de molen van mijn twee toenmalige teamgenoten, het werd een traditie.
Ook bij uitwedstrijden werd naast het drankje naar een hapje gezocht en zo kwamen wij wel op een heel bijzondere plek !
Eén van de twee wist een stationscafé, daar kon je op elk tijdstip van de dag van ’s morgens vroeg tot in de nacht voor een redelijke prijs een grote en heerlijke uitsmijter krijgen.
Eén probleem, de waard moest je wel mogen !
Was dat niet zo dan kon je om een uitsmijter vragen, maar krijgen deed je ‘m nooit.

Die café-eigenaar was een paardengek, de muren van dit bruine café waren vol behangen met schilderijen van beroemde renpaarden.
De man ging naar elke paardenrace en deed menig gokje en hield daar kennelijk wel wat aan over, gelet op het aantal vereeuwigde winnaars.
Het was ook een stamkroeg van wachtende taxichauffeurs, vandaar denk ik die uitsmijters en waarschijnlijk waren deze mannen ook nog eens liefhebbers van het gedoe op de renbaan.

Vele jaren hebben wij aangelegd en werden kennelijk gepruimd.
Hoe laat we ook na een wedstrijd uit het station kwamen rollen, altoos werd de uitsmijterham geserveerd en die viel best in de smaak.

Een aantal jaren geleden, terug in mijn geboorteplaats, ging ik met water in de mond op zoek om nog eens proeven van de sfeer en de smaak van die overheerlijke grote …….
Maar tot mijn diepe teleurstelling was het stationsplein duchtig vernieuwd en het chauffeurscafé bestond niet meer.
Het gaf even een triest gevoel, maar ja zo gaat het in dit leven : Alles is vergankelijk.

Liefhebber.

Vriendschappen

 

Zoekend op de foto’s van het 40-jarig jubileum van de TLE, schoten vele herinneringen door mij heen.

Je herinnert je bij het zien van bekenden weer meer uit de vervlogen jaren, bij zo’n jubileum deel je dat verleden met anderen.

Het hoort bij je en geeft ook achteraf het nodige plezier !

Die foto’s zullen nu en ook in de toekomst nog wel eens worden bekeken, mooi toch !

 

Er zijn meer van die signalen die soms zomaar uit het niets komen.

Onlangs nog werd twee keer vrij kort na elkaar aan een van mijn kinderen elders in het land gevraagd “Ben jij er één van …. nou ja …..“Liefhebber” ?

Het bleek in het eerste geval een oude tegenstander te zijn, een taaie verdediger ( we kennen allemaal zo’n type wel als tegenstander) en hij reageerde tevens met : “die felle!”

Mooi, dat je dan ter plekke met elkaar kan praten via het mobieltje en daar beleef je nog dagen plezier van !

Zijn inmiddels 37 jarige zoon speelt trouwens al jaren in de Nederlandse tafeltennistop en die volg je dan ook altijd.

De tweede informeerde ook aan het eind van de speelavond bij het napraten : Heet jouw vader ……?

Het bleek, dat ik hem 50 jaar geleden als jongen van 14 jaar had uitgenodigd om samen in een dubbeltoernooi te spelen.

Ik weet precies wie hij was, hij kwam als klein jongetje altijd met zijn vader mee.

Was op dat toernooi mijn partner niet komen opdagen ?

Ik weet er niets meer van.

In die glorietijd was de sky de limit en er speelden op sportgebied voor mij talloze zaken.

Deze jongen is nu een man van 64, maar hij is dat verzoek van mij nooit vergeten.

 

Er wordt wel gezegd: Bij het ouder worden teer je op je herinneringen !

Reden om de foto’s van dit TLE-jubileum met wat aantekeningen en namen goed op te bergen, mettertijd krijgen ze een goud randje.

 

Liefhebber.

Berenlucht


Die goeie oude tijd !
Jawel, je ‘s morgens met koud - in de winter ijskoud - water wassen aan de gootsteen in de keuken.
Als je mazzel had ’s zaterdags in de teil of tobbe met warm water erbij uit een ketel die op de roodgestookte salamanderkachel had gestaan.
Wilde, of kon, je een paar centen aan het baden besteden, dan was er in de steden en in sommige dorpen een badhuis.
Je kon dan kiezen tussen een douche of, wat duurder, een bad.
Je kreeg de tijd om je in te zepen, te wassen en af te spoelen.
Als het fluitje ging, werd kort daarna de koudwaterkraan opengezet.
Opschieten, want er waren vele wachtenden achter je !

Op de voetbalclub jezelf schoonmaken met opgepompt water; niet drinken want dan ging je aan de reut.
Het kleedgebouw stond aan een doodlopende sloot en vlak daarbij lag een mesthoop van de boerderij van Hauser !
Trouwens, maar al te vaak werd er gesmeekt “POMPEN !”, als de watertank op het dak leeg raakte en het straaltje van de waterkranen boven een afvoerbak al te miezerig werd.

Tafeltennissen deed je in gymzalen, club- en parochiehuizen zonder wasgelegenheid, met hoogstens ergens een kraantje boven een schrobputje.
De lucht die in de bedompte geïmproviseerde kleedruimten hing, je kon er tegen aan leunen.
Het stonk !
De KLM had in een splinternieuw gebouw twee sportzalen boven elkaar voorzien van schitterende doucheruimten.
Wat een weelde om daar te spelen !
Later kwamen er meer verbeteringen, thuis, maar ook bij de kleedruimten kwamen douches.

Toch waren er in die latere tijd onverbeterlijke figuren, zij kwamen en gingen ongewassen.
Soms stond de schimmel in de (sport)tas of wat daarvoor moest doorgaan.
In de herinnering zweeft de naam van een klein mannetje die echt stonk als een mannetjesvarken in de stal, een berenlucht !
Voor die varkens lekker, maar voor de team/clubgenoten niet te harden.

Ook hier doemen echter weer de goede herinneringen op.
Jarenlang had ik een teamgenoot die net als ik vroegtijdig aanwezig was en dan trokken wij op ons gemak gezellig pratend onze sportkleding aan.
Na afloop uitgebreid al kletsend douchen, waarna we altijd ( als laatsten ) de boel afsloten.
O ja, behalve ….Salamanders !
Die keer bij een landelijk bekende club, daar douchte niemand, maar heel bereidwillig werd de doucheruimte - in gebruik als rommelhok voor de korfbalclub - met plek voor twee voor ons uitgeruimd.
Dat heb ik geweten !
Toevallig geen douchesandalen bij me.
De dag erna stonden mijn voeten in brand door een schimmel, die maar moeilijk te bestrijden bleek te zijn.
Het is een niet mis te verstane les geweest, een doucheruimte is mooi, maar deze moet wel goed worden onderhouden c.q. schoongemaakt.

Tja, helemaal goed komt toch ook in deze tijd niet altijd voor.
Er moet zeker aan badruimte altijd aandacht en moeite worden besteed.
Houdt het netjes !

Liefhebber
 

Het eerste overstapje


Met een overstapje kon je vroeger van de ene bus- of tramlijn overstappen op de andere.
Het kaartje op zich bestaat niet meer, maar de gedachte er aan, roept wel herinneringen op en zeker nu je aan het eind van het jaar al die namen van spelers en trainers leest die van club wisselen.

In 1952 stond ik tijdens de laatste competitiewedstrijd van dat seizoen alleen tegenover een gerenommeerde tegenstander.
Mijn beide teamgenoten hadden niets van zich laten horen, dus zou je denken : “Geen wedstrijd” !
Geen nood, mijn tegenstanders hadden een supporter bij zich uit een lager team en deze was bereid onder de naam van een wegblijver zich aan mijn zijde te scharen om er toch nog een wedstrijdje van 3 tegen 2 van te maken.
Voor ons geen boete en puntenmindering, voor hen geen overbodige reis.

Mijn tijdelijke kompaan ging zich inslaan.
Het was het betere graafwerk, de bal hoog terug scheppen op de helft van de tegenstander met af en toe een vreemdsoortige wegdraaiende aanvalsslag.
Zijn noeste vlijt bracht stralen van zweet op die kale glimmende schedel.
De handdoek kwam er vele malen aan te pas.
De wedstrijd bracht hem echter dolle pret.
Het klikte tussen ons in het dubbel en hij sleepte twee partijen in de wacht tegen zijn clubgenoten.
Wij wonnen getwee met 6-4 van onze opponenten, die zich verzekerd dachten van een makkelijke overwinning, voor hen een tegenvaller.
Na afloop werd ik door deze toffe jongens uitgenodigd voor het nuttigen van een drankje in hun favoriete kroeg.
Het kon niet uitblijven, zij overtuigden mij tot het nemen van een overstapje naar hun club.
Nooit spijt van gehad, want veel van mijn belevenissen hebben zich bij deze bijzondere club afgespeeld.
O, ja, die invaller werd later onze voorzitter van vierhoog.
En tegen hem heb ik ooit een keer gespeeld.
Na in de eerste set met 21-2 te hebben verloren, besloot hij dat er koffie moest worden gedronken en die tweede set is nooit gespeeld.
Het tafeltennisplezier met deze man vol levensvreugd is altijd in mijn gedachten gebleven.

Liefhebber.

Kasbeheer

 

Een goede penningmeester is per definitie lastig, hij zet vraagtekens bij uitgaven, controleert rekeningen en zit achter de betaling aan van contributies, boetes, advertentie en sponsorgelden.

 

Bij elk beheer van de centen is het trouwens goed om een betaalstructuur op te zetten die gecontroleerd werkt en met een goed omschreven procedure voor de jaarlijkse controle.

Een mandaat voor de penningmeester om lopende kleinere rekeningen zonder meer te kunnen doen, voor grotere uitgaven, een fiat van het ( dagelijks) bestuur met voor de betaling ook de handtekening van de voorzitter - of bij diens afwezigheid - de secretaris.

De jaarlijkse kascontrole van gedane betalingen met de daaraan verbonden facturen.

 Niet omdat je op voorhand de penningmeester niet vertrouwt, maar wel om de buitenwereld te laten zien, dat de centen goed worden beheerd.

De penningmeester zal er als beheerder van de centen blij mee zijn.

 

Toch het waarom ? Eenvoudigweg, omdat het altijd kan misgaan om wat voor gekke reden dan ook.

 

Een zeer plichtsgetrouw en betrouwbaar man functioneerde jarenlang feilloos als penningmeester.

De voorzitter overleed en er kwam geen nieuwe, de secretaris regelde alles rond correspondentie en competitiegebeuren.

De contributies werden nauwgezet geïnd en de rekeningen betaald.

Tot wij gingen fuseren en er over de laatste reeks van jaren geen kasboek meer bleek te bestaan.

Het ontvangen geld ging in zijn zak en de rekeningen werden daaruit ook betaald.

Het botste hevig tussen secretaris en penningmeester, de laatste hebben wij nooit meer gezien.

Jammer !

De fusie ging door, wij brachten alleen ons materiaal in, geen centen, maar ook geen schulden.

 

Je moet geldzaken binnen een club, een organisatie , goed regelen.

Maar al te vaak lees je in de krant over slechteriken, maar ook wel onnozele halzen, die het mijn en dijn verwarren.

 

Over voetbalclubs en andere sportorganisaties, die smijten met gemeenschapsgeld en bewust feiten op bepaalde manieren voorleggen aan betrokken leden of instanties om hun spelletje / speeltje te betalen zullen we het maar niet hebben.

 

Liefhebber.

Eigen terrein

Wij voetbalden ooit op een terrein als een knollentuin.
In de oorlog hadden er palen in gestaan om het landen van ( zweef)vliegtuigen en parachutisten te verhinderen.
Bij het verleggen van het veld aan het eind van de veertiger jaren had men in een van de doelgebieden een sloot gedempt ; ’s winters kwam de bagger elk jaar boven en ’s zomers was de bovenlaag daar keihard.
De bal plofte bij slecht weer dood neer in de blubber, bij zonneschijn stuiterde hij erg hoog en ook nog eens alle kanten uit.
Elke tegenstander ging voor schut, wij wisten het wel : Dat ding raken voordat die op de grond komt !
Thuisvoordeel bij elke wedstrijd op eigen terrein.

Ook bij tafeltennissen bestonden er in die oude tijd soms heel grote verschillen bij het spelen in de zeer diverse speelzalen.
Hing het licht in de vorm van een groot soort leeslampen aan een kabel boven de tafels of was er plafondverlichting ?
Gaf het laatste genoeg licht of was er sprake van een soort schemerduister ?
Met zo’n lamp boven de tafel verdween de bal overigens wel eens in het donker en dan maar speuren waar deze weer te voorschijn zou komen.
Nog meer ellende : Spierwitgekalkte muren, aflopende en ook wel spekgladde vloeren !
Ik heb bij de ttv Vredesteijn, jawel die bandenfabrikant, iemand zijn enkel zien breken bij het uitglijden op een door talk veroorzaakte gladde vloer en daarna zien terechtkomen onder een buisverwarming in deze fabrieksruimte.
Of bergop en bergaf spelen in een voor toneel geschikte zaal in een of ander dorp.

Maar ieder van ons was in die lang vervlogen jaren onverslaanbaar op zijn of haar echte eigen terrein, thuis in de huiskamer op de uitgeschoven tafel.
Stoelen eruit, moeder weggefrommeld in een hoekje, lang niet altijd werd die disorde, veroorzaakt door dat stel wilde knapen, door haar op prijs gesteld.
Daar in die thuissituatie kende je echt elk bobbeltje, elke ribbel, elk hoekje van de kamer en de tafel.
Liefhebber speelde zelf in zijn begintijd in de bakkerij op het misschien wel honderd jaar oude luik dat over de deegtrog lag, knoestig en geribbeld, meer lang dan breed.
Knappe jongen die daar van hem kon winnen !
Een gefrustreerde tegenstander ging destijds over tot het in de strijd brengen van een voorhanden zijnde aardappel en dat ontaardde in enig gooien, een “gevecht”.
Moeders kwam er bliksemsnel een einde aan maken om haar voorraad te redden.

Ach ja, toentertijd …..Ook nu zijn er nog verschillen in de speelruimte, niet meer zo groot en merkwaardig als zestig jaar geleden, ook nu echter nog wel van invloed : Bij een thuiswedstrijd voel je je altijd beter.

Liefhebber.

Afscheid

Het moest er een keer van komen, Liefhebber zet bij deze een punt achter zijn nu 61 jaar lange tafeltennisloopbaan.
Mijn vereniging ETTV is opgehouden te bestaan, omdat wij met te weinig leden overbleven.
Het ontbreekt mij op dit moment aan de lust om een nieuwe vereniging op te zoeken en het spelletje weer op te pakken.

De aanvoer van stukjes verliep afgelopen seizoen haperend, voor de lezers waarschijnlijk nauwelijks merkbaar.
Allereerst vanwege de ernstige ziekte van mijn echtgenote, zij is in oktober 2008 overleden, maar ook door mijn eigen gezondheid met een tweetal kleine herseninfarcten in maart van dit jaar.

Ik heb zelf aan het schrijven van de stukjes het nodige plezier beleefd, het terughalen van die oude belevenissen.
Deze zijn allen op ware gebeurtenissen gebaseerd, zij het dat vanwege de privacy hier en daar wat is gesleuteld aan de namen.

Peter Moest schoot raak, toen hij enkele jaren geleden bij mij als schrijver uitkwam.
Maar de anonimiteit werd bewust gezocht.
Ook mijn teamgenoten zijn nooit op de hoogte geweest van mijn activiteiten, hoewel men toch wel uit mijn verhalen aan de borreltafel het een en ander had kunnen afleiden.
Op de opheffingsvergadering waren zij stomverbaasd te horen, dat ik al die jaren Liefhebber was, hun veronderstelling was zelfs dat Liefhebber uit een combinatie van meerdere schrijvers zou bestaan.
De moeite om zaken te scheiden is dus niet vergeefs geweest.
Het is overigens veel aantrekkelijker om vanuit het stille hoekje van de waarnemer vergaderingen en toernooien / wedstrijden te volgen en daarover indrukken te beschrijven of commentaar te leveren, dan bekend te staan als leverancier van de stukjes in de TLE’er of welk blad dan ook.

De activiteit werd opgezet met Frans Klerks, tot op vandaag hebben wij daar samen nog plezier over.
Via voorzitter Geert Bons kwam ik naadloos terecht bij Jan van Schagen.
Het lijkt erop, dat er intussen wat meer mensen op de hoogte zijn, maar ook zij bewaarden het stilzwijgen.
Ik waardeer dat zeer !

Vanaf 1995, dus 14 jaar lid geweest van de TLE, ik heb er veel plezier aan beleefd.
Dat staat ook in de “Doorgeefpen”.
Ruud Prudon zadelde mij mooi op met dat stukje, ik heb het mijn zoon Wouter laten schrijven.

Alle TLE’ers bedankt voor het mij geboden tafeltennisplezier, het ga jullie goed !

Met vriendelijke groet.

Aad Berkhout, de Liefhebber van tafeltennis.

Ps. Een suggestie : vraag een sappige schrijver - en die moet in de TLE toch ergens zitten - om met de diverse coryfeeën uit de bond gesprekken aan te knopen over hun belevenissen.


Noot van de redactie : Aad heeft zijn eerste kopij geleverd naar aanleiding van zijn bezoek aan de ALV van 2004, dus precies 5 jaar geleden.
Dit is het 52e stukje tekst dat hij aanleverde gedurende die tijd, voorwaar een prestatie.
Heel wat rare figuren zijn de revue gepasseerd, ik ga er hier geen noemen, want de lijst gaat dan onleesbaar lang worden.
Nee, ga er zelf maar eens voor zitten en open “de Liefhebber” maar eens op de website, alle 52 verhalen komen dan aan je voorbij.

Aad, heel erg bedankt voor al die prachtige stukjes, ze zullen op de website blijven staan, zodat over vele jaren nog teruggegrepen kan worden op die nostalgische sfeer van “vroeger”.
Je hebt besloten om je batje definitief aan de wilgen te hangen, maar wat mij betreft mag je altijd terugkeren naar “ons warme nest”.