Toen ik nog op de lagere school zat was ik zo’n dikdouwerke en hadden we een pastoor die zeer begaan was met de jeugd uit zijn parochie, elke zondagmiddag stelde hij zijn patronaat ter beschikking en voor 5 cent was je dan een hele middag onder de pannen.
Er was ook altijd wat anders te doen, soms draaide er dan een film van de Dikke en de Dunne, of van Charley Chaplin, soms ook eentje van Fernandel en zo heb ik geloof ik ook al 8 keer de film “It’s in the air” van George Formbey gezien, wel vermakelijk altijd.
Een andere keer kreeg je dan een blokje hout in je handen geduwd en moest je die op de lijn zetten, die overal 1 meter van de muur verwijderd was, “blokjesvoetbal” !!
Je moest dan je blokje verdedigen, want als de jouwe omging was je af en moest je gaan zitten.
Het was dan altijd één voor allen en allen voor één, want om iemands blokje om te krijgen moest je dan via de muur dat blokje om-caramboleren, de grootste lol en meneer pastoor lachte dan om het hardst.
Soms ook werden er matten uitgelegd en dan moest je over een stokje springen en op de mat een koprol maken, maar vanwege mijn anatomie lukte dat niet altijd en kwam ik vaak op mijn kop terecht, hetgeen natuurlijk een behoorlijk aantal lachsalvo’s tot gevolg had, meneer pastoor voorop !!
Ook gingen soms de ringen naar beneden en werden er “vogelnestjes” gebouwd door degenen die hier handig in waren, mijn vogelnestje leek dan meer op een hangende zak zand, als we maar lol hadden.
Nu had meneer pastoor ook een paar tafeltennistafels en als die dan werden opgezet kreeg iedereen een batje (zeg maar plank, zoals die van Piet Hink, bijvoorbeeld) in zijn hand geduwd.
Tien jong aan de ene kant en tien aan de andere kant en als je de bal geslagen had moest je vlug naar de andere kant rennen om daar de bal dan weer op te vangen, als je missloeg was je af en moest je aan de kant verder toekijken hoe langzaam maar zeker het aantal terugliep naar twee.
Onder luide aanmoedigingen van al die anderen moesten die 2 dan onderling in 3 punten uitmaken wie de beste was en dus gewonnen had, om daarna met zijn allen weer van voren af aan te beginnen.
Zonder mezelf op de borst te slaan, moet ik wel stellen dat ik toch wel degene was die het meest aan de tafel bleef, want ondanks mijn lichamelijke handicaps slaagde ik er vaak in om bij die laatsten te eindigen en vaak te winnen ook.
Toen had ik eindelijk iets gevonden waar ik dus wel goed in was !!
Soms vraag ik me wel eens af : “Hoe bent U aan het tafeltennissen geraakt ??”
Dikkie Bigmans.
Waarom ik ben gaan tafeltennissen (vervolg)
In TLE-er nummer 9 heeft Jan van Schagen mijn stukje netjes geplaatst, maar eigenlijk heb ik nog een anecdote, die ik ook wel kwijt wil.
Nadat ik verkaste naar de middelbare school was mijn patronaats-periode eigenlijk ook voorbij, je voelde dat je er te “oud” voor werd, tussen al die knaapjes van de lagere school, het was te kinderachtig.
Omdat er in ons dorpje verder geen mogelijkheden waren, werd het dus voetballen op een veldje naast de school.
Dat was zo’n kale zandvlakte en als het een tijdje niet geregend had, was het stofhappen geblazen.
Even tossen, er werden dan 2 aanvoerders gekozen, die voetje voor voetje naar elkaar toeliepen.
Met een dwarsgeplaatste voet werd de tegenstander uiteindelijk de laatste mogelijkheid ontnomen om nog dichterbij te komen, waarbij die jongen gewonnen had en dus als eerste mocht kiezen uit de overgeblevenen.
Wie aandachtig TLE-er 9 gelezen heeft, zal beseffen dat ik nooit aanvoerder werd en altijd als een van de laatsten mocht aanschuiven achter in de rij, ik mocht wel vaak vliegende kiep spelen en de bal weer gaan ophalen als die tussen 2 jassen was doorgeknald richting slootje van de aangrenzende boer.
We verhuisden naar de stad en ik kwam in een klas te zitten met jongens (ja, katholieke meisjes kwamen in die tijd van een andere planeet) die tafeltennisten !!
Ik werd meteen lid van de plaatselijke club, dat besef je wel natuurlijk wel en op de eerste de beste avond dat ik aanwezig was vroeg ik wie de beste was van die club, want daar wilde ik wel tegen spelen, en dan voor zijn echie.
De clubkampioen had wel zin in een potje tegen mij, en ik zou wel eens laten zien dat die boertjes ook in staat waren om een balletje te slaan, nou dat heb ik geweten.
Links en rechts vlogen de ballen me om de oren en uiteindelijk liet hij mij beteuterd achter met 21-2, maar ik had toch nog 2 kantballen kunnen maken, waar hij lekker niet bij kon !!
Dickie Bigmans.
In het stukje van de Liefhebber elders in dit blad suggereert hij dat Dickie B. zijn werk mag overnemen, omdat hijzelf vindt dat hij al genoeg stukjes voor de TLE-er heeft geschreven.
Zo langzaam maar zeker raakt zo’n arsenaal natuurlijk op, en om er voor te zorgen dat de stukjes niet uitdrogen is het het beste om er dan maar een punt achter te gaan zetten.
Ik persoonlijk vind deze instelling “jammer” en ik daag de Liefhebber daarom uit om door te gaan !
Dickie heeft mij duidelijk te kennen gegeven dat hij niet de opvolger wil worden van de Liefhebber.
Om toch nog de saaiheid van cijfertjes van de standenlijst te doorbreken heb ik “de doorgeef-pen” bedacht.
In deze rubriek vertelt een persoon hoe hij aan het tafeltennissen is geslagen.
Aan het eind van zijn verhaaltje kan hij iemand anders uitnodigen om te vertellen hoe het met die persoon allemaal is begonnen.
Deze uitgezochte persoon mag dan niet uit dezelfde vereniging komen en ook niet uitkomen in de klasse waarin hij zelf speelt (speelde).
Als eerste persoon heb ik Jan van Schagen van Valkenswaard gevraagd om zijn verhaal te vertellen :
Op zondag na de mis kwam de vriend (Gerard van den Boomen) van mijn oudste broer altijd bij ons, omdat wij dan op de keukentafel de sjoelbak plaatsten, of er werd het voetbalspel tevoorschijn gehaald, of soms ook werd het tafeltennisnetje opgezet.
Hele competities werden dan afgewerkt, ik had het schijnbaar toen al te pakken.
Bij het sjoelen hadden we een speciale techniek om de stenen in de “1” of de “2” te schuiven.
Met een speciaal draai-effect verdween die steen dan in 9 van de 10 gevallen in het poortje.
De eerste 2 beurten werden dan gebruikt om de “3” en de “4” vol te rammen.
Niet zelden werd er dan het wereldrecord van one-hundred-and-fourty-eight gehaald.
Miste je dan een van de eerste stenen in die 3e beurt bleef je wel achter met een schamel puntenaantal, maar dat nam je op de koop toe.
Als het voetbalspel werd opgezet speelde je telkens met iemand anders, de wedstrijdpunten van het team werden dan individueel gemaakt.
Mijn moeder was in die tijd een geweldige keeper en Gerard een goede midvoor, dus soms was je zelf aanvaller en de andere keer de keeper.
Heroische gevechten werden er op die zondagmiddag geleverd !
Als het tafeltennisnetje tevoorschijn werd gehaald moest eerst de keukentafel uitgetrokken worden.
Het netje kon je niet recht in het midden zetten, omdat daar de tafel te dik was.
Het netje werd dan vastgezet op het dunnere “uittrek”-gedeelte en liep zodoende schuin over de tafel.
Om het toch eerlijk te houden had je de ene week veel forehand en weinig backhand, en als het netje een andere week andersom werd geplaatst had je meer backhand en minder forehand.
Twee plankjes met een onbestemd rubbertje en een balletje dat zo’n dikke naad had, dat als het op die naad stuiterde je de raarste effecten kon krijgen.
Als je de bal dan ook nog op de naad van de uittrektafel kon krijgen, was het lachen, gieren, brullen.
Zo heb ik kennis gemaakt met de tafeltennissport.
Gaarne wil ik de doorgeef-pen aan Annie de Roy-van Zuidewijn van S&O TNT toeschuiven, omdat die ook wellicht vanuit een familie-omgeving (hoe kom ik daar bij, he) is gaan tafeltennissen.
Annie, zet hem op !
Annie zet hem op, ja, ja, gelukkig was Jan zo verstandig om met een belletje te vragen of ik soms bladzijde 30 van TLE-er nummer 1 al had gelezen. Niet dus.
Echt blij werd ik daar ook niet van, want probeer maar eens iets op papier te zetten.
In tegenstelling tot Jan kwam ik pas met tafeltennis in aanraking in mijn “tweede jeugd”.
Mijn man, ons Simon dus, was in 1980 begonnen bij de PTT en daar hadden ze in de kelder een mooie sportzaal met 4 tafeltennistafels.
Nadat hij in de middagpauze flink had geoefend heeft hij zich uiteindelijk toch maar aangemeld als lid van de Sport en Ontspanningsvereniging van de PTT.
Zo werd hij de eerste van de familie die ging tafeltennissen en na een jaartje ben ik zelf ook maar eens gaan kijken en …… het leek me wel wat.
Onze zoon Mark was toen nog maar een jaar of 7 en de oudste 9.
Dat hield dus in dat we altijd oppas nodig hadden.
Misschien dat er daarom zo weinig dames tafeltennissen (?!).
Zelfs nu, zo’n 25 jaar later zijn we nog steeds ver in de minderheid, dus dames die dit lezen, meld je aan ! De TLE kan mensen gebruiken !
Nu ik hier toch die kladblok aan het volschrijven ben, wil ik meteen van de gelegenheid gebruik maken om alle TLE-ers op te roepen om toch vooral naar het jaarlijkse TLE-toernooi te blijven komen.
Zelf vind ik het altijd erg gezellig, je komt iedereen tegen uit de competitie en je kunt lekker bijkletsen met de mensen die je niet zo vaak ziet.
Tevens laat je de organisatie zien dat we veel waardering hebben voor al de moeite die zij voor ons doen.
Nou merk ik dat die bladzijde nog niet vol is, maar ik heb er eigenlijk wel genoeg van, ik kan denk ik toch beter o.h. dan schrijven en ik moet de pen nog even doorgeven aan iemand die dat waarschijnlijk net zo leuk vindt als ik.
Dus ik doe nu mijn blinddoek op en dan op goed geluk.
Dus wie het ook wordt, zet hem op : *** BERT GERSEN *** van de Kuub.
Ik heb geen flauw idee wie het is, maar maak er iets moois van.
Annie de Roy v.Zuidewijn
Doorgeefpen nr 4
Ik kreeg de pen van Annie de Roy-van Zuidewijn. Ik ken haar niet, maar dat is niet zo verwonderlijk als je in een andere klasse speelt en in mijn geval nog niet zo heel lang in Eindhoven woont en “pas” voor het 8e seizoen in de TLE speelt voor De Kuub.
Mijn roots liggen in Gelderland om precies te zijn in Velp bij Arnhem en daar ligt ook het begin van mijn tafeltenniscarrière.
Het begon allemaal, ik heb het nu over eind jaren ’50, op een uitgetrokken huiskamertafel bij vrienden.
Mijn grote passie in die tijd was voetballen, tafeltennis was een goede tweede. Tot het moment waarop kapelaan Van der Jagt, ik was misdienaar, het initiatief nam een tafeltennisclub op te richten onder de naam Sportclub Velp. De tafeltennisclub werd onderdeel van een sportvereniging onder welke paraplu ook een voetbalclub en een gymnastiekvereniging bestonden. Met nog twee vrienden werd ik lid en ik begon regelmatig een balletje te slaan. Wij bleken gedrieën talent te hebben en werden al vrij snel als team ingeschreven in de juniorencompetitie.
Voor ik aan dit stukje begon, ben ik op zoek gegaan naar een grijze plastic portefeuille waarin tastbare herinneringen aan vroeger moesten zitten. Ik heb hem gevonden. Voor mij liggen 4 lidmaatschapskaarten van de Nederlandse Tafeltennisbond, opgericht 23 juni 1935.
De lidmaatschapskaarten (duplicaten konden tegen betaling van f 0,25 worden aangevraagd) dateren uit de seizoenen ’63-’64 t/m ’66-’67).
In het seizoen ’63-’64 speelden we in de juniorenklasse. In 1964 werden we 16 jaren jong en moesten we bij de senioren gaan meedoen.
De competitieopbouw was toen nog overzichtelijk. De klassenindeling was als volgt: 4e; 3e ; 2e; 1e; overgangs-; hoofd- en ereklasse.
Vanwege onze prestaties bij de junioren mochten we onmiddellijk in de 3e klasse beginnen. Wij zijn toen jaarlijks gepromoveerd. De lidmaatschapskaart voor het seizoen ’66-’67 is voor de 1e klasse. Namen van verenigingen waartegen we speelden waren Tios en De Treffers, beide uit Arnhem en Kolping uit Nijmegen. Behalve tegen die verenigingen speelden we ook in Wageningen en mogelijk in de Achterhoek.
In 1968 ben ik vanwege studie met tafeltennissen gestopt. Bijna 30 jaar heb ik geen batje aangeraakt, totdat ik eind jaren negentig lid werd van De Kuub. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. Maar wat was dat wennen. Ik moest vooral wennen aan het feit dat tafeltennis zo’n materiaalsport geworden was. Bij het zien van noppen brak bij mij bij wijze van spreken het koude zweet al uit. Inmiddels ben ik er een beetje aan gewend geraakt.
Aan wie zal ik nu de doorgeef-pen doorgeven ? In eerste instantie dacht ik aan Frans van de Broek, oud lid van De Kuub en barman in het Burghplan. Hij kan zulke prachtige verhalen vertellen over het ontstaan van de De Kuub en zijn vele oud-leden. Ik heb hem gebeld, maar hij stond niet te trappelen en is ook geen lid meer van de TLE, tevens begreep ik van Jan van Schagen dat het iemand moest zijn van buiten mijn eigen vereniging en mijn eigen klasse. Dus wordt het nu Piet Hink van DiDi Mode. Succes Piet !
Bert Gersen.
Doorgeefpen nr 5
Hallo, TLE’ers, laat ik me even voorstellen, mijn naam is Piet Hink en ik ben getrouwd met Francien.
Samen hebben we 2 kinderen en 5 kleinkinderen.
Ik vind het leuk dat Bert Gersen mij had uitgenodigd om een stukje in deze TLE’er te schrijven.
Mijn tafeltennisleven is begonnen in 1951 (!)
Ik was toen 16 jaar oud en speelde bij de K.A.J. (Katholieke Arbeiders Jeugd) op de Wal in Eindhoven.
Televisie hadden we toen nog niet, dus konden we ons uitleven met kaarten en tafeltennissen.
We gingen dan op de fiets met zo’n 25 man naar allerlei toernooien en speelden volop, waarbij na afloop er altijd een bal was waar gedanst kon worden.
Op een zeker moment is er een overeenkomst gesloten met Veloc en daar is Renata dan weer uit ontstaan.
Die naam komt van een vriend zijn zaak, namelijk Huub van Hout, hij slaat bij Renata in de TLE ook nog steeds een balletje.
In die tijd werd er gespeeld in het Lambertus patronaat in Gestel.
Later heb ik ook nog gespeeld bij PSV en Kinawo.
We speelden bij de NTTB en gingen heel Brabant door.
Bij Flash heb ik niet gespeeld, maar voor die vereniging heb ik wel oud papier opgehaald.
Als er een groot toernooi was, bijvoorbeeld de “Brabantse Kampioenschappen” haalde ik bij alle verenigingen de tafels op.
Na afloop werden die weer netjes teruggebracht, je deed het voor je sport !
In 1971 belde Pieter Coolen mij op of ik in de bedrijfscompetitie mee wilde spelen.
Pieter kende ik nog van de carnavalsvereniging “de Bolhoedjes” en zo werd ik TLE’er.
Het balletje vloog dan tussen de machines door, een echte bedrijfscompetitie !
Ook adverteerde ik in de TLE’er met de tekst “Eet gezond, eet veel groenten en fruit, Piet de Pingponger”.
Die naam was ontstaan vanwege mijn tafeltennisbatje of –plankje, het is namelijk nog steeds mijn allereerste batje met zoals je hoort hetzelfde rubbertje als toentertijd.
Het klinkt nog als “tik-tok”.
Dit jaar is mijn batje en rubbertje 55 jaar geworden en ik hoop met dit materiaal nog vele tegenstanders te verslaan.
Mijn broer Theo en zoon Dirk-Jan spelen ook bij de TLE (Nuenen) maar met modern materiaal.
Nu spelen we onder de naam DiDI Mode met een fanatieke vriend Peter Moest.
Samen met Richard de Bont en Peter van Hooydonk spelen we in de eerste klasse en we hopen dit nog lang vol te houden.
Vriend Pieter Coolen speelt ook nog op volle toeren, maar dan bij Tafeltennisclub Stiphout, waar ik als recreant ook lid van ben.
Iedere woensdagmorgen komen we dan met zo’n 25 vrouwen en mannen bijeen, HEEL GEZELLIG !!
Bij deze wil ik vriend Bert Gersen nog bedanken dat hij mij heeft aanbevolen.
Ook wens ik alle TLE’ers veel speelplezier in 2007, het is en blijft een mooie sport.
Ook het bestuur wens ik veel kracht om alles in het gareel te houden.
Het ga jullie allen goed en eet veel groenten en fruit.
Piet de Pingponger.
De pen zou ik graag willen doorgeven aan vriend Peter van de Crommert van TTV Best.
Peter, veel succes !!
Doorgeefpen nr 6
Ik vind
het leuk dat Piet Hink bij het doorgeven van de doorgeefpen aan mij heeft
gedacht, bedankt Piet.
Het is de bedoeling dat ik iets over mijn tafeltennis loopbaan ga vertellen, nou
die begon in 1963 bij DAF.
Toen ik
daar begon was Cor Schep onze trainer, hij werd later opgevolgd door Jan
Suiskens.
In die tijd had de NTTB nog maar 4 klassen en ik heb enkele jaren in het eerste
team gespeeld, dat uitkwam in de 3e klasse.
Ook heb ik eens meegedaan aan de Eindhovense kampioenschappen.
Mijn eerste tegenstander was Henk Damen, tot ieders verassing won ik deze
wedstrijd en mijn overgang naar de Bestse vereniging Kadans was geregeld.
Zelf woonde ik nog in Eindhoven en moest dus elke week 2 keer naar Best op de brommer.
Mijn hoogtepunt was het ongeslagen behalen van het kampioenschap van Brabant in de 2e klasse in 1967, met Henk Damen en Ton Verweij. (zie foto 1).

In dat jaar kreeg ik een ernstig ongeluk met de brommer en was daardoor een heel
jaar uitgeschakeld.
In 1971
ben ik bij Philips als brandweerman gaan werken, waar in de sporthal van de
brandweer, E.G.S. (Eindhovense Gehandicapten Sport) afd. Tafeltennis speelde.
Uiteindelijk ben ik daar 7 jaar trainer geweest.
In die jaren bij de brandweer deed ik regelmatig mee aan het Nederlandse kampioenschap tafeltennis, waar later ook Frans Evers (van TTVV) aan deelnam, we eindigden altijd bij de eerste acht.
Daardoor
mocht ik ook deelnemen aan diverse Europese kampioenschappen in Duitsland,
Oostenrijk, Tsjechië, België en Nederland.
Zelfs heb ik meegedaan aan de Wereld Brandweer wedstrijden in Zuid-Afrika en
Parijs.
In 1998 in
Durban, Zuid-Afrika was het hoogtepunt een 3e plaats categorie enkel
boven 40 jaar en een 1e plaats bij het dubbelspel.(zie foto 2).

In 1978 ben ik met mijn gezin in Best gaan wonen.
Naast het
tafeltennis heb ik nog diverse hobbies waar het verzamelen van Philips
stropdassen (372 verschillende) er een van is.
Wie heeft er nog zo'n exemplaar, hij kan hem bij mij inleveren, ik zal er zeer
zuinig op zijn !!
Sinds 1997
ben ik weer lid geworden van Kadans, dat door een naamsverandering nu T.T.V.
Best heet.
Na mijn F.L.O. op 55 jarige leeftijd heb ik een "Fifty Fit" groep opgericht op
dinsdagmorgen met 20 deelnemers wat heel gezellig is.
Zo, dat was het wel zo'n beetje, nu nog de pen doorgeven.
Dat wil ik doen aan Tuur van Gestel (van ANB Administraties) omdat ik deze persoon in de eerste jaren van mijn tafeltennisperiode regelmatig als tegenstander ben tegengekomen.
Tenslotte wil ik iedereen een gezond en sportief 2007 toewensen.
Peter van de Crommert.
Doorgeefpen nr 7
Omdat
Peter v.d Crommert de doorgeefpen aan mij toebedeeld heeft zal ik proberen in
vogelvlucht te beschrijven hoe en wanneer ik met het fenomeen tafeltennis in
aanraking ben gekomen en ook hoe het mij daarbij vergaan is.
Wie ben ik ??
Ik ben Tuur van Gestel afkomstig uit Tilburg, jarenlang in Eindhoven gewoond en
nu pak weg 8 jaar woonachtig in Best, nog steeds gezond en last but not least
gelukkig getrouwd.
Hoewel wij thuis wel eens met een houten plankje en een simpel netje op een
uitschuifbare keukentafel probeerden een balletje te slaan, was mijn eerste
serieuze kennismaking met tafeltennis in een door de school georganiseerd
Kersttoernooi voor teams van 2 personen, we spreken dan van najaar 1959.
Hiertoe uitgenodigd door een schoolkameraad besloot ik ergens een batje te lenen
en mee te doen en met succes. Ons team wist dit toernooi winnend af te sluiten
en omdat winnen natuurlijk altijd leuk is was hiermee mijn interesse voor
tafeltennis gewekt.
Tot die tijd was ik een niet onverdienstelijke voetballer bij de plaatselijke
vereniging Broekhoven, maar vond ik het maar niks om in de winterperiode in de
kou op het veld te staan, dus besloot ik om te gaan tafeltennissen.
Mijn vader werkte als beheerder in het Patronaatsgebouw van onze parochie waar
ook een ongebruikte tafeltennistafel aanwezig was. Het was nog zo’n ouderwets
los blad die je op schragen moest leggen en op verschillende plaatsen waren er
stukken uit het hout geslagen.
Nadat wij toestemming hadden gekregen van het bestuur van de jeugdvereniging om
in het Patronaatsgebouw te gaan spelen en de aldaar aanwezige tafel te
gebruiken, zijn we met 3 man gestart en hebben ons als nieuwe vereniging
aangemeld bij de NTTB.
In het eerste jaar zijn we gestart met 1 team in de 4e klasse van de
NTTB. Binnen enkele jaren wist ons clubje van 3 uit te groeien naar een leuke
vereniging met op zijn hoogtepunt een 30-tal leden.
Team 1 stoomde in ongeveer 6-7 jaar door naar de landelijke overgangsklasse.
In die periode nam ik samen met mijn teamgenoten deel aan allerlei toernooien
door het gehele land.
Ook heb ik nog enkele jaren een koppel gevormd met Henk Damen van Kadans en op
vele toernooien in onze klasse diverse prijzen behaald.
Ook in de enkelspelen wist ik in zowel de 1e klasse als de overgangsklasse in de
periode 1967 t/m 1972 vele prijzen weg te slepen op de diverse toernooien.
Omdat ik vanaf mijn 18e in Eindhoven woonachtig was en steeds voor
mijn tafeltennistraining en wedstrijden naar Tilburg moest reizen heb ik op een
gegeven moment besloten om bij PSV/Cathrien te gaan spelen.
Dit op aangeven van Gerard Beurskens, mede-bestuurslid van het afdelingsbestuur
van de NTTB, die mij vertelde dat er onverwacht een vacature was in het 1e
team bij Thieu van Vroenhoven.
De hoofdklasse waar dit team toen in speelde was achteraf voor mij wel wat te
hoog gegrepen, maar toch heb ik een aantal jaren plezierig gespeeld in dit team.
Zodra de mogelijkheid aanwezig was ben ik wat afgezakt naar de landelijke
overgangsklasse waar ik vele jaren meegedraaid heb met als teamgenoten o.a. Ben
Cornuyt - Rob Zwartjens - Henny Boerekamp - Willy van Vroenhoven en vele
anderen.
Een van de hoogtepunten in mijn tafeltennisperiode is wel geweest de verhuizing
vanuit onze speelzaal aan de Vestdijk naar het gloednieuwe Tafeltenniscentrum op
het Kastelenplein, waar ik meerdere jaren met veel plezier gespeeld heb.
Na allerlei verwikkelingen binnen de daar gehuisveste verenigingen heb ik nog
een jaartje in Veldhoven gespeeld, maar besloot toen om te stoppen.
Nadat ik een jaar lang geen balletje meer had aangeraakt kwam ik tijdens een
partijtje biljarten in het Tafeltenniscentrum in gesprek met Leon Withoos, deze
wist mij over te halen om weer te gaan spelen en wel in de TLE, bij
tafeltennisvereniging de Hagenkamp.
Dit vriendenclubje had wat problemen met de invulling van de teams en kon nog
wel een speler erbij gebruiken.
Bij dit vriendenclubje speel ik nog steeds met heel veel plezier en hoop ik ook
nog vele jaren te kunnen meedraaien.
Voor zover in vogelvlucht mijn tafeltenniscarrière.
Voor het doorgeven van de doorgeefpen denk ik aan Daniëlle Zonnvijlle van Flash.
Het lijkt me wel een leuk idee om weer eens een dame aan het woord te laten
komen.
Doorgeefpen nr 8
Ik ben
deze keer de gelukkige die de doorgeefpen heeft gekregen en wel van mijn grote
vriend Tuur van Gestel.
Bedankt Tuur !!
Ik zal me eerst even voorstellen : Mijn naam is Daniëlle Zonnevijlle, ik ben 27
jaar en woonachtig in Eindhoven.
Ik werk in een verpleeghuis als ziekenverzorgende.
Het tafeltennis is me met de paplepel ingegoten, want mijn vader heeft vroeger
(toen ik nog een klein meisje was) bij Renata gespeeld.
Ik stond dan tijdens toernooien mijn vader aan te moedigen en in de pauzes stond
ik dan achter de tafel (ik kwam er net met mijn koppie boven uit) te proberen
het balletje te raken, ik vond het helemaal geweldig !!
Toen ik ongeveer 8 jaar oud was ben ik bij Renata begonnen, bij de jeugd en heb
daar training gehad van Peter van Hout.
Dit heb ik jaren met plezier gedaan totdat de jeugd bij Renata ophield, ik was
toen ongeveer 12 jaar oud.
Van lieverlee heb ik me toen maar op de middelbare school gestort, totdat een
vriend van me vroeg of ik mee wilde gaan tafeltennissen, ik was ondertussen 18
jaar geworden.
Bij ECVA heb ik 6 jaar lang in de TLE in de laagste klasse gespeeld, totdat mijn
teamgenoot Jack bij Flash wilde gaan spelen.
Ik ben natuurlijk met hem mee verhuisd naar Flash en daar speel ik nu al weer
met veel plezier zo'n 4 jaar.
Eerst 3 seizoenen 3e klasse en dit seizoen zelfs 2e klasse.
Buiten het tafeltennis om doe ik ook nog graag fitnessen vooral RPM, ik ben daar
ondertussen behoorlijk verslaafd aan geraakt.
Maar als ik ooit zal moeten kiezen, dan gaat er niks boven het tafeltennissen.
Die gezelligheid na de wedstrijden wil ik beslist nooit missen !!
Zo, beste lezers, hopelijk heb ik jullie niet in slaap gesust met mijn verhaal.
Tenslotte wil ik de pen graag doorgeven aan Toine v/d Leest van TTV Nuenen.
Daniëlle Zonnevijlle.
Doorgeefpen nr 9
Tsja, kom
je op een maandagavond, net vanachter het eten vandaan, de zaal in gehold omdat
je als eerste mag spelen en dus vooral niet te laat wilt komen.
Een kopje koffie zat er ook al niet meer aan, omdat de oudste dochter eerst nog
van het turnen opgehaald moest worden.
Ze was natuurlijk wel al om 19.00 uur klaar met trainen, maar voordat die meiden
klaar zijn met omkleden…
Ach, als je dochters hebt dan herken je dat wel en misschien ook wel van je… nou
ja vul zelf maar in.
Vrouwen hebben altijd wel een verrassing in petto.
Zo dus ook Daniëlle Zonnevijlle met de doorgeefpen.
Ik kreeg het dus op die bewuste maandagavond van Geert (Bons) te horen dat
Daniëlle mij had verrast met dat kleinood.
”Het staat in de TLE-er” zei hij erbij.
Jaja, vast wel, Geert, maar ik heb nog geen TLE-er gezien, dus daar trap ik mooi
niet in.
”Klopt ook” zei Geert “want de TLE-er is voortaan digitaal !”
Dus ik aan het zoeken gegaan.
Die site is behoorlijk verbeterd zeg !
En er is veel meer te vinden dan alleen de uitslagen en de standen.
Het vinden van die doorgeefpen was een beetje lastiger.
Wat mij betreft mag die gerust als een apart item komen te staan !
Maar goed, de doorgeefpen is gevonden en de bedoeling ervan heb ik ook gelezen.
Nu moet ik alleen nog een stukje zien te schrijven, dat is altijd lastig.
Zeker voor mij, want ik ben nooit zo’n ster geweest in het schrijven en/of
vertellen van verhalen.
Daniëlle wel, maar ja, dat is nog een jonge meid die volop in het leven staat,
alhoewel ze de 18e ook al weer een jaartje ouder is geworden.
Dus als iemand háár nog wil verrassen… het kan nog net of anders volgend jaar.
Zelf heb ik zo iets van “waarom zou iemand nou geïnteresseerd zijn in mijn leven
en dan speciaal nog wel in de manier waarop ik verslingerd ben geraakt aan
tafeltennis ?”
En nu ik dit zo lees, stel ik me tegelijk ook de vraag : “Bén ik wel verslingerd
aan tafeltennis ?”
Het is ooit op de lagere school begonnen en op de middelbare school een beetje
doorgegaan.
Ik had er altijd wel plezier in, ik vond het spelletje wel leuk.
En dan blijkt dat het spelletje ook leuk blijft naarmate je ouder wordt.
Je komt bij een vereniging, daar mag je een aantal jaren later ook bij het
bestuur en nu we bij de dag van vandaag aan zijn gekomen en ik mezelf dus de
vraag stel of ik verslingerd ben aan het tafeltennis kom ik erachter dat het
hele tafeltennis-gebeuren toch een stuk van mijn leven is geworden.
De competitie, de toernooien, de contacten binnen de vereniging en binnen de
TLE.
Het zou “vreemd” zijn als dat er ineens niet meer zou zijn.
Voorlopig ga ik er nog eventjes mee door.
Ik ben benieuwd hoe Henk van Dooren van Valkenswaard er over denkt…
Groeten,
Toine van de Leest.
Jan van Schagen, mijn gewaardeerde clubgenoot, attendeerde mij erop, dat ik door mijn grote vriend Toine van de Leest (ja, ik heb een vriend !), was uitgedaagd om een stukje in de TLE’er te schrijven. Ik moest iets vertellen over het ‘waarom’ en het ‘hoe lang nog’ en …. het moest ook gaan over tafeltennissen bij de TLE. Dat laatste is moeilijker, maar ik ga mijn best doen.
Om te beginnen neem ik jullie mee terug naar mijn Picus-periode in de beginjaren 70. Ergens in een lege kantoorruimte aan de Tongelresestraat werd tussen de middag effe lekker de ‘houtlucht’ weggeslagen en veranderd in een gigantische ‘zweetlucht’. Omdat ik altijd een echte ‘kantoorpik’ ben geweest, heb ik altijd een grote conditie gehad (van zitten word je n.l. niet moe !).
Als ik dan ook nog eens ‘echt’ iets ging doen, dan wilden die zweetklieren wel, bij mij lever(d)en zij ‘emmers water’. Na de middag kon ik dan weer lekker opdrogen, om dan ’s avonds weer lekker met het fietske langs de Philipsbussen naar Valkenswaard te racen. Het ‘nieuwe’ zweet was er weer zo. Aan mij konden ze thuis niet zien, dat ik niet werkte - bij mij liep het water over mijn rug !
In die periode speelde ik ook al veel samen met Peter van der Horst. Pe(t)er is mijn tegenpool, hij zweet nooit - niet van het werken (heeft hij nooooooit gedaan), maar ook niet van het tafeltennissen en het fietsen. Waarschijnlijk komt dat, omdat Peter heel veel ‘zevert’ en daardoor veel vocht verliest. Na 30 jaar samenspel met hem, denk ik dat het daardoor moet komen. Ik heb ook gezien en gevoeld, dat hij op die manier vocht verloor. Helaas gaat Peter verhuizen en stoppen als tafeltennisser van de TLE - als aandenken aan onze fijne tijd, krijgt hij van mij een …….‘zweetshirt’ (voor het geval, dat ….).
Omdat toendertijd ook Marius Tielen bij Picus (werkte ? en) speelde, kwamen wij ook in gesprek over een vereniging oprichten en bij de TLE gaan spelen. Tegelijkertijd vond hij het verstandig, dat dan de ruimte weer wat kon ‘luchten’ en evt. weer in gebruik zou kunnen worden genomen voor andere doelen. Uiteindelijk hebben we de vereniging ‘Picus’ opgericht, maar zijn we ook mooi tussen de middag blijven spelen. Het bleef gezellig (zweten).
Toen de tafeltennisvereniging Picus echter ‘te groot’ werd voor het bedrijf Picus (dat werd n.l. wel heel erg klein !!) zijn we overgestapt naar MCB, vervolgens CBSI en Nuenen, ik heb steeds de mensen in mijn ‘slipstream’ mee kunnen nemen. Steeds volgens het oude gezegde ‘met de stront voorop’. Uiteindelijk zijn Peer en ik weer terug gekomen bij onze ‘roots’ in Valkenswaard. Hier ben ik weer bij ‘de echten’ en hier kan ik straks samen met mijn leeftijdgenoten ook gaan denken aan de ‘oude dag’.
Veel collega’s hebben al toegezegd om straks lid te willen worden van mijn 65+ tafeltennisvereniging ‘TTV de zwetende pampers’. Jullie zien, we gaan gewoon door - als we toch moeten doodgaan (in een pamper), dan liever achter de tafeltennistafel. Wat is er mooier, dan sterven in het harnas ?!
Jullie begrijpen, dat ik onderweg nogal wat volksstammen ben tegengekomen - uiteindelijk ben ik (echt waar !) veel meer mindere dan betere spelers tegengekomen. Twee van die betere spelers heetten allebei Toine, namelijk ‘Toine Verhoeven’ en ‘Toine van der Leest’. De eerste speelde zijn eerste 8-kampfinale in de 3e klasse (1977 ?) tegen mij ….. bij Nuenen (ik heb hem toen laten winnen, omdat hij jonger was en slechter tegen zijn verlies kon dan ik), de tweede speelde zijn eerste wedstrijd tegen mij …..bij Nuenen (2000 ?) - hij wist nog niet of hij ooit zou gaan tafeltennissen (ook hem liet ik winnen, anders was hij nooit begonnen !). De laatste ga ik straks trainen - ik heb voor hem al een plaatsje bij ‘TTV de zwetende pampers’ gereserveerd. Hij hoeft niet te wachten tot zijn 65e - hij kan al eerder ‘instromen’.Mijn slagzin is en blijft tot de laatste snik : beter nat met het ‘batje’, dan nat in het bedje.
Henk van Dooren - TTV Valkenswaard. Ik geef de pen door aan: Frans Wolters van NRE.
Midden juli kreeg ik van Jan van Schagen een telefoontje of ik voor 1 augustus voor “de Doorgeefpen” een stukje kopij op zou willen sturen. Ik was er niet van op de hoogte, dat men mij die pen had toebedeeld, zonder mij daarvan op de hoogte te stellen, of om mij te vragen of ik dat wel wilde.
Ik stond daardoor voor een voldongen feit.
De bedoeling ervan werd mij door Jan duidelijk gemaakt, het moest gaan over hoe ik tot het tafeltennissen ben gekomen, hieronder vinden jullie dan mijn relaas.
Voordat ik begon met tafeltennissen was er bij ons op het bedrijf NRE (toen nog GBE geheten) al een tafeltennisclub, die deelnam aan de NTTB-competitie. In verband met het reizen en het tijdstip van spelen werd dit toentertijd te bezwaarlijk gevonden.
Met enige leden van onze vereniging is toen een nieuwe tafeltennis-competitie opgericht als bedrijfs-competitie, maar al snel zijn er ook wijkverenigingen en dergelijke bijgekomen, zodat het een meer algemeen karakter heeft gekregen. Dit is de uiteindelijke T.L.E. geworden.
Enkele van mijn collega’s waren lid van GBE-tafeltennis en zo ben ik ook eens een balletje mee gaan slaan en na een tijdje heb ik me als lid aangemeld, men speelde toen al in de T.L.E.
Ik had nog helemaal geen ervaring met de echte wedstrijdsport en ik moest nog veel leren over het spelletje. Om wat ervaring op te doen, heb ik mij toen opgegeven voor een tafeltennistoernooi, ik dacht bij de Wielant, maar daar ben ik niet zo zeker meer van.
De eerste wedstrijd die ik moest spelen was tegen iemand van ECVA, zijn naam ben ik vergeten.
Hij speelde in de hoogste klasse van de T.L.E. en het resultaat was er dan ook naar : 21-1 / 21-1.
Jullie begrijpen dan ook wel, dat dit toernooi voor mij snel afgelopen was, maar door dit resultaat heb ik me niet laten afschrikken, want ik ga nu mijn 37e jaargang in bij de T.L.E.
Een echt goede speler ben ik echter nooit geworden, maar ik vind het spelletje nog steeds leuk en doe het dan ook nog steeds met veel plezier.
Het enige dat men op mij zou kunnen aanmerken is dat ik - en met mij nog velen - nooit ga trainen en alleen wedstrijden speel. Zodoende vertoef ik nog steeds in de onderste regionen van de T.L.E.
In de beginperiode heb ik geassisteerd bij het door GBE/NRE georganiseerde dubbeltoernooi.
Dit toernooi heeft altijd een hoge mate van deelnemers gekend en is ook altijd een echt gezelligheids-toernooi geweest. Het werd altijd verspeeld in de eerste volle week van het jaar. Thans wordt het georganiseerd en gehouden bij Flash, omdat de faciliteiten bij NRE niet meer beschikbaar zijn, helaas.
Ook ben ik nog jaren lang wedstrijdsecretaris geweest bij NRE-tafeltennis. Dit heb ik opgegeven, toen ik met de VUT ben gegaan, nu precies 10 jaar geleden. De binding met het bedrijf wordt dan veel minder, maar het tafeltennissen is wel gebleven, evenals de club waar ik al zo lang lid van ben.
Na al die jaren dat ik nu aan het spelletje deelneem, vind ik het nog steeds leuk om te doen en ga ik achter de tafeltennistafel staan om een zo goed mogelijk resultaat te behalen, en om te winnen, als dat mogelijk is.
Voor dat laatste wordt het steeds moeilijker. Zeker tegen jongere spelers, die over het algemeen goed getraind zijn. Doch ook al wordt er verloren, indien ik lekker heb gespeeld, maar het resultaat is niet positief, dan nog heb ik een leuke en gezellig avond gehad, waar ik met voldoening op terug kan kijken.
Groeten,
Frans Wolters.
Vanuit redactionele achtergronden vind ik het doorgaan van de doorgeefpen wel een leuke afwisseling in de TLE-er en heb daarom (met goedvinden van Frans, overigens) iemand uitgeloot, om de nu 1 jaar lopende traditie in ere te houden.
De “gelukkige” is hierbij geworden : Vera Rouppe v.d. Voort van Kinawo.
Vera, ik zie jouw verhaal verwachtingsvol tegemoet.
Jan van Schagen.
Zeer
verbaasd was ik toen mij ter ore kwam dat men mij de eer had toebedeeld om een
verhaaltje in de TLE-er te schrijven.
Aangezien ik altijd uitdagingen aanga en daar het beste van wil maken, ben ik er
dus maar eens even voor gaan zitten om mij ook dit keer van mijn beste kant te
laten zien.
Ik was 19 jaar toen ik mijn opleiding voltooid had en genoeg had van studeren,
ik woonde inmiddels al samen met Frances - de meesten van jullie welbekend -
zodat er toch ook wel wat geld in het laatje moest gaan komen.
Mijn eerste werkplek derhalve was bij een grote internationale firma met aardig
wat collega’s.
Er was een kleine kantine en midden in deze ruimte stond een tafeltennistafel.
Mijn toenmalige collega’s hadden er een sport van gemaakt om in de pauze in rap
tempo een boterhammetje naar binnen te schrokken.
Zodoende bleef er meer tijd over om ervoor te zorgen dat zij als eerste achter
die tafel zouden staan om, zoals zij het zelf omschreven, “even te ontspannen
middels een leuk partijtje tafeltennis”.
Je snapt natuurlijk wel dat met minimaal 8 mensen die graag even willen meppen,
één tafel uiteraard niet voldoende was.
Toch lukte het telkens weer om alle collega’s een keer aan de beurt te laten
komen.
Mijn mannelijke collega Ad van Hout, destijds een zeer gewaardeerd lid van
tafeltennisvereniging Rotonde, was ook zo’n fanatiekeling en haalde mij over om
het ook eens te proberen.
Nou, dat heb ik geweten !
Ik wist wel hoe het spelletje gespeeld moest worden, maar dat men zoveel effect
aan een klein rond wit balletje kon geven, kon ik in mijn stoutste dromen niet
vermoeden.
Het resultaat, je snapt het al, tweemaal 21 0.
Toch had ik al gauw de smaak te pakken, ook al bakte ik er nog niet veel van.
Ad haalde mij over om eens een kijkje bij zijn vereniging te komen nemen.
Zo gezegd, zo gedaan, Frances en ik zijn gaan kijken, werden lid en spelen
sindsdien een aardig partijtje mee.
Toen ik in verwachting raakte van de oudste, ben ik tijdelijk gestopt met
tafeltennis, maar na verloop van tijd begon het weer te kriebelen.
Ik ben lid geweest van diverse verenigingen, zoals o.a. “De Uitwijk”, deze
vereniging heeft het financieel echter niet kunnen redden en zo kwamen wij
terecht bij “Kinawo”.
Mijn tafeltennisspel was nu niet van dien aard dat ik me kon meten met de groten
onder ons, maar de destijds laagste klasse was toch een hele uitdaging.
Ook al vond ik zelf - en zagen anderen het ook wel - dat mijn spel langzaam
vooruit ging, toch heb ik nooit de stap durven wagen om iets hoger te gaan
spelen.
Doordat onze oudste dochter inmiddels een niet onverdienstelijke topturnster was
geworden, werd het steeds moeilijker om een avondje vrij te maken voor eigen
ontspanning.
Je bent niet alleen als turnster maar ook als ouders 7 dagen per week, 24 uur
per dag met deze sport bezig.
Wij hebben heel Nederland inmiddels al mogen verkennen (de sporthallen wel te
verstaan) en we moesten ook regelmatig een uitje over de grenzen inplannen.
Dus het enige alternatief destijds was stoppen met je eigen sport.
Na jaren geen tafeltennis meer te hebben beoefend, kwam de periode dat onze
dochter besloot te stoppen met haar sport en zich op andere dingen ging richten.
Zo kregen wij ook weer lucht en tijdens een gezellig ochtendje “markten” kwam
ik, hoe kan het ook anders, Ad Klaver (van Kinawo) tegen.
Hij heeft mij overgehaald om weer te komen spelen en dat maakte de drempel die
was ontstaan om hierover een beslissing te nemen, veel lager.
Na een rustperiode van ruim 10 jaar, ben ik sinds een klein aantal jaartjes dus
weer lid en speel ik ook weer in de TLE-competitie mee.
Het is wel leuk om te zien dat veel van de oud-spelers van toen ook nu nog
actief met deze sport bezig zijn, het was net of ik niet weggeweest was.
Ik had er meteen weer veel plezier in, zeker na mijn eerste toernooi dat ik
redelijk goed had volbracht.
Inmiddels ben ik ook nog gebombardeerd tot voorzitter van onze club.
En uiteindelijk ben ik dan toch de uitdaging aangegaan om eens “hoger” te gaan
spelen, dus komen jullie mij en mijn echtgenoot (ja, nog steeds dezelfde) dit
jaar in de 2e klasse van de TLE tegen.
Ik weet niet zeker of ik iets zal winnen maar ik zal er zeker beter van worden,
daar ben ik heilig van overtuigd.
Ik hoop dat mijn verhaal niet te saai wordt bevonden, want ik heb gemerkt dat
het nog een hele klus is om dit voor elkaar te krijgen.
Om de traditie door te laten gaan, geef ik de pen door aan iemand die zich erg
zat te verkneukelen toen hij las dat ik de pen had gekregen en dit dus meteen in
de vroege ochtend, zo rond 5 uur, aan mijn edele echtgenoot meedeelde, het was
Jos Wouters van JCF.
Dus Jos, aan jou de eer !!
Doorgeefpen nr 13
Hallo allemaal,
Ik ben Jos Wouters, 28 jaar en getrouwd met (mijn vrouw haha) Bianca, we hebben
een zoon genaamd Joey van 3 jaar oud.
De volgende is ook al weer onderweg, deze verwachten we rond 22 december.
Mijn tafeltenniscarrière begon zo’n 11 a 12 jaar geleden toen ik even geen hobby
meer had.
Bij mijn moeder op het werk was er iemand die tafeltenniste, namelijk Jan van
Boxtel (velen wel bekend).
Hij zei dat ik wel eens moest kijken of ik tafeltennis wel leuk vond, dus ben ik
toen de maandag erop naar de Oude Toren gefietst om te zien of het iets was.
Ik vond het best wel leuk, want de eerste trainingen heb ik samen met Jan
gedaan, en dat was dus alleen maar hard tegen het balletje slaan, precies zoals
Jan dat ook altijd deed.
Het eerste seizoen dat ik mee wilde doen moesten ze voor mij dispensatie
aanvragen omdat ik nog geen 18 jaar was, ik zat toen in het team samen met Anja
Creemers, Robert van de Bogaart en Saskia Keijzer in de 6de klasse,
hier heb ik regelmatig een wedstrijdje gewonnen.
Het seizoen erop is mijn vader ook gaan tafeltennissen bij Oude Toren.
Samen met mijn vader en Hein Biermann zijn we toen in een nieuw team begonnen,
in dat seizoen speelde ik ook voor het eerst het TLE-toernooi mee in de klasse
J, hier stond ik in de finale tegen mijn vader en hij verloor de wedstrijd
(natuurlijk) met 21-7 en 21-8.
Ik heb nog enkele jaren bij Oude Toren gespeeld, ik wilde graag hogerop maar dat
kon helaas niet bij die vereniging.
Toen kwam ik Bianca tegen.
De allereerste keer dat ik bij haar thuis kwam, zat daar iemand die ook
tafeltennist, namelijk haar stiefvader, Hans van den Tillaar.
Weer een paar jaar later heeft Hans gevraagd of ik bij JCF wilde komen spelen in
de tweede klasse, dat wilde ik natuurlijk wel, want dan kon ik eindelijk
hogerop.
Nu speel ik al weer met veel plezier enkele jaren bij JCF in een gezellig team,
zelfs nu in de eerste klasse, en hoop nog heel lang te kunnen en te mogen
tafeltennissen voor JCF.
Voor de doorgeefpen wil ik graag Eric Mayers van Renata (heeft
Bianca uitgekozen) uitnodigen.
Eric, succes.
Groetjes Jos Wouters
Doorgeefpen nr 14
De doorgeefpen is via Jos Wouters bij Eric Maijers terecht gekomen.
Hierbij zijn verhaal :
Via een mailtje kwam ik erachter dat ik de gelukkige was om een stukje voor de
doorgeefpen te schrijven.
Ik speel pas een aantal jaren TLE maar ik zal aan het begin van mijn
tafeltenniscarriere beginnen.
Daarvoor heb ik diep in mijn geheugen moeten graven, wanneer ik ben begonnen met
tafeltennis.
Uit een aantal papieren bleek, dat ik op mijn twaalfde in 1988 begonnen ben.
Dit was bij L&T op het Kastelenplein in Eindhoven.
Met vriendjes en mijn broertje wilden we een sport gaan doen.
Na een paar sporten geprobeerd te hebben kwamen we bij het Tafeltenniscentrum op
het Kastelenplein uit.
Na een half jaar vertrok L&T en ging ik spelen bij de andere
tafeltennisvereniging, TTCE, ook op het Kastelenplein.
Hier ben ik toen begonnen met competitie spelen bij de NTTB.
Na een half jaar werd de vereniging groter omdat er vanuit Flash een hoop leden
overkwamen.
Mijn jeugdjaren heb ik dus doorgebracht op het Kastelenplein met tafeltennis en
met andere jeugdleden.
Hiermee gingen we ook regelmatig stappen.
We trainden minimaal 2x per week en op zaterdag speelden we competitie en op
zondag nog meestal toernooien.
Mijn hoogste niveau wat ik bereikt heb in de jeugd is Landelijk C.
Ik heb nog 1 jaar bij de senioren gespeeld en hield het in de zomer van 1996
voor gezien.
In 2000 begon het weer te kriebelen en besloot ik om weer te beginnen, ditmaal
bij TTV Waalre.
Gelijk begon ik mee te spelen in de NTTB competitie in de derde klasse.
Hierin werden we meteen kampioen en promoveerden we naar de tweede klasse.
In het voorjaar van 2003 werd ik gevraagd door Co Jonker om als invaller mee te
spelen in het TLE team van Waalre 2, dit was mijn eerste contact met de TLE.
Na dat seizoen ben ik overgestapt naar Renata, omdat ik daar meer
speelmogelijkheden had.
Bij Renata werd ik door Kwong Tin Lee gevraagd, om daar TLE te spelen.
Met hem heb ik toen 2 jaar in de ereklasse gespeeld.
Hierna wilde ik eigenlijk stoppen met de TLE vanwege tijdgebrek maar James
Geraerts heeft me overgehaald om als reserve in de overgangklasse te gaan
spelen.
Ik heb dat seizoen 4 wedstrijden meegespeeld en zijn we kampioen geworden.
Vorig seizoen heb ik 10 wedstrijden meegespeeld in verband een blessure van een
teamgenoot.
Ik sta nu nog steeds reserve bij Renata 1.
Mijn teamgenoten zijn nog blessure vrij, dus ik heb tot nu toe nog geen
wedstrijd gespeeld.
Sinds ik tafeltennis, heb ik alle seizoenen competitie gespeeld en diverse
toernooien per jaar.
Dit doe ik met veel plezier en ik hoop dan ook nog lang te mogen blijven
tafeltennissen !
Tenslotte wens ik iedereen prettige feestdagen toe en een sportief 2008.
De pen geef ik door aan Dook Harks van Nat. Lab.
Doorgeefpen nr 15
Eric,
hartelijk dank voor de pen, ik zal mijn best doen om er iets van te maken, maar
eerst zal ik mij even voorstellen.
Mijn naam is Dook Harks, ik ben 64 jaar en speel in het eerste team van het Nat.
Lab. in de ereklasse.
Het zal ongeveer 53 a 54 jaar geleden zijn dat ik ben begonnen met tafeltennis
en wel in het patronaat in Zeelst.
Zo ben ik toen in contact gekomen met Leo Heymans uit Apeldoorn en samen hebben
we jaren gespeeld in allerlei honken in de Kempen en dat op een redelijk niveau.
Mijn neef Dook Harks uit Eindhoven speelde in die tijd ook redelijk goed
tafeltennis en vroeg mij toen om eens bij Philips tafeltennis te komen spelen.
Daar ben ik naar toe geweest, maar ik kon helaas niet tegen de mentaliteit van
de Philips cultuur en heb het niet doorgezet.
Uiteindelijk ben ik met mijn 19 jaar gestopt met tafeltennis en ben verder
gegaan met andere sporten, die ik ook al jaren beoefende, waaronder worstelen,
voetballen, turnen, biljarten en gewichtheffen.
Na een periode van 20 jaar ben ik weer begonnen met tafeltennis en wel op het
Kastelenplein.
Daar ben ik toen begonnen in de onderste regionen, want ik kon geen bal meer
retourneren.
Dat kwam door de veranderingen in 20 jaar tijd van de rubbers, maar ja, na een
tijdje ging het weer bergop en ben ik elk jaar een stapje hoger gaan spelen, met
als resultaat dat ik nu al jaren in de ereklasse speel en met veel plezier.
Daarnaast heb ik ook jaren in de Philips bedrijfscompetitie meegedaan samen met
wijlen Jan Broeders, Piet Dekkers en Alex Broeders.
Alle jaren hebben we daar voor het kampioenschap gestreden, maar dat is ons maar
één keer gelukt en dat kwam door mijn collega`s van nu Loek van Hal, Petro van
de Bos en wijlen Willen Stigter.
Willem is helaas veel te snel gestorven, maar ja, zo is het leven en nu speel ik
al jaren samen met Loek en Petro.
In al die jaren tafeltennis maak je natuurlijk wel eens wat mee.
Zo is het jaren geleden dat we een achtkamp moesten spelen bij JCF in de
Kruisstraat, georganiseerd door de tafeltennisvereniging van de doofstommen.
We komen daar aan en treffen o.a. Leon Withoos, Peter Vrijdag, Jan van Aarle en
Leo van de Ven (ook al te jong gestorven), de rest weet ik helaas niet meer.
Maar goed, we zijn begonnen en bestellen het eerste rondje, maar dat viel niet
mee, er werd eerst overleg gepleegd door de ontvangende vereniging.
Uiteindelijk waren ze eruit : we moesten eerst betalen en dan pas kregen we
bier.
Wij pikten dat niet en zeiden : “Eerst bier en dan betalen”.
Je begrijpt natuurlijk wel hoe dat gegaan is met deze mensen, veel hilariteit,
maar goed, we zijn aan bier gekomen en het werd steeds gezelliger.
Je begrijpt natuurlijk wel dat van goed spel door de beste natuurlijk niets
terecht kwam.
Na de prijsuitreiking zijn we naar een café gegaan op de Woenselse markt en zijn
daar doorgezakt tot in de morgen, het was toen 5 uur en we wilden afrekenen.
We deelden natuurlijk alles samen, maar wat schetst onze verbazing : een van
onze medespelers had zijn vrouw meegenomen als supportster, maar was nergens
meer te bekennen.
Dat kon natuurlijk niet, dus wij aan het zoeken en ja hoor, we hadden ze
gevonden en wel op het toilet.
Daar zat ze met haar knieën op de grond en haar hoofd in de toiletpot te slapen,
dus je begrijpt dat dit een geweldige lachsalvo tot gevolg had.
Dit is tot op de dag van vandaag mijn gezelligste en mooiste achtkamp geweest
van alle jaren en wel door het gezellig samen zijn.
Maar mijn tafeltennis carrière is niet alleen bij de TLE geweest.
Zoals ik in het begin al geschreven heb ben ik ook nog bij de bedrijfscompetitie
van Philips geweest en in deze periode heb ik ook diverse malen meegedaan aan de
Europese kampioenschappen bedrijfsporten in diverse landen o.a Duitsland
(Berlijn), Oostenrijk (Wenen), Zweden (Norrköping), Spanje (Zaragossa),
Yoegoslavie (Rovinge), etc.
Nu een
verhaal over een ontmoeting tijdens een van deze kampioenschappen.
We zijn in Rovinge en zitten daar op een terras te genieten van het zonnetje na
een zware dag tafeltennis, plots stopt er een busje voor ons, twee mensen
stappen uit en laden een tafeltennistafel uit, zo een die wij in heel Rovinge
nog niet gezien hadden, zo mooi.
Wij (Loek van Hal, Petro v.d. Bos, Willem Stigter, Jo Stevens, Jan Broeders en
ik) dachten : “Wat gaat hier gebeuren ?”
De tafel werd naar binnen gedragen en in het café opgesteld, dus wij ook naar
binnen.
Nou bleek dat er een demonstratie partij gespeeld zou worden, dus wij op de
eerste rang dat snap je.
Wie kwam er binnen : oud wereld kampioen dubbel, de heer Surbeck, die gaf een
demonstratie.
Na afloop van de demonstratie mocht het publiek ook een balletje slaan.
Wij hadden Jan Broeders bij ons, dus wij : “Jan kom op”, want Jan was er wel
voor in.
Jan gaat naar de tafel, de opslag komt en de bal gaat op en neer en wie Jan
Broeders een beetje kent, weet al wat er komt : de backhand enorm, zo hard en
krom.
Surbeck wist niet wat hem overkwam, dus weer aan de gang en wederom hetzelfde.
Wij hadden plezier dat begrijp je, maar de heer Surbeck was minder in zijn
nopjes en dat voor eigen publiek nog wel !
Dat was tevens de laatste goede bal die Jan daar geslagen had.
Ik ga nu eindigen, ik vind het genoeg geweest en hoop dat ik jullie allemaal zie
op het TLE-toernooi .
De pen ga ik nu doorgeven aan iemand anders, ik vermoed dat hij in ieder geval
ook nog wel het een en ander kan vertellen over tafeltennis.
Dook Harks
Doorgeefpen nr 16
De doorgeefpen is door Dook Harks van Nat. Lab. doorgegeven aan Arda Gijsbers.
Arda had het volgende te melden :
Op de
feestavond van het Geenhoven toernooi kwam ik (Arda Gijsbers van TTV de
Wiekslag) Dook Harks tegen die een verrassing voor me had, zo ongeveer te
verwachten begin januari.
Ik was erg benieuwd natuurlijk wat die verrassing inhield en ja hoor, een paar
weken later kwam er een mailtje van Jan van Schagen dat ik de doorgeefpen van
Dook Harks had ontvangen.
Mooie verrassing !!
Ik zal proberen wat inzicht te geven in wat mijn tafeltennishistorie is.
Zoals de meeste tafeltennissers ben ik begonnen in de garage op een oude
tafeltennistafel met dito netje, batjes en ballen.
Toen was het nog gewoon pingpongen.
Ik ben geboren in Aarle-Rixtel en het geluk bestond dat er 1977 een nieuwe
tafeltennisvereniging werd opgericht, ATTC.
Aangezien onze buurman in het bestuur zat, werd ik al snel samen met een
vriendin lid en het pingpongen begon al een beetje meer op tafeltennis te
lijken.
De jaren daarna heb ik wat competitie gespeeld en heb geassisteerd bij
jeugdtrainingen, allemaal met veel plezier.
Toen ik ging studeren in Eindhoven was het blijven spelen in Aarle-Rixtel wat
lastig.
Gelukkig woonde in ons studentenhuis een jongen die studeerde op de TU en daar
hadden ze ook een tafeltennisvereniging.
Daar ben ik een jaar lid geweest (als enige dame) en heb toen de overstap naar
Flash gemaakt.
Volgens mij ben ik daar 2 jaar lid geweest en heb ik zelfs nog competitie
gespeeld in een echt damesteam.
Ook toen al had ik erg veel last van de “wedstrijddruk” en aangezien een student
naast het studeren nog veel andere leuke dingen te doen had, ben ik een tijdje
gestopt met tafeltennissen.
Een paar jaar later ben ik verhuisd naar de Achtse Barrier en zag in een
wijkkalender dat er een tafeltennisvereniging in de buurt was.
Ik ben gaan kijken, ik ben blijven hangen en nu zo’n 17 jaar later speel ik nog
steeds bij TTV de Wiekslag.
De speelavonden zijn altijd zeer gezellig.
Naast het “trainen” voor de competitie is er meestal ook tijd voor rikken en
hangen aan de bar (de ambities zijn wat bijgesteld in de loop der jaren).
Het meedoen aan de diverse toernooien staat over het algemeen ook in de agenda.
Al vanaf het begin van mijn carrière bij de Wiekslag heb ik alle
dubbeltoernooien (op hooguit 1 of 2 na) met mijn vaste maatje Ruud Beekers
gespeeld.
We zijn goed op elkaar ingespeeld, ik probeer de bal op tafel te houden en hij
maakt het dan af.
Zo hebben we wel eens wat prijzen in de wacht gesleept.
In 2006 hebben we zelfs meegedaan aan het tafeltennistoernooi van Thieu en
FP2000 in Lloret de Mar.
Tactisch was alles goed doorgesproken maar na de eerste dag feesten tot in de
late uurtjes kwam van de uitvoering niet zo veel terecht.
We hebben wel heel veel lol gehad en dat is toch ook belangrijk.
De laatste 10 jaar zit ik ook in het bestuur van de Wiekslag en we proberen er
met z’n allen een gezellige vereniging van te maken.
Dus ……… voorlopig zal ik nog wel regelmatig te zien zijn op de tafeltennisvloer.
Dit was een beetje mijn verhaal en aangezien ik met Jack Schalkwijk van
Flash aan het toernooi in Lloret de Mar 2008 deelneem, wil ik eigenlijk
wel graag weten wat zijn achtergrond is en krijgt hij van mij de doorgeefpen.
Jack
succes met jouw verhaal !!
Doorgeefpen nr 17
Alweer de 17e doorgeefpen !
Arda Gijsbers heeft de pen doorgegeven aan Jack Schalkwijk, omdat zij samen naar het tafeltennistoernooi in Spanje gingen, hier volgt het relaas van Jack :
De vraag die ik moest beantwoorden luidde :”Hoe ben ik aan het tafeltennissen geraakt ?”.
Ik heb altijd gevoetbald, totdat een blessure mij noopte hiermee te stoppen.
Omdat ik volleyballen ook leuk vond, ben ik daaraan begonnen, maar ook hiermee liep het minder goed af.
Na een gebroken pink was het niet meer mogelijk om pijnloos te spelen en moest ik ook stoppen met het spelen van dit teamspel.
Willie Heesakkers is een zwager van mij en hij speelde al langer tafeltennis bij ECVA.
Hij haalde me over om ook te gaan tafeltennissen en zo kwam het dat ik in het seizoen 1997-1998 voor het eerst uitkwam voor het 4e team van ECVA dat in de toenmalige 6e klasse speelde.
Later in dat seizoen kwam ook Daniëlle Zonnevijlle bij ECVA spelen.
Met haar heb ik een platonische vader/dochter verhouding, ik ben snel om te praten en voor 2 flesjes Palm ben ik best bereid om voor taxichauffeur te spelen.
Feitelijk is ECVA nog steeds “mijn cluppie” vanwege de gezelligheid aldaar.
Ik ga er ook nog regelmatig kijken, soms gaan we daarna samen nog iets drinken bij Flash.
Ik ben blij dat zij weer een goed onderdak hebben gevonden bij Kwong Tin Lee op de Turnhoutlaan.
Ik ben niet prestatiegericht, maar vind winnen leuk en ook van een gezellig samenzijn met een drankje en/of een hapje erbij.
Vandaar dat ik ook graag de toernooien afloop.
Alle jaren doe ik mee met het Geenhoven toernooi.
In mijn eerste jaar won ik meteen de 1e prijs in mijn klasse, een prestatie die ik naderhand nooit meer heb kunnen evenaren, al zat ik wel een aantal keren in de finale.
Samen met Daniëlle spelen we elk jaar mee in het TLE-dubbeltoernooi en we komen altijd met een prijs thuis.
Ik heb dan ook een goed gevulde prijzenkast hierdoor.
Ook heb ik voor de 3e keer meegedaan aan het toernooi in Spanje, de eerste keer was dit met Kees Schalk, we gaan vaak samen dezelfde toernooien af en stappen dan samen in dezelfde taxi.
Aan dit toernooi heb ik dus ook deze doorgeefpen te danken.
In het seizoen 2003-2004 ben ik overgestapt naar Flash, samen met Daniëlle.
Op maandagavond speelde ik mijn competitiewedstrijden bij ECVA en trainde daarnaast al een tijdje bij Flash.
Dat je dan dubbele contributie betaalt is iedereen duidelijk, het was dus beter om ook te gaan spelen bij Flash, want ik wilde zoveel als mogelijk was achter de tafel staan.
Daniëlle wilde me niet in de steek laten en ging daardoor mee met mij.
Ik ben een speler die zich aanpast aan de tegenstander, schuift hij dan schuif ik eindeloos mee, valt hij aan, dan kan hij ook de ballen om zijn oren verwachten.
Ik heb het reuze naar mijn zin in de 2e klasse waarin ik nu uitkom en ik hoop dat ik het spelletje nog op hoge leeftijd mag spelen.
Een paar jaar geleden speelden we een wedstrijd bij Kinawo; we stonden met 5-4 achter; A-Y; ik moest tegen Geert-Jan van Dongen; 3e set; hij maakt 20-15; matchpoint.
Op dat moment staat Kees Schalk teleurgesteld op, kuiert naar de kantine met de mededeling dat ie de drankjes vast klaar gaat zetten.
Moest je zijn gezicht zien toen ik hem kwam vertellen dat we gelijkgespeeld hadden. Schitterend !!
Van dat terugkomen vanuit een achterstand heb ik nog wel een voorbeeld.
Op het afgelopen veteranen toernooi van TTVV stond ik in de finale tegen Dick van Baalen, een oud speler van DAF, die alleen nog voor dit toernooi zijn batje tevoorschijn haalt.
Een mooie technische speler die een prachtige voorsprong had, maar die (dankzij mij ?) niet over de streep kon halen.
Uiteindelijk werd ik eerste, ik was blij, maar Henri Tegenbosch euforisch.
Ik heb ook een angstgegner gehad, Geerd van Hapert.
Nooit kon ik van hem winnen, altijd was hij degene die mij op het laatst te pakken had, maar dit jaar is het me voor de 1e keer gelukt om van hem te winnen, of heeft Geerd mij laten winnen ?
Gezelligheid is het sleutelwoord, ik ben er altijd naar op zoek.
Ik doe alle jaren ook mee met het TLE-enkeltoernooi, een aanrader.
Zo ook het dartstoernooi van de vereniging Valkenswaard.
Helaas is dat vorig jaar niet doorgegaan, omdat een grote groep uit Rotterdam had afgezegd.
Daar stonden we dan met zijn allen buiten voor een gesloten deur, niemand had een afzegging ontvangen, heel erg jammer, gaat het toernooi dit jaar wel door ??
Tijdens een partij wordt er natuurlijk wel eens wat geroepen - iets gezegd dat niet gemeend wordt - maar in de kantine is alles vergeten en vergeven.
Ik voel me thuis bij de TLE.
Bij Flash draaien we bardiensten en het is me opgevallen dat als er een NTTB-avond is, er na afloop wel wat gedronken wordt, maar bij de TLE is er ook een gezellig samenzijn in de kantine tijdens de wedstrijden.
Uiteindelijk wil ik de doorgeefpen doorgeven aan Eric Langenhuijsen van Kinawo.
Doorgeefpen nr 18
Langs deze weg meteen een bedankje aan Jack voor het doorgeven van deze leuke rubriek.
Dit betekent toch dat er mensen zijn die in hun spaarzame vrije tijd aan hun collega (top) tafeltennissers denken.
Dan zal ik beginnen om me even voor te stellen aan de mensen die me (nog) niet kennen.
Ik ben dus Eric Langenhuijsen, 44 jaar oud, getrouwd met Tonny en de trotse vader van twee zonen : Dennis van 16 jaar en Sander van 11 jaar.
Wat moet je gaan schrijven, denk je dan, als je voor deze rubriek wordt uitgenodigd.
Natuurlijk hoe je bent begonnen met deze mooie tak van sport.
Eigenlijk ben ik in aanraking gekomen met tafeltennis - zoals ik denk zo velen onder ons - op het werk in een veel te krappe kantine met andere collega’s in de pauze snel een potje spelen en daarna met een de nodige zweetdruppels en een “gruwelijk” rood hoofd weer vrolijk terug de werkvloer op om de klanten van dienst te zijn.
En dan ga je natuurlijk ook wel eens op vakantie en speel je een potje pingpong op de mooie stenen tafeltennis tegen andere campinggasten.
Zo is dus eigenlijk de basis gelegd voor het spelletje.
Maar dit had niet tot gevolg dat ik ging tafeltennissen.
Integendeel, op mijn 10e ben ik gaan voetballen en heb dit tot mijn 40e volgehouden.
Tot op een dag de buurman vroeg of we samen zouden gaan fitnessen, want hij wilde iets aan zijn conditie gaan doen, maar hier had ik absoluut geen zin in.
Zo kwam er een folder in de bus voor het ophalen van oud papier, met achterop een uitnodiging om een keer te komen tafeltennissen in “het Trefpunt”.
Zo ben ik dus samen met de buurman een proefles gaan nemen, met die verstande dat het alleen voor de lol zou zijn en absoluut geen competitie.
Maar ja, na een paar keer te hebben mogen proeven van het spelletje werd ik dus toch bevangen door het “virus” dat tafeltennis heet en ben ik lid geworden van Kinawo, dit was in het seizoen 1999/2000.
Na eerst in de laagste klasse te zijn begonnen met een halve competitie - om de kat uit de boom te kijken - ben ik het daarop volgende seizoen een volledige competitie gaan spelen, hetgeen al direct leidde tot een notering in de achtkamp.
Dit was te wijten aan het feit dat ik 2 per week ben gaan trainen.
Zo ben ik dus langzaam aan opgeklommen naar de 1e klasse, waar ik op dit moment speel (maar wie weet wat er in de toekomst nog staat te wachten).
Maar het allerbelangrijkste is toch wel het plezier dat ik aan het tafeltennissen beleef, zowel bij mijn cluppie Kinawo als bij andere clubs en de eventuele toernooien waar ik altijd probeer aanwezig te zijn.
Bij deze wil ik de doorgeefpen doorgeven aan Jan Berkers van Flash.
Verder wens ik iedereen nog een sportieve afsluiting van dit seizoen, en wie weet komen we elkaar wel tegen in het nieuwe seizoen.
Eric Langenhuijsen
Hoi, ik ben Jan Berkers en heb de pen doorgekregen van Eric Langenhuijsen, nou hij moet nog komen verzeker ik je.
Ik heb dagen bij de brievenbus gelegen maar helemaal niks (net als in Amsterdam).
Heb ik heel dit stukje maar getypt met mijn vergevorderde en zeer ontwikkeld eenvingersysteem, Eric bedankt hè, anders had ik het ook gewoon kunnen schrijven.
Nou ik ben dus Jan en tafeltennis bij TTV Flash.
Dit doe ik al zo’n jaar of 15 denk ik, toen begonnen als recreant op dinsdagavond samen met o.a. mijn zwager Frank de Jong en good old Mario van de Heuvel, waren super gezellige avonden met vaste barman en entertainer Karel Vermeir.
Toch maar de stap gewaagd en competitie gaan spelen samen met Frank en Mario in de toen nog bestaande 6e klasse, een paar keer gepromoveerd en door het wegvallen van de 6e en 5e klasse terecht gekomen in de 3e klasse daar ben ik toen gaan spelen met Sjan, Hans en Roger.
Weer gepromoveerd naar de 2e klasse. Groot feest !!!
Vorig jaar nieuwe teamindeling : nu speel ik samen met Kees Schalk een echte Rotterdammer en trouwe Feyenoord supporter (hoe houdt hij het vol) en Roger Kabo, een volgens mij van huis uit geboren Limburger die nu in Helmond woonachtig is (dus een Limburgse Helmonder) in de overgangsklasse.
Zo zie je maar waar ze mij mee op schepen ik ben ook nog een beetje sociaal werker bij Flash.
Maar zeker wel een leuk team. Bij ons staat plezier en gezelligheid op de eerste plaats en dan komen de prestaties vanzelf wel.
Mijn mooiste momenten bij deze vereniging waren de promoties met diverse teams, de geweldige carnavals avonden ieder jaar op vrijdag voor carnaval 5 uurkes vurraf, de clubkampioenschappen met het daaropvolgende einde jaarsfeest en het 30 jarige bestaan met de demonstratie wedstrijd tussen Bettine Vriesekoop en Bob Potton waar ik op mocht treden als scheids.
Mijn verwachtingen voor de toekomst zijn : promoveren naar de hoofdklasse, daar dan nog 20 jaar spelen en dan afbouwen en natuurlijk nog heel veel plezier maken met tafeltennissen, biljarten, darten, kaarten en feesten bij de TLE maar zeker bij TTV FLASH.
Allemaal de hartelijke groeten.
Dan zou ik graag de pen door willen geven aan Geerd van Hapert van TTV “HET SNELLE BATJE”.
De naam van de vereniging zegt het al, het batje is snel, maar met de meeste spelers lijkt het wel in slow motion te gaan.
Ten minste tot dat ze aan de bar zitten, dan lijkt het allemaal niet snel genoeg te kunnen met die mannen van het ‘snel in bedje’, tijd genoeg !
Maar jongens als jullie er zijn is het altijd feest.
Geerd succes en koop zelf maar een pen want ik heb nog steeds niks ontvangen van Eric L.
Jan Berkers.
Doorgeefpen nr 20
Een geweldig dankjewel aan de heer Berkers om mij ook aanleiding te geven om in de TLE-er een verhaaltje te zetten. Overigens Jan, gaat het erom hoeveel plezier je beleeft aan de tafeltennissport en niet aan de snelheid. Dit geldt zeker voor het aprės-tennis.
Ik zal me even voorstellen aan diegenen die mij nog niet kennen.
Ik ben Geerd van Hapert geboren in 1945, getrouwd met Carla en heb twee zoons Han en Koen.
De tafeltennisvereniging waarvoor ik nu uitkom in de 2e klasse van de TLE competitie heet “Het Snelle Batje”. Om maar meteen met de historie te beginnen: HSB(Het Snelle Batje) is niet mijn eerste clubke.
Dat was NRE en daar ben ik (omdat er de laatste jaren geen contributie betaald werd) nog steeds lid van, ik denk dat de tafeltennisvereniging van NRE binnenkort wel zal worden ontbonden.
Als jongen van twaalf ging ik naar een juvenaat in Heerlen, bij de broeders. Daar leerde ik het spelletje, maar ook biljarten, voet- en volleybal, sjoelen, toepen en vele andere kaartspelletjes.
Dit werd altijd gespeeld om iets, en omdat we geen geld hadden werd er gespeeld om snoep of sigaretten (toen was roken nog niet slecht !) Ik had van beide veel en dan ben je verplicht om te winnen. Dat heb ik gedaan door me een paar gruwelijk gemene opslagen aan te leren.
Toen ik van school kwam en weer in Eindhoven woonde was het tafeltennis vlug vergeten.
Dit kreeg weer aandacht toen ik bij NRE werkte en er een afdelingstoernooi gehouden werd, waar vele TLE-ers meededen. Ik was daar niet de slechtste en kreeg het aanbod om bij Hugo en Jac van Lieshout (geen familie) en Nico Gerrits, samen in een team in de toen nog zesde klasse, te gaan spelen. Ik weet niet meer in welk jaar dat was, wel weet ik dat ik met zo’n 15 dames en heren samen gespeeld heb, en heb dit dan ook altijd met plezier gedaan.(Noot redactie : was seizoen 1984-1985).
Nu speel ik met HSB voor het vijfde seizoen mee in de competitie waarbij we twee keer kampioen zijn geworden.
Ik ben behoorlijk fanatiek en als ik speel kan ik mijn emoties niet altijd onderdrukken. Vandaar dat ik dit verhaal met mijn linkerhand aan het typen ben, want vorige week was het weer eens zo ver. Ik speelde een partijtje tegen Billy Lam en miste voor de zoveelste keer een bal. Ik baalde als een stekker, tijdens het naar de bal toelopen om die op te rapen, kom ik langs de toiletdeur en sla uit pure frustratie tegen die deur. Pijn… maar niks laten merken en gewoon doorspelen, maar na een paar minuten kon ik mijn batje amper meer vasthouden. Ik heb de wedstrijd uitgespeeld en terecht verloren. Daags daarna werd de hand steeds dikker en in het ziekenhuis bleek dat hij gebroken was. ESDB pleegt mijn vrouw dan te zeggen (Eigen schuld dikke bult). Misschien leer ik hiervan ?
HSB is van oorsprong een buurtclubke dat ik samen met mijn toenmalige overbuurman, Henk van Breugel, opgericht heb. Na een half jaar met afwisselend familieleden, vrienden of bekenden in de garage te hebben gespeeld, hebben wij een buurttoernooi uitgeschreven. Samen met de Sherpa Tenzing stam (scouting) waar ik toen oubaas was. Dit toernooi werd gehouden in het verkenners lokaal aan de Wezelstraat in Eindhoven. Hierna zijn er een achttal mensen blijven komen en konden dus niet meer terug naar de garage. Wel konden we het lokaal huren tegen een redelijk bedrag. De speeltafels hadden we bij kennissen geleend.
Na enige tijd zijn we eens bij de speelgoedzaak van van Nistelrooy op de Woenselse Markt gaan kijken voor een tafel, we kregen nog een fikse korting en voor 100 gulden waren we koopman. Een opbergkast was er nog niet, dus werd alles opgeslagen bij Henk in de garage.
Elke speelavond werd dit met de nodige kratjes bier, wijn en fris op de aanhanger geladen en bij de verkenners in het lokaal opgezet. Na afloop ging dit in omgekeerde volgorde weer terug de garage in, het was wel lichter, want de kratjes bier waren uiteraard leeg.
Na ongeveer een jaar zo geforensd te hebben, mochten we een hoek van het lokaal gebruiken en er een kast maken voor twee tafels en een koelkast. En zo is dat nu nog, alleen de tafels zijn ondertussen vernieuwd. Zo is “Het Snelle Batje” ontstaan. De naam werd door de penningmeester verzonnen bij het openen van een bankrekening. We bestaan vanaf 1981, dus 27 jaar. Het ledenaantal is gegroeid naar 15 leden en dat is redelijk stabiel de laatste 20 jaar. Kom gerust eens aan, we zijn het jaar rond open op de donderdagavond, het is gezellig rommelig en bij velen komen de herinneringen van de beginjaren van de TLE naar boven. Hoelang het zo blijft is nog onzeker, een projectontwikkelaar heeft zijn oog op deze kavel laten vallen en ziet er wel mogelijkheden. We zien wel, de tijd zal het leren.
Graag had ik de pen door willen geven aan Frans Wolters, een man waar ik vele jaren mee heb samen gewerkt en getafeltennist. Helaas is hij onlangs overleden. Ik las in de TLE-er bij de “Liefhebber” over het dubbeltoernooi bij de NRE. Frans was zo’n markant figuur en niet weg te denken op dit toernooi en zeker niet zonder sigaar.
Ik wil de pen toch doorgeven aan een oud collega Chris Hölzken, Chris maak er wat van, het is altijd leuk om wat goeie herinneringen op te halen. Veel plezier ermee !
Verder wens ik alle leden van de TLE succes in het nieuwe seizoen, ik zie jullie wel op het grote feest komend jaar. Ge kloot er mar mee aan.
Geerd van
Hapert.
Doorgeefpen nr 21
Hallo Allemaal,
De doorgeefpen aan mij geschonken ! Dat verraste me nogal !
Voor degenen die me niet kennen, en dat zijn er denk ik velen. (tenminste als ik
nu de TLE-er bekijk zijn er voor mij in ieder geval veel vreemde namen) mijn
naam is Chris Hölzken, ben 58 jaar, echtgenoot, vader, en trotse opa van vier
kleinkinderen.
Ik heb jarenlang gespeeld bij NRE in de 2e of 3e klasse.
Hoe ik aan het tafeltennissen ben geraakt ?
Wel dat is gekomen door een afdelingstoernooi waaraan ik deelnam. Dat toernooi
werd georganiseerd door de bedrijfstafeltennis vereniging van het bedrijf waar
ik destijds (en nu nog !) werkte .
Deze vereniging heette destijds tafeltennis vereniging “GBE” dat stond voor
“Gemeente Bedrijven Eindhoven”, en was destijds een bloeiende vereniging met 7
deelnemende teams aan de TLE-competitie. Nu heet deze vereniging “NRE”, en
helaas hebben we met ingang van het seizoen 2008 / 2009 geen teams meer in de
competitie.
Ook het welbekende en veel geroemde NRE-dubbeltoernooi is overgegaan naar TTV
Flash.
Het bewuste afdelingstoernooi waar ik over sprak werd gehouden in 1978, ik was
toen dus 28 jaar oud en het was echt de eerste kennismaking met het
tafeltennissen, destijds was ik niet zo’n actieve sportman. Ik speelde alleen
wat voetbal in een kroegelftal. Het tafeltennissen vond ik toch wel leuk en ik
ben gelijk ook mee gaan spelen in de competitie van de TLE.
In het eerste team waar ik in speelde waren mijn teamgenoten Koos van der
Schoot, (is vorig jaar overleden) en Gerrit van de Hurk (ook al lang niet meer
gezien). De laatste 25 jaar heb ik samen met Theo Wismans en Jos Brands in een
driemans team gespeeld. Zelden hadden we een invaller nodig, in het geval een
van ons niet kon spelen, probeerden we altijd een andere speeldatum vast te
stellen. Al die jaren heb ik met heel veel plezier gespeeld.
Plezier en gezelligheid vonden we belangrijker dan het resultaat. (De echte
ouderwetse TLE mentaliteit) Tijdens het spelletje gaven we alles, maar daarnaast
hielden we alle drie van een grapje.
Eén feit echter neem ik mijn team nog steeds kwalijk ! Het team is n.l. in al
die jaren maar één keer kampioen geworden ! En wel juist in het jaar dat ik door
studieomstandigheden niet heb mee gespeeld. Dat had wel iets beter gepland
kunnen worden, met mij erbij zijn we nooit kampioen geworden, leuk hoor !!
Volgens mij won ik in het begin niet al te veel wedstrijdjes, als je me een
gekapt balletje toespeelde, belande deze grif in het net. Op den duur kreeg ik
in de gaten dat er allerlei soorten effect aan zo’n toegespeeld balletje konden
zitten, en dat de tegenstander dat expres deed om het mij zo moeilijk mogelijk
te maken om het balletje terug te spelen.
Op een gegeven moment begon het me toch te lukken met die effecten om te gaan,
en begon ik ook partijtjes te winnen. Het niveau 2e, 3e
klasse en een enkel keertje mee mogen doen met de achtkamp was toch wel mijn
plafond. De achtkamp in de 2e klasse is eens gewonnen door mijn
teamgenoot Theo Wismans. Een geweldige prestatie was dat van hem.
Ondanks dat ik altijd met plezier heb gespeeld, begon het voor mij de laatste
jaren toch wat moeilijker te worden. Naast het tafeltennis en zaalvoetbal had ik
ook nog een grote passie voor het stijldansen, ook het lawntennis had mijn
aandacht gevonden.
Daar waar vroeger alles gefocust was op tafeltennis en ik weken van te voren
wist, en me erop verheugde tegen wie en waar we moesten spelen, ervan baalde dat
een wedstrijd om welke reden dan ook niet doorging (!) ging nu mijn aandacht ook
uit naar andere hobby’s, en kreeg ik steeds meer een gevoel van, “het
tafeltennis gaat het verliezen van de andere hobby’s”. Ik keek er niet meer echt
naar uit.
Mede ook doordat Theo problemen kreeg met zijn gezondheid en ik geen zin had om
in een andere teamsamenstelling verder te gaan, (Jos had volgens mij eenzelfde
gevoel) hebben we dan ook besloten om met ingang van het seizoen 2007 / 2008 te
stoppen met tafeltennis.
Dat was eigenlijk wel een moeilijke beslissing, maar waar ik tot op heden geen
spijt van heb gehad. Het is een fijne en mooie periode geweest ! Theo, Jos, al
de mensen waar ik tegen gespeeld heb, mensen die al die jaren in het bestuur van
de TLE dit mogelijk hebben gemaakt. “bedankt daarvoor”.
Wel, dit is zo’n beetje mijn verhaal, en ik begin met al deze herinneringen er
een beetje weemoedig van te worden, dus ga ik me nu bezighouden met de vraag:
“wie maak ik blij met de doorgeefpen” ? Ik denk dat ik hem maar eens geef aan
een willekeurig iemand. En dan denk ik aan iemand tegen wie ik in de beginjaren
heb gespeeld als enigszins gelijkwaardige tegenstander, maar die mijn niveau
duidelijk is overstegen.
Mijn dart blijft hangen de naam van !! Peter Vrijdag van ANB
Administraties Tatatá.
Peter, ik wens je veel succes met jouw verhaal, en voor alle TLE-ers zou ik
zeggen “houd veel plezier in spelletje tafeltennis”. Wellicht tot op het TLE
feest.
Groet,
Chris Hölzken.
Doorgeefpen nr 22
Ik weet niet of tafeltennissers die eerder in deze rubriek hebben geschreven dit
ook zo ervaren hebben, maar door het in handen krijgen van de doorgeefpen voel
ik me gedwongen om na te denken over mijn 'tafeltenniscarriëre'.
Een moment van reflectie over alle uren die je in deze sport hebt gestoken, het
is confronterend, het gaat over een deel van je leven.
Was het de moeite waard ?
Gelukkig kan ik daar na vijfentwintig jaar TLE zonder te twijfelen 'ja' op
antwoorden.
Ik heb me goed vermaakt, ik heb veel leuke partijen gespeeld en veel gezellige
mensen ontmoet.
Ik kan me de wedstrijden tegen mijn 'doorgeefpen-voorganger' Chris Hölzken
herinneren, die als hij zijn dag had een grandioze pot kon spelen.
En zijn NRE-maten Jos Brands en die dekselse Theo Wismans, die er voor zorgde
dat het leek of dat je met links aan het spelen was.
De potten tegen Jan van Boxtel, zonder een enkele rally, de frustratie tegen Nol
van Bakel en de geweldige duels met Henri Tegenbosch.
De keer dat Alex Broeders en Richard Vermeltfoort ons het dubbeltoenooi wilden
laten winnen, maar Leon Withoos en ik zo dramatisch slecht speelden dat het ze
werkelijk heel veel moeite kostte om van ons te verliezen (*).
Het scheve zoldertje van Nat Lab en het geouwehoer met Dook Harks, Loek van Hal
en Petro van den Bos.
De keer dat Arno Verhoeven in de derde game met 20-10 voor stond tegen Piet Hink
en toch nog verloor.
De wazige après-tafeltennis-avonden met mijn pingpongbroeder Leon Withoos.
De tomeloze aanvalsdrift van Bart Mangnus, die ik tot een paar weken terug heb
kunnen weerstaan.
De dertien mazzelballen in één game die een hele boze Tuur van Gestel tegen
kreeg tegen Dirk Samoy.
De heerlijke dubbeltoernooien met mijn maat Ron Spooren.
De geladen potjes tegen Fred van Herp.
De gezellige avonden in Westerhoven.
De lach van Jan Broeders en Leo van de Ven, die ik helaas alleen in mijn
herinneringen nog kan horen.
Allemaal momenten vol hartstocht.
Als ik wil kan ik zo nog uren doorgaan.
Maar om digitale ruimte te sparen zal ik dat niet doen.
Het feit dat ik me zo veel leuke tegenstanders en spannende wedstrijden kan
herinneren, betekent voor mij dat het de moeite meer dan waard is geweest.
En nog steeds komen daar momenten bij.
Iedere week dienen zich weer tegenstanders aan die een balletje willen terug
slaan.
En vol verwondering bedenk ik nu dat hierin dan ook de enige frustratie uit
voorkomt : dat ze die bal steeds terugslaan !
Of nee, zo is het eigenlijk niet.
Het gaat er niet om dat ze de bal terug slaan, de ergernis komt als ik de
bal niet terug sla.
Want waarom tafeltennissen wij eigenlijk ?
Om die bal een klap te geven natuurlijk !
We willen onze opponenten iedere keer weer wijzen op ons talent en hebben we
duizend excuses als het niet lukt.
Natuurlijk is er zoiets als het geboorterecht.
Onze genen hebben recht op overleving.
We willen winnen !
Maar staan we daarom ons daarom aan die groene tafel uit te sloven ?
Kan het zijn dat we eigenlijk kunstenaars zijn die streven naar de perfecte
wedstrijd, waarin we net als Michelangelo genieten van iedere curve van onze
tafeltenniskwast.
Wij balen niet van het genie van onze tegenstander, wij balen van onze eigen
tekortkomingen.
De Tafeltennis Liga Eindhoven is het meesterlijk doek waarop we wekelijks onze
ambities schilderen.
Aan de tafel ervaren we onze tegenstander daarom eerder als concurrent, dan als
opponent.
Maar naast de tafel begroeten wij elkaar als collega's die een gezamenlijke
passie delen.
En passie maakt ons tot het middelpunt van het heelal.
Daarom geef ik de pen aan James Geraerts van Renata, die als
laatbloeier een gezonde passie voor onze sport ontwikkeld heeft.
Ik hoop jullie allemaal aan tafel te treffen voor een heerlijke pot tafeltennis.
Peter Vrijdag.
(*) Dit frauduleuze gedrag is verjaard.
Doorgeefpen nr 23
Bedankt Peter voor jouw mooie epische tekst en voor de doorgeefpen.
“Ja”, zei de cardioloog van het Catharinaziekenhuis , nadat ik enkele weken
daarvoor een bypass-operatie met vier omleidingen had ondergaan, “ik wil je
adviseren om te gaan sporten, om het even welke sport, als het maar op bewegen
aankomt“.
Op mijn 13e had ik wel eens getafeltennist op de middelbare school,
het Sint-Joris College of in de “instuif” St-Joris aan de Le Sage ten Broeklaan
of ’t Cathrien aan de Vestdijk, maar het accent lag daar voor mij meer op
tafelvoetbal en “russisch” biljart.
Een klein formaat biljart met van die rubberen klossen in het midden.
Op mijn 20e speelde ik heel even in Rase 3, in de TLE-competitie
(’70-’71) in de kelder van het Centraal Belastinggebouw, maar dit avontuur was
slechts van korte duur; 7 of 8 wedstrijden geloof ik.
Voetbal , voetbal en nog ‘ns voetbal was in die tijd al “alles wat de klok
sloeg”.
De tafeltennissport “serieus” nemen kwam maar niet in mij op.
Tafeltennis was in de wereld rondom mij nauwelijks in de belangstelling.
“Ja”, vervolgde de cardioloog van het Catharinaziekenhuis in maart 2000, “je
kunt niet zomaar op je 35e stoppen met actief sporten en daarna
helemaal niets“.
In “De Brug”, ’t Son’s weekblad, in mijn woonplaats, stond een uitnodiging van
een tafeltennistoernooi in de “Bongerd”, thuishaven van de plaatselijke ttv Son
en Breugel.
Ik gaf mij op, deed mee en werd direkt lid.
Ik was nu “Tafeltennisser” geworden.
Nu alleen nog leren tafeltennissen, dacht ik.
En dat leerde ik, in 2001, bij ttv Renata. Van wie ?? Van mijzelf !!
Ik nam een abonnement op twee Duitse Tafeltennis Magazines, schafte een TT-robot
aan en een stuk of vijf moderne TT-leerboeken, trainde 3 a 4 keer per week,
alléén en met anderen.
Leerde contra-slagen van Jan Suiskens , blocken van Sergei Shulepov, niet zozeer
als trainers, maar wel als tegenspelers.
Wedstrijdtafeltennis daarentegen is iets totaal anders, ontdekte ik in 2001 in
een team (met Frans Smulders en Rob van den Hurk), toen ik in de NTTB-competitie
ging spelen.
Concentratie, mentale weerbaarheid, taktiek, nog meer techniek, intimidatie,
serveren en nog eens serveren moest ik trainen.
En service-ontvangst, wat dacht je daar van.
Jonge , jonge ..........maarrrr ik ontdekte tegelijkertijd dat je van verliezen
en nog eens verliezen, meer opstak en leerde, dan van winnen !
Het gemis aan “vreugdegevoel” (van een winstpartij) werd ruimschoots vergoed
door wéér een belangrijke les, menig opponent heb ik daarvoor dan ook bedankt !
Winst of verlies, ik genoot met volle teugen van tafeltennis.
De deelname aan de TLE-competitie begon in september 2001 ; bij JCF 4 in de 3e
klasse.
Aansluitend bij Renata van de 2e klasse opgeklommen naar de ereklasse
in 5 seizoenen tijd, tezamen met Arno Kolen, Huub van Hout en later Jan
Schuurmans.
Ereklasse is wat hoog gegrepen, maar Hoofdklasse is voor dit team de juiste
sterkte, lijkt mij.
Het Tafeltenniscentrum van Lee, daar ben ik “heedentendaaghe” vaak te vinden ;
ik speel bij ttv ECVA in de 3e klasse NTTB, bij Renata blijf ik TLE
spelen.
Maar mijn nieuwe ambitie is die van jeugdtrainer en deze uitdaging ben ik
aangegaan bij ttv BSM Dongen, waar op dit moment diverse aktiviteiten moeten
leiden tot een gezonde en enthousiaste jeugdafdeling.
Waar binnen enkele maanden een spiksplinternieuwe accommodatie wordt betrokken.
En waar de Gemeente Dongen de “Tafeltennissport” een warm hart toedraagt.
Daar wil ik graag mijn bijdrage leveren : aan de jeugd.
De link is gemaakt, de naam Dongen is gevallen, dus draag ik de doorgeefpen over
aan René van Dongen van ttv Kinawo.
Succes René, ik kap ermee.
Groeten, James Geraerts.
Doorgeefpen nr 24
Maandagavond 8 december, ik arriveer bij de Speeltuin voor de Open Geenhovense.
Naast mij stopt een van de vele bekenden die ik die avond weer tegen zou komen : James Geraerts.
Vette kans dat we vanavond weer een uitdagende partij tegen elkaar zouden gaan spelen.
Dat was niet het geval, maar hij vertelde me dat hij een andere uitdaging voor me had : “de doorgeefpen”.
Enkele gedachten die door me heen schoten :
-barst, ik had die van Peter wel gelezen, maar die van James nog niet !
-tjee, aan wie zal ik de pen doorgeven ?
-eh, wat heb ik te melden waarmee niet alle leden zeggen “die pen die lees ik niet meer !”
-super, ik waardeer het heel erg om de pen te krijgen en een stukje te mogen schrijven !
Om te beginnen, wil ik namens James de volgende rectificatie plaatsen : ook Eric Mayers maakte deel uit van het TLE-team waarmee James naar de Ereklasse was gepromoveerd.
U snapt dat deze rectificatie door Eric met het mes op de keel is afgedwongen.
Zo, nu dan wat ping-pong achtergrond van ondergetekende.
Mijn deelname aan de schone sport met het kleine witte celluloid is begonnen in 1990.
Samen met mijn broer Geert-Jan zocht ik een leuke sportieve bezigheid, en we gingen kiezen tussen tafeltennis en volleybal.
Jullie weten wat het is geworden, we spelen beiden al die tijd al bij de TTV Kinawo in de Tempel.
Juist in tafeltennis zagen we een mooie combinatie van ingrediënten die ons aanstonden en nog steeds aanstaan :
-je speelt competitie in teamverband, zodat de gezelligheid wel goed komt (meestal toch)
-je speelt een groot deel enkels, dus je hebt lekker geen last van teamgenoten die de bal verkeerd aanspelen (alhoewel ik het wel soms mis dat ik de schuld aan een ander kan geven...)
-er komt meer techniek bij kijken dan biljarten, tenslotte spelen wij in 3 dimensies en blijft biljarten normaal in het platte vlak (uitzonderingen daargelaten).
Binnen enkele jaren had ik mijn draai wel gevonden.
-Mijn Hema-batje werd ingewisseld voor een Shriver 1.5 mm op een allround plankje.
-Diverse Kinawo-teams duwde mij een team hoger, totdat er geen team meer over was.
-In de beginperiode studeerde ik nog en heb ik tegelijkertijd nog wat uren doorgebracht bij Nat. Lab. en Taveres.
-Mijn spel veranderde van “alles schuiven en tegenhouden” via “´tegenhouden en frotten” naar mijn huidige spel “een beetje van alles, maar niks echt super”.
En nu maak ik samen met Piet, Stephan en Frans de Hoofdklasse gezellig onveilig.
De ereklasse was toch echt te hoog gegrepen.
Naast de competitie ga ik heel graag naar toernooien, en vooral de bijbehorende feesten.
Daar probeer ik toch altijd wat tijd voor vrij te houden.
Wel jammer dat de helft van de toernooien in december plaatsvindt.
Dat is iets te veel van het goede.
De sportieve resultaten zijn wisselend en ik zou lange lijsten kunnen maken van mijn missers.
Gelukkig staan in de woonkamer enkele bekers waar ik bijzonder trots op ben.
-Mijn eerste beker won ik in 1991, toen ik 2e werd in de TLE Achtkamp van de 7e klasse.
-Op het NRE / Flash dubbeltoernooi 2004 speelden Dook Harks en ik als een geoliede machine en wonnen in de 2e klasse.
-Na 3 mislukte pogingen om de finale te winnen van de clubkampioenschap Kinawo is het me dit jaar eindelijk gelukt, ik mag me het hele jaar kampioen van de club noemen !
-Geen beker maar een fles die ik als jonge veteraan in Veldhoven had gewonnen en een CD-player als beloning uit het Geenhovense.

Kortom, volop te doen bij de TLE, en ik hoop er nog lang te vertoeven.
Hopelijk is het jubileumfeest in januari 2009 een start voor nog 40 jaar ping-pong-plezier in de regio Eindhoven.
Tijd om de pen over te dragen !
Het is al een tijd geleden dat we tegen elkaar hebben gespeeld, maar ik kwam jouw naam weer tegen toen ik in mijn TLE-historie aan het graven was : Ruud Prudon van de Hijskraan.
Ik herinner me de partijen tegen jou en je team waar om elk punt werd gestreden, maar ook de gezelligheid tijdens en na deze vermoeiende partijen.
Ruud, ik wens je veel plezier (en succes) met deze pen.
René van Dongen.
Doorgeefpen nr 25
Oké René, dan probeer ik ook maar eens een stukje te schrijven, alhoewel ik altijd in tijdnood zit.
Zoals René het al vernoemd heeft in zijn verhaal ben ik Ruud Prudon van tafeltennisvereniging ”De Hijskraan” in Valkenswaard.
Bij binnenkomst van de 40-jarig jubileumfeestavond kreeg ik al te horen van Jan van Schagen dat ik de doorgeefpen in handen heb gekregen en of ik dit dan ook nog voor de 28ste kon opsturen !
Dat wordt dus flink haasten voor mij (is uiteindelijk toch wel gelukt, red.).
Later op die avond kwam René van Dongen mij er ook nog even aan herinneren dat hij mij tegenkwam in zijn TLE-historie en mij daarom gekozen heeft om de volgende te zijn.
Nou ja, een TLE-historie heb ik niet, maar ik ben ongeveer 17 á 18 jaar geleden bij een gezellige tafeltennisvereniging genaamd “De Hijskraan” begonnen in de laagste klasse.
Na een aantal kampioenschappen behaald te hebben speel ik nu alweer een tijdje in de 2e klasse en ik moet zeggen met veel plezier en hoop dit nog lang te mogen doen zonder gezondheidsgebreken.
Op onderstaande foto ons team (2e van links ben ik) waarbij Hans de Proost ontbreekt toen deze foto gemaakt werd.
Altijd na een intensieve trainingsavond effe gezellig napraten met een fleske bier !

Dan wil ik nog even terug naar de 40-jarig jubileumfeestavond die afgelopen zaterdag 24 jan. 2009 gehouden werd in zaal de Graver te Valkenswaard, om te vertellen dat het weer een geweldige avond was ! (omdat ik nog heel goed kon herinneren dat de feestavond van het 25-jarig jubileum ook al zo’n gezellige avond was !)
Het was weer goed georganiseerd er was een goed dansorkest en het koud buffet had goed gesmaakt en last but not least een fantastische demo van Danny Heister en Jonah Kah en niet te vergeten ook onze TLE-er Gerard van Dongen die men niet voor niets een sterspeler mag noemen.
Kortom het was voor mij en mijn vrouw en voor onze vereniging “De Hijskraan” een gezellige en geslaagde feestavond geworden !
Onze complimenten aan het bestuur en aan iedereen die hieraan hebben meegeholpen !
Zo dit was het ongeveer wat mij betreft.
Kort, maar ik heb toch de moeite getoond om een stukje te schrijven, zoals ik het al in het begin heb aangekondigd i.v.m. met mijn tijdnood.
Dan zou ik heel graag de doorgeefpen willen doorgeven aan (na lang nadenken en de verenigingen bekeken te hebben) Aad Berkhout van ETTV.
Aad, Zuuk6 !
Groetjes, Ruud Prudon
Tafeltennissen heeft in mijn leven altijd een plek gehad.
Het is begonnen in 1948, dan vertelt mijn vader over het tafeltennissen van de personeelsvereniging van de broodfabriek waar hij bij werkt.
Ik ga er naar toe en ben meteen weg van het spelletje.
De ovenist en later meester-bakker, een hele aardige man, leert mij het tafeltennissen.
Het eerste jaar ben ik reserve, het tweede jaar speler in de laagste klasse en bij de kampioenschappen wordt de kwartfinale gehaald.
In ‘51 speel ik derde klasse, kom bij de kampioenschappen in de finale en haal de 13-kamp (de tien sterkste spelers uit die klasse en de drie spelers van het eerste team van de organiserende vereniging).
In ‘52 speel ik in de eerste klasse en win bijna alles, toernooien inbegrepen.
Als gevolg daarvan word ik uitgenodigd om als 11de en 12de speler mee te doen met de tienkamp
Ereklasse in onze bedrijfsbond, ik eindig derde van onder.
Maar vanaf dat moment schrijf ik voor toernooien alleen maar voor de hoogste klasse in.
Dat fanatieke sporten is wel bijna funest voor mijn schoolloopbaan, pas medio maart als voetbal- en tafeltennisseizoen zijn afgelopen nemen jaarlijks de schoolprestaties weer in voldoende mate toe.
In ‘53 stap ik over naar een vereniging die voortkomt uit de Herstelbank, deze bank is opgericht na de Tweede Wereldoorlog om de herstelbetalingen uit te voeren.
Het eerste jaar speel ik nog eerste klasse in team 3 met invalbeurten in team 1 en dan wel tegen de sterkste tegenstanders.
In september ‘54 begin ik in team 1, maar op 24 november wordt dit onderbroken door de militaire dienst tot het seizoen ‘56-’57.
Ik heb wel succes in diverse toernooien.
September ‘57 stop ik met trainen voor zowel voetbal als tafeltennis vanwege avondstudie en avondwerk, de maatschappelijke ambities krijgen de voorkeur.
In ‘59 lukt het nog wel de tienkamp te winnen, zie foto hiernaast, alle tegenstanders verliezen die zaterdag in twee games.
Tot in de zeventiger jaren zal ik tot de sterkste spelers in onze bond behoren, in ‘64-'65 bij voorbeeld 100% winst in de competitie.
In het begin van die jaren zeventig ook nog eens kampioen in de hoogste klasse.
In het dubbelspel kom ik al die jaren vaak in de finale, zie de foto onder, talloze keren winnen wij de beker.
Wat heeft het opgeleverd ?
Leren winnen, maar ook verliezen, je sportief te gedragen.
Als winnaar heeft tafeltennis en ook voetbal (derde klas amateurs) mij zelfvertrouwen gegeven en omgang met mensen bijgebracht, wat zich later in de maatschappelijke loopbaan heeft uitbetaald.
Tafeltennissen is vervolgens de ontspanning in een druk leven; de speelavond altijd open houden in de agenda !
Een intermezzo is het lidmaatschap van de NTTB-club, ik speel daar in '62-'63 in de eerste klasse (nu tweede divisie) en het jaar daarop op 3 februari ’64 spelen we tegen Steeds Hoger TSB, het is de verjaardag van schoonzusje en ik zet mijn hoogzwangere vrouw af met de belofte zo spoedig mogelijk terug te komen.
Bij de stand 5-0 gaan mijn twee medespelers en de leider ermee akkoord, dat ik mijn laatste twee partijen cadeau geef.
Wat lees ik de volgende dag in de Courant : “HCD speelt gelijk en schorst speler A. Berkhout voor één wedstrijd”.
Mijn medespelers hadden na mijn vertrek geen partij meer gewonnen !
Woedend laat ik weten bij een schorsing nooit meer te zullen spelen.
Gevolg : in de zaterdageditie een vet gedrukt artikel met de kop ”HCD schorst speler voor een jaar !”
Overleg tot diep in de nacht leidt tot niets, mijn medespelers verdedigen mij zonder resultaat.
Ik bedank voor de club.
HCD wordt dat jaar geen kampioen en het jaar daarop spelen mijn inmiddels ex-medespelers bij een hoofdklasser.
Vervolgens kijk ik eens rond, mijn oude vereniging blijkt in degradatienood te verkeren en meteen speel ik mee tegen de aanstaande kampioen en we winnen, de degradatie wordt afgewend.
Rond ‘76 gaan wij met ons team vrijwillig lager spelen, de jeugd mag het overnemen.
In '81 verhuizen wij naar Veldhoven vanwege mijn benoeming tot directeur van de MTS Leonardo da Vinci.
Mijn oudste zoon Wouter gaat op de eerste avond in Veldhoven al tafeltennissen, hij verliest een partij en zegt dan : “Dat geeft niet de volgende keer komt mijn vader mee en die wint wel”.
Gedurende vijf jaar spelen Wouter en ik bij TTV Veldhoven, verschillende kampioenschappen worden door ons behaald in steeds wisselende teams in de derde, vierde en vijfde klasse maar mijn spelpeil zakt wel in die lagere regionen, ik heb met alle bestuursleden wel eens in een team gespeeld.
Vorig jaar was ik in Veldhoven, ik kende niemand meer, maar toen het jubileumboek van het 25-jarig bestaan te voorschijn kwam bleek ik op aardig wat kampioensfoto’s voor te komen.
Bij terugkeer naar het westen in ‘86 omdat mijn echtgenote toen niet kon wennen in Brabant, blijkt er veel veranderd te zijn, je kunt niet ongestraft 6 jaar weg zijn.
Mijn plaats in het oude team is ingenomen, ik kom in een ander team en we promoveren zowaar naar de hoogste klasse.
Maar een medespeler heeft eerst scheidingsperikelen en later een nieuwe vriendin en daardoor komt hij steeds vaker niet opdagen.
We degraderen dus van ere naar overgang naar eerste klasse en daar blijven we hangen tot zoon Wouter eind '93 als gevolg van de DAF-malaise weer een poosje bij zijn ouders komt wonen en mee gaat spelen en we weer promoveren naar de overgangsklasse om vervolgens na zijn terugkeer naar Brabant eind '94 roemloos te degraderen.
Al die jaren van ’86 tot ‘95 speel ik met dezelfde maat, het lukt ons bijvoorbeeld in om twee jaar ongeslagen in het dubbelspel te blijven.
We corresponderen na mijn pensionering en vertrek naar Eersel tot op de dag van vandaag.
Op 1 januari ‘95 met pensioen, in september kan ik bij ETTV aan de slag en ook meedoen met een trimclubje.
Dat breekt mij op, na het trimmen volgt een partijtje voetbal, het lijkt wel of ik 18 ben, maar met links een bal opvangen en met rechts meteen doorspelen leidt tot een afgescheurde achillespees.
Na de operatie volgen 8 maanden revalidatie en dan pas tafeltennissen, het betekent opnieuw kwaliteit inleveren.
Het bevalt mij echter best in de TLE, nu al 14 jaar, gezelligheid is troef.
Je hoeft nooit te ver weg !
Een tafeltennisbond om van te houden !
In het enkelspel begint mijn leeftijd mee te tellen, maar dubbelen gaat me nog steeds goed af.
Het plezier is er niet minder om.
Het nut om op 75-jarige leeftijd nog fit te zijn en het reactievermogen op peil te houden is van groot belang, want motorrijden op mijn Guzzi wil ik graag blijven doen.
En er komt weer een keuring voor mijn rijbewijs aan.
Ik hoop het nog de nodige jaren vol te houden in de TLE.
Ik geef mijn pen door aan een ander tafeltennisdier en een regelaar, namelijk Theo Janssen van TTV Veldhoven.


Aad Berkhout.
Doorgeefpen nr 27
De
doorgeefpen van Aad Berkhout ging in eerste instantie naar Theo Jansen van TTVV.
Helaas wilde Theo niet meewerken aan deze kettingbrief, dus ben ik bij Aad
opnieuw te rade gegaan, waarna deze mij berichtte dat in dat geval Frans
Hendrikx mocht worden benaderd.
Hieronder het verslag van Frans.
Als tweede genoemde persoon ben ik wel bereid een stukje te
schrijven over het wel en wee van mijn tafeltennis-gebeuren.
Ik zal me even voorstellen : Ik ben Frans Hendrikx, 74 jaar en al 47 jaar
gelukkig getrouwd, ik heb 2 zonen en 1 dochter.
Zestig (!) jaar moet ik teruggaan, zolang is het al geleden dat ik in aanraking
kwam met tafeltennis, ik was toen ongeveer 14 jaar oud.
Ik heb toen zelf mijn batje gemaakt van triplex, met een figuurzaag uitgezaagd
en beplakt met aan beide kanten 2mm kurk.
In de gymzaal stonden 2 tafels waar iedereen een balletje kon slaan.
Na een tijdje ben ik ermee opgehouden want ik dacht : “Dat leer ik toch nooit
!”.
Toen ik 50 jaar werd had mijn zoon René me opgenaaid om weer te beginnen (hij
speelde zelf ook) en zo kwam ik terecht bij de recreatie vereniging Woenselse
Heide in Eindhoven, een clubje van 30 man.
Eerst ben ik gaan kijken om een indruk te krijgen van hoe het daar was.
Na een tijdje ben ik lid geworden, iets waar ik nooit spijt van heb gehad.
Het was een gezellige club en ik kon meteen meedoen met een onderlinge
competitie van 18 wedstrijden.
Nou dat viel goed tegen, want ik won er geen één.
Bij een ander zou de puf er allang vanaf zijn, maar dan ken je Franske nog niet
goed.
Ik ben wel leergierig van aard en het ging steeds beter.
Na een paar jaar werd ik zelfs clubkampioen.
Weer wat later ben ik competitie gaan spelen in de TLE bij Kinawo.
Jan Tulp had me overgehaald en van hem heb ik ook dat “frotten” geleerd.
Eerst anti topspin, toen korte noppen, daarna lange noppen, ik kon er goed mee
overweg; maar ik merkte ook dat veel andere spelers er niet blij mee waren.
Ze noemden me zelfs “de grijze plaag”.
Och ja, ze zeiden dat ik altijd een grijns op mijn gezicht had als ze de bal
weer eens keihard in het net sloegen, door die noppen natuurlijk.
Volgens mij is er geen enkele sport die zoveel emoties oproept als tafeltennis.
Ik heb meegemaakt dat ze schreeuwden van blijdschap na een zege, maar ook dat ze
hun batje braken van frustratie.
Gelukkig was alles weer snel vergeten als er na afloop een lekker biertje werd
geschonken en nagekletst werd over de wedstrijd.
Ik speel ook graag toernooien en ik ben overal te vinden.
Ik zeg er zelfs wel eens verjaardagen voor af.
Tafeltennis is een sport die nooit verveelt, ik mag het graag doen, al heb ik
nooit training gehad.
Jullie oogkleppen zullen onderhand wel dichtgevallen zijn en daarom zal ik er
maar mee stoppen.
Groetjes van Frans Hendrikx; Aad bedankt voor de doorgeefpen, het ga je goed.
De pen wil ik graag doorgeven aan de sympathieke Henri Tegenbosch van
Flash.
Doorgeefpen nr 28
In opdracht van mijn maatje en oud-teamgenoot Appie, kreeg ik de opdracht om een stukje te schrijven voor dit blad. Wat kan je vertellen ?
Mijn naam is Henri Tegenbosch, ben gescheiden, 56 jaar jong en heb 2 volwassen kinderen : Kim (die al jaren tafeltennist) en Dennis (die sinds kort het spelletje speelt).
Allen spelen we bij een heel gezellig clubke : TTV Flash.
Hoe ik in aanraking kwam met het tafeltennissen ligt al een heel end achter me.
Ik was ’n jaar of 11 toen we vanuit Gestel (waar ik woonde) in Stratum bij st.Joris (sage) terecht kwam.
Samen met Josje Verberne, Bert, Henri en Joop van Hedel, Frank Buelens en nog enkele anderen kwamen we bij den Frans van Gorp en Wim Kroes.
Schoenen uit, sloffen aan om vervolgens te gaan biljarten, tafelvoetballen of natuurlijk te gaan tafeltennissen.
Patronaatwedstrijdjes spelen tegen Fellenoord, Hagenkamp, het Genderdal, dat is wat ik me nog goed herinner.
Ik heb toen een leuke tijd gehad, zoals met z’n allen op kamp gaan naar Mook, Stevensweert, etc.
Toch ging mijn interesse rond m’n 16-17 jaar vooral uit naar het voetballen, de rest was bijzaak.
Toen ik in 1978 aan mijn rug zwaar geblesseerd raakte, was dat tevens het einde van mijn voetbalcarriere.
Omdat we in die tijd graag een eigen huisje wilden, was een vertrek naar Woensel een feit.
Het leek wel emigreren, maar intussen ben ik er wel gewend geraakt en zou ik niet meer terug willen.
In 1980 kwam ik weer in aanraking met het tafeltennissen.
TTV Flash, destijds nog in wijkhuis Unitas gehuisvest, was al meteen een club waar ik me thuis voelde.
Na een tijdje ging ik NTTB spelen in de vierde klasse en werden al snel kampioen met Jan Mansvelders, Harry Theelen en Albert Steenbergen, later ook met Loed Jacobs en Bart Huyben.
Hierna kwam de tijd met Jan Gabriëls, Jan Schuurmans, Martin Beekmans en natuurlijk mijn maatje Willem Gubbels.
Met die laatste 2 heb ik gespeeld in de 3e en 2e klasse NTTB en ben later met hen bij de TLE gaan spelen.
In 1998 werd Wim Gubbels ziek en ik geblesseerd aan mijn rug, waardoor we moesten stoppen met wedstrijd spelen.
In die tijd gingen Wim en ik vaak overal waar we maar konden biljarten om toch nog iets sportiefs te doen.
Bij Flash stond in die tijd ook een biljartje en al snel gingen we (Jan Berkers, Pierre Spierings, Huub van de Kerkhof, Willem en mijzelf) over tot het oprichten van de nu 10 jaar bestaande biljartclub “Weinig Keu’s”.
Heel lang heeft Willem niet meer mee kunnen biljarten (1 okt. 1999 gestorven).
Samen hebben we een heel mooie tijd meegemaakt.
Dikwijls was het zo, dat ze ons binnen al bezig hoorden, voor ze de straat in waren.
Het was altijd gezellig.
Na een tijdje ben ik toch weer begonnen met tafeltennissen bij de TLE, voornamelijk als invaller in diverse teams, zoals in het 4e en het 1e team.
Buiten de TLE om speel ik ook weer enkele jaren NTTB.
Komend seizoen speel ik in de TLE met Hein Rutjes, Joost van den Buijs en Willy Tegelaars in de ereklasse.
Hopenlijk dat ons team ook in het nieuwe seizoen weer voor een spannend wedstrijdverloop gaat zorgen en dat alles met de nodige gezelligheid.
Verder wil ik graag nog zeggen dat de toernooien zoals het TLE toernooi, het toernooi van Geenhoven, het Veteranentoernooi bij TTVV en natuurlijk het Open Flashtoernooi altijd een gezelligheid met zich meebrengt, die je niet kunt missen.
Zo, ik denk dat het nu echt wel genoeg is en ga ik maar afsluiten.
Toch wil ik iedereen nog een geweldig gezellig en sportief nieuw seizoen wensen, vooral Dook.
Gaarne geef ik de pen door aan Jan Schuurmans van Renata, die hier niet om gevraagd heeft.
Succes.
Henri Tegenbosch.
Doorgeefpen nr 29
Jan
Schuurmans heeft mij via James Geraerts laten weten dat hij niet van plan was om
een stukje voor de doorgeefpen te schrijven.
Bij deze is de ketting dus definitief verbroken, er zal er in deze vorm geen vervolg meer aan worden gegeven.
Degenen die graag de pen hadden willen ontvangen kunnen uit eigen beweging een stukje schrijven.
De opzet is om een antwoord te geven op de vraag : “Waarom ben ik gaan tafeltennissen ?”
Wie zin heeft om de pen weer op te pakken, ga je gang !!
De kopij kan gestuurd worden naar : algemeen@ttle.nl en indien U dit onder een pseudoniem wenst te doen, garandeer ik geheimhouding !!