Voorgift-bepaling bij bekerwedstrijden
Bij beker-wedstrijden worden de partijen op
persoonlijke basis met voorgiften verspeeld.
Deze voorgiften worden jaarlijks vastgesteld en staan nu op : 3 - 5 - 7 - 9
- 11 - 12 - 13 - 13 - 13 punten voorgift.
Een speler in de TLE heeft een bepaalde
categorie, die afhankelijk is van zijn sterkte.
Die sterkte wordt bepaald door de prestaties die een speler gedurende het
seizoen behaalt.
Hoe meer partijen een speler wint hoe hoger zijn categorie.
Ook de klasse waarin een speler speelt bepaalt zijn categorie.
Jaarlijks worden de categoriën 2 maal aangepast, bij het begin van het seizoen
en halverwege het seizoen.
Restrictie voor aanpassing is nog dat de speler tenminste 20 % van de mogelijk
te spelen partijen ook daadwerkelijk heeft gespeeld.
Het volgende staatje is daarbij van belang, verticaal de klasse, horizontaal het
percentage gewonnen partijen.
| Resultaat (%) / klasse | 4e | 3e | 2e | 1e | O | H | E |
| 0 t/m 19,99 | I | H | G | F | E | D | C |
| 20 t/m 49,99 | H | G | F | E | D | C | B |
| 50 t/m 79,99 | G | F | E | D | C | B | A |
| 80 t/m 100 | F | E | D | C | B | A | * |
Een speler die dus in de 3e klasse bij de
bepaling van categoriën 33,33 % scoorde krijgt categorie "G".
Een speler uit de Ereklasse die 60 % scoort krijgt categorie "A".
Als deze 2 personen in de beker tegen elkaar
komen te spelen is hun categorie-verschil 6 (B-C-D-E-F-G).
Bij de start van elke game die de zwakkere speler tegen de sterkere speler speelt
is de beginstand 12 - 0, zijnde het 6e element in de reeks van voorgiften.
Zo zijn de regels en zo moet het gespeeld worden.